Op zoek naar de gracht!

Vanaf zaterdag 29 april wordt in de Haarlemmer Kweektuin een booronderzoek uitgevoerd door de leden van Archeologische Werkgroep Haarlem (AWH) en medewerkers van Bureau Archeologie van de gemeente Haarlem. Het doel van het booronderzoek is het opsporen van de verdwenen grachten rondom het kasteel Huis ter Kleef. In totaal zullen zo’n 65 tot 70 boringen van 3 meter diep op het terrein worden verricht. Gecombineerd leveren deze boringen hopelijk een goed en interessant beeld op van de ondergrond en worden de verdwenen grachten gelokaliseerd.

Grachten
De vermoedelijke grachten zijn –zij het wat grof- reeds afgebeeld om een van de oudste kaarten van Haarlem. Dit betreft een handgetekende kaart van Haarlem en omgeving uit circa 1570 van landmeter Jacob van Deventer. Het terrein van Huis ter Kleef – hier nog Cleeff genoemd- is op de kaart in het uiterste puntje van de kaart links bovenin weergegeven. In 1992 is al met behulp van weerstandsonderzoek geprobeerd om de ondergrond van het grasveld in kaart te brengen, maar dit leverde toen geen tastbare informatie op. 

Meekijken
De boorwerkzaamheden worden met behulp van een grove edelmanboor en een fijne gutsboor met de hand uitgevoerd. De werkzaamheden duren ongeveer twee maanden en vinden plaats op zaterdagen van 10.00 tot circa 16.00 uur. Belangstellenden zijn van harte welkom om op het grasveld aan de voorzijde van het terrein een kijkje te komen nemen. Het adres van de Haarlemmer Kweektuin is Kleverlaan 9 in Haarlem-noord.

 

Credits: de afgebeelde kaart is een uitsnede van de kaart Jacob van Deventer en is afkomstig van het Noord-Hollands Archief (Inventarisnummer NL-HlmNHA_560_002423).

Een bord vol passie

In deze rubriek wordt elke maand kort en krachtig een bijzonder, apart of juist heel gewoon opgegraven voorwerp belicht. Deze maand betreft het een bord met bijzondere religieuze decoratie.

Pasen
Op 16 april a.s. is het Pasen en wordt er feest gevierd, al dan niet met een paasbrunch, chocolade paashaas en eieren. Het is ook de periode dat de opstanding van Christus wordt herdacht, die de vrijdag voor Pasen aan het kruis stierf. Dit gebeurde op last van de romeinse stadhouder van Jerusalem, Pontius Pilatus genaamd, die hiertoe werd gedwongen door de joodse hoge raad, de sanhedrin. Ter herinnering aan deze gebeurtenis zien we het kruis veel als symbool terug bij kerken, kloosters, geestelijke instellingen en ook in menig particulier huis.

Opgraving Koningscarré
Bij opgravingen vinden we soms voorwerpen met christelijke symbolen, zoals pelgrimsinsignes van metaal. Een fraai voorbeeld van keramiek is een bord dat tijdens de opgraving in 1990 op het Koningscarré in Haarlem werd aangetroffen. Het bord stond rechtop in een afvalkuil en was in drie stukken gebroken, slechts een klein fragment van de rand ontbrak. Bij de scherven van het bord werden ook enkele drinkschaaltjes aangetroffen. Het bord is vervaardigd in de majolicastijl en in mooie kleurtinten geschilderd, in het midden van het bord zijn de lijdens- of passiewerktuigen afgebeeld, ook wel Arma Christi genaamd. (Arma Christi is latijn voor de “wapenen” van Christus omdat hiermee de verlossing of de overwinning op zonde en dood werd behaald.) Vergelijkbare majolica borden met deze afbeelding werden onder andere aangetroffen in het Kartuizerklooster nabij Delft, Groningen en Utrecht. De datering van deze borden ligt na het midden van de 16e eeuw, mogelijk werden ze in Utrecht vervaardigd.

Majolica
Het bord vervaardigd in de majolicastijl waarbij alleen aan de voorzijde het duurdere witte tinglazuur op het baksel werd aangebracht en aan de achterzijde alleen loodglazuur, waardoor de kleur van de gebakken klei hier doorheen schijnt. Om het vastbakken van borden aan elkaar in de oven te voorkomen werd gebruikt gemaakt van zogenaamde driehoekige proenen, die op het bord werd gelegd waarna hier weer een ander bord op werd gezet. Het resultaat was dat na het bakken de proen drie littekens achterliet op en in de beschildering van het bord.

