Briefgeheim!

In deze rubriek wordt elke maand kort en krachtig een bijzonder, apart of juist heel gewoon opgegraven voorwerp belicht. Deze maand betreft het een lakzegel van een brief.

In 1987 en 1988 is door de leden van de Archeologische Werkgroep Haarlem archeologisch onderzoek verricht naar de restanten van de hofsteden/buitenplaatsen Distelberch-Grijpesteyn en Oosterduin, uit de periode 1600 – 1819. Aanleiding voor dit onderzoek was de geplande nieuwbouw aan de westzijde van de Oosterduinweg in Aerdenhout (gemeente Bloemendaal). Voor de nieuwe woningen en bijbehorende kelders zou de bodem diepgaand worden verstoord en dreigden sporen uit het verleden verloren gaan, waardoor archeologisch onderzoek noodzakelijk was.

Beerput
Tijdens het archeologisch onderzoek werden funderingsresten, vloeren met plavuizen, beerputten, afvalkuilen en afvoergoten aangetroffen. Ook werden een gierkelder en een waterkelder blootgelegd. Een van de opgegraven beerputten dateert uit eind zeventiende – begin achttiende eeuw. De inhoud van deze beerput bestond voornamelijk uit fragmenten van roemers en kelkglazen. In de gezeefde vulling van de beerput werden ook een aantal fragmenten van lakzegels gevonden, waarvan een vrij gaaf exemplaar met een alliantiewapen.

Lakzegels
Vanaf eind zestiende eeuw gebruikte men lakzegels om brieven en andere documenten mee te sluiten (verzegelen). Pas als het zegel werd verbroken kon de ontvanger de brief lezen en wist men dat de brief niet eerder door anderen was bekeken. Voor het vervaardigen van een lakzegel werd een staafje zegellak wordt in kaarsvlam verhit zodat er druppels lak op het te zegelen document vallen. Als de druppel groot genoeg is, drukt men in deze nog half vloeibare zegellak een zegelstempel of zegelring met een afbeelding. Snel daarna hardt de lak volledig uit. Het gebruik van lakzegels verdwijnt in de negentiende eeuw. Deze functie wordt korte tijd overgenomen door sluitzegels, die dezelfde vorm hebben als postzegels.

Alliantiewapen
Het alliantiewapen op het aangetroffen lakzegel is een samenstelling van wapenschilden van verschillende families. Het linker deel van het alliantiewapen (= heraldisch gezien rechts) bestaat uit vier kleinere wapens, namelijk twee wapens met een achtpuntige ster, wassenaar (maansikkel) en drie St. Andrieskruisjes. Dit is het wapen van de familie Van der Hoeven/Houven. De twee andere wapens verbeelden een paaslam en betreft het wapen van de familie Briell. Op het hartschild in het midden van de vier wapenschilden is een leeuw afgebeeld. Dit is het wapen van de familie Heeswijck. Het rechter schild van het alliantiewapen (= heraldisch gezien links) bestaat ook uit vier kleine wapens. Dit is het wapen van de familie Van Bergen en Van der Gryp. Dit wapen is samengesteld uit een wapen met een leeuw, twee wapens met drie palen en een wapen met drie maliën en een schelp. Op het hartschild in het midden is een dubbele adelaar afgebeeld. Al deze wapens samen vormen het alliantiewapen van de familie Van der Hoeven (Houven) en Van Bergen Van der Grijp. Hiermee komen zowel de schrijver(s) als de ontvanger van de brief in beeld.

Marinus Van Bergen Van der Grijp
In 1688 werd de hofstede Distelberch gekocht door Marinus Van Bergen Van der Grijp, postmeester van het Handelshuis van de stad Hamburg in Amsterdam. Hij was ook degene die de naam van de vorige hofstede Distelberch liet veranderen in Grijpesteyn. Marinus Van Bergen Van der Grijp was eigenaar van de hofstede van 1688 tot aan zijn overlijden in 1737. Uit verder onderzoek blijkt dat Marinus een zuster had, Clara Magdalena Van Bergen Van der Grijp (1662 – 1692), die getrouwd was met Jacob Van der Hoeven (Houven) (1657 – 1716). In de periode tussen 1688 en 1737 heeft er een briefwisseling plaatsgevonden tussen Marinus en zijn zuster of zijn zwager. Verder bestaat de mogelijkheid, gezien het feit dat zijn zuster in 1692 en zijn zwager in 1716 zijn overleden, dat deze briefwisseling heeft plaatsgevonden tussen 1688 en 1716. Mogelijk is de brief met lakzegel tot 1737 in het archief van Marinus bewaard gebleven en is deze na diens overlijden tijdens het leeghalen van de hofstede Grijpesteyn met brief en al in de beerput beland. De brief is helaas niet teruggevonden tijdens de opgraving. Wat er dus in de brief stond zullen we helaas nooit weten. Dat blijft geheim…