Passiewerktuigen
Op de centrale afbeelding van het bord zijn diverse passiewerktuigen geschilderd. Dit betreft de ladder, twee gesels, de geselkolom, het kruis, de doornenkroon, de spons met azijn, de lans en spijkers. Er zijn nog meer passiewerktuigen maar die ontbreken op het bord, zoals de dobbelstenen, een buidel met geld, de haan en de hamer. Op het rechter gedeelte van de dwarsbalk van het kruis hoort nog een spijker te zitten maar deze is hier niet geschilderd. Wellicht is de schilder van het bord deze spijker gewoon vergeten weer te geven.

Linksboven lijkt een ster te zijn geschilderd. Wellicht is dit een verwijzing naar Bethlehem of naar God. Ook zijn in de voorstelling blauwe stipjes weergegeven, soms eentje en soms in groepjes van drie. Is dit slechts versiering of verwijzen de groepjes van drie naar de Heilige Drievuldigheid? In totaal zijn er 30 stipjes afgebeeld, precies het aantal zilverlingen waarvoor Judas Jezus verried. De stipjes kunnen mogelijk de zilverlingen symboliseren. Aan de stokken van de lans en die waarop de spons zit zijn enkele zijtakjes met vruchten/bessen (?) geschilderd. Deze kunnen verwijzen naar het nieuwe leven. De twee afgebeelde gesels, ook wel flagra genaamd, bestaan uit dunne kettingen of stroken leer waarin loden balletjes zijn verwerkt. In totaal zijn er 35 balletjes op de gesels geschilderd, een betekenis voor dit aantal werd niet gevonden. De afgebeelde ladder zou een verwijzing kunnen zijn voor de verbinding tussen de hemel en aarde. Tenslotte de geselpaal; deze zou 60 cm hoog zijn, met bovenop een ring waaraan het slachtoffer met de armen werd vastgebonden. Deze ring is hier in de kleur oranje weergegeven.

Decoratie
Langs de rand van het bord is acht keer een versiering aangebracht van enkele stengels met drie verdikkingen. Dit moet de lisdodde voorstellen. Om de centrale voorstelling van het bord zijn zeven zogenaamde “kurkentrekkers” aangebracht, afwisselend in de kleuren oranje en blauw. Dergelijke figuren zien we ook terug op apothekerspotten en andere voorwerpen van majolica, echter niet zo vloeiend en uitgerekt als de afbeeldingen op het bord. Ze worden dan piramides genoemd. Op de achterzijde van het bord is het merk van de schilder of het atelier waar het bord werd vervaardigd in de vorm van een blauw kruis afgebeeld. Dit heeft niets te maken met het kruis op de voorzijde maar berust op toevalligheid…

 

Archeo-lezingen tijdens Rondje Bakenes

De Archeologische Werkgroep Haarlem doet met Bureau Archeologie Haarlem op zondag 2 april a.s. enthousiast mee aan ‘Rondje Bakenes’.

’t Krom
Van 13.00 tot 17.00 worden in de Bakenesserkerk korte lezingen gehouden over de opgraving aan ’t Krom 29-39. Altijd al benieuwd hoe oud Bakenes nu echt is en wat er allemaal is gevonden in oude ophogingslagen en beerputten? Kom dan zondag zeker even langs. We vertellen het je graag!

Nalezen
Tijdens ‘Rondje Bakenes’ is ook het boek ‘Haarlems Bodemonderzoek 39′ verkrijgbaar, waarin de opgraving aan ’t Krom en de vele vondsten uitgebreid worden beschreven. Een must have voor elke liefhebber van de Bakenes!

Het adres van de Bakenesserkerk is Vrouwestraat 12 in Haarlem. Toegang is gratis!

 

 

Briefgeheim!

In deze rubriek wordt elke maand kort en krachtig een bijzonder, apart of juist heel gewoon opgegraven voorwerp belicht. Deze maand betreft het een lakzegel van een brief.

In 1987 en 1988 is door de leden van de Archeologische Werkgroep Haarlem archeologisch onderzoek verricht naar de restanten van de hofsteden/buitenplaatsen Distelberch-Grijpesteyn en Oosterduin, uit de periode 1600 – 1819. Aanleiding voor dit onderzoek was de geplande nieuwbouw aan de westzijde van de Oosterduinweg in Aerdenhout (gemeente Bloemendaal). Voor de nieuwe woningen en bijbehorende kelders zou de bodem diepgaand worden verstoord en dreigden sporen uit het verleden verloren gaan, waardoor archeologisch onderzoek noodzakelijk was.

Beerput
Tijdens het archeologisch onderzoek werden funderingsresten, vloeren met plavuizen, beerputten, afvalkuilen en afvoergoten aangetroffen. Ook werden een gierkelder en een waterkelder blootgelegd. Een van de opgegraven beerputten dateert uit eind zeventiende – begin achttiende eeuw. De inhoud van deze beerput bestond voornamelijk uit fragmenten van roemers en kelkglazen. In de gezeefde vulling van de beerput werden ook een aantal fragmenten van lakzegels gevonden, waarvan een vrij gaaf exemplaar met een alliantiewapen.

Lakzegels
Vanaf eind zestiende eeuw gebruikte men lakzegels om brieven en andere documenten mee te sluiten (verzegelen). Pas als het zegel werd verbroken kon de ontvanger de brief lezen en wist men dat de brief niet eerder door anderen was bekeken. Voor het vervaardigen van een lakzegel werd een staafje zegellak wordt in kaarsvlam verhit zodat er druppels lak op het te zegelen document vallen. Als de druppel groot genoeg is, drukt men in deze nog half vloeibare zegellak een zegelstempel of zegelring met een afbeelding. Snel daarna hardt de lak volledig uit. Het gebruik van lakzegels verdwijnt in de negentiende eeuw. Deze functie wordt korte tijd overgenomen door sluitzegels, die dezelfde vorm hebben als postzegels.

Alliantiewapen
Het alliantiewapen op het aangetroffen lakzegel is een samenstelling van wapenschilden van verschillende families. Het linker deel van het alliantiewapen (= heraldisch gezien rechts) bestaat uit vier kleinere wapens, namelijk twee wapens met een achtpuntige ster, wassenaar (maansikkel) en drie St. Andrieskruisjes. Dit is het wapen van de familie Van der Hoeven/Houven. De twee andere wapens verbeelden een paaslam en betreft het wapen van de familie Briell. Op het hartschild in het midden van de vier wapenschilden is een leeuw afgebeeld. Dit is het wapen van de familie Heeswijck. Het rechter schild van het alliantiewapen (= heraldisch gezien links) bestaat ook uit vier kleine wapens. Dit is het wapen van de familie Van Bergen en Van der Gryp. Dit wapen is samengesteld uit een wapen met een leeuw, twee wapens met drie palen en een wapen met drie maliën en een schelp. Op het hartschild in het midden is een dubbele adelaar afgebeeld. Al deze wapens samen vormen het alliantiewapen van de familie Van der Hoeven (Houven) en Van Bergen Van der Grijp. Hiermee komen zowel de schrijver(s) als de ontvanger van de brief in beeld.

Marinus Van Bergen Van der Grijp
In 1688 werd de hofstede Distelberch gekocht door Marinus Van Bergen Van der Grijp, postmeester van het Handelshuis van de stad Hamburg in Amsterdam. Hij was ook degene die de naam van de vorige hofstede Distelberch liet veranderen in Grijpesteyn. Marinus Van Bergen Van der Grijp was eigenaar van de hofstede van 1688 tot aan zijn overlijden in 1737. Uit verder onderzoek blijkt dat Marinus een zuster had, Clara Magdalena Van Bergen Van der Grijp (1662 – 1692), die getrouwd was met Jacob Van der Hoeven (Houven) (1657 – 1716). In de periode tussen 1688 en 1737 heeft er een briefwisseling plaatsgevonden tussen Marinus en zijn zuster of zijn zwager. Verder bestaat de mogelijkheid, gezien het feit dat zijn zuster in 1692 en zijn zwager in 1716 zijn overleden, dat deze briefwisseling heeft plaatsgevonden tussen 1688 en 1716. Mogelijk is de brief met lakzegel tot 1737 in het archief van Marinus bewaard gebleven en is deze na diens overlijden tijdens het leeghalen van de hofstede Grijpesteyn met brief en al in de beerput beland. De brief is helaas niet teruggevonden tijdens de opgraving. Wat er dus in de brief stond zullen we helaas nooit weten. Dat blijft geheim…

Op stap in Haarlem!

In deze rubriek wordt elke maand kort en krachtig een bijzonder, apart of juist heel gewoon opgegraven voorwerp belicht. Deze maand betreft het een kinderschoen.

0-88krm-0022bIn 1988 is door de Archeologische Werkgroep Haarlem onderzoek verricht in de Bakenesserbuurt te Haarlem. Ter hoogte van ‘t Krom 29-39 kon op de locatie van enkele gesloopte panden een opgraving worden uitgevoerd. Op het terrein zijn diverse ophogingslagen uit de middeleeuwen aangetroffen. De ophogingslagen illustreren de expansie van de middeleeuwse stad Haarlem op het grondgebied Bakenes.

Stadsafval
0-88krm-0031De ophogingslagen ter hoogte van ‘t Krom 29-39 bestaan uit diverse pakketten stadsafval en mest, met daarin de nodige voorwerpen van keramiek en metaal. Door de zuurstofarme omstandigheden in de ophogingspakketten zijn ook vergankelijke materialen als leer, textiel, been en hout goed bewaard. Aan de hand van het vondstmateriaal worden deze ophogingslagen in de periode circa 1350-1375 gedateerd, met een accent op 1350-1360. Dit levert niet alleen een goede datering voor de aanleg van dit gedeelte van de middeleeuwse stadsuitleg in de Bakenesserbuurt, maar verschaft ook een gedetailleerd inzicht in de samenstelling van het afval van de middeleeuwse Haarlemmer in de oude stad.

0-88krm-groep1Schoenen
Dankzij de gunstige conserveringsomstandigheden in de ophogingslagen zijn er veel voorwerpen van leer overgeleverd. De meeste voorwerpen zijn schoenen. Vanwege het grote aantal aangetroffen schoenen en de goed gedateerde ophogingslagen, vormen de schoenen een interessante informatiebron. Zo geeft de variatie aan welke modellen in deze periode naast elkaar voorkwamen en zegt de verhouding tussen het aantal modellen iets over de gangbaarheid. In totaal zijn er 53 schoenen aangetroffen. Van 36 schoenen kon het model worden bepaald. Allen dateren uit de tijd van de ophogingsactiviteiten, namelijk 1350-1375.

0-88krm-0022aKinderschoen
Het meest voorkomende model is een halfhoge tot hoge schoen, die met staartknopen op de wreef wordt gesloten. Deze schoen heeft geen ‘lastige’ veters om te strikken. Door de leren veters -staarten- met knoop en al door het knoopsgat te trekken, zat de schoen snel en eenvoudig dicht. Vergelijkbaar met het gemak van onze klittenbandsluiting. 0-88krm-0022eDit type schoen wordt vanwege de eenvoudige sluiting als kinderschoen geïnterpreteerd. Ook de kleine maten van de aangetroffen schoenen zijn veelzeggend. Deze lopen uiteen van maat 18 tot en met maat 31. Er is slechts een enkele schoen in maat 40 aangetroffen. De levensduur van schoenen was beperkt. Door het gebruik sleet de leren zool snel, waarna de schoen soms nog werd hersteld, maar vaak gewoon werd afgedankt. Zo is de versleten kinderschoen als afval weggegooid en uiteindelijk met veel ander stadsafval als vulling in de ophogingslagen van ’t Krom beland. Had de jeugdig drager ooit kunnen vermoeden dat honderden jaren later zijn of haar schoen door archeologen zou worden opgegraven en gekoesterd?0-88krm-0022d

De gebroken prins

In deze rubriek wordt elke maand kort en krachtig een bijzonder, apart of juist heel gewoon opgegraven voorwerp belicht. Deze maand betreft het een fles met een bijzonder glaszegel.

In de achtertuin van Lange Lakenstraat 33 te Haarlem is door de leden van de AWH in1983-lange-lakenstraat-33-001-bbb 1983 een beerput opgegraven. Uit deze beerput zijn diverse voorwerpen afkomstig, waaronder keramiek in de vorm van keukengerei, schoteltjes en theekommetjes, speelgoed en glaswerk. Een van de glasvondsten is een fraaie fles met een glaszegel. Op het zegel is een paard met ruiter en de tekst: ‘DER PRINS 1696’ afgebeeld.

Johan Willem Friso
Dit soort flessen met glaszegel wordt wel meer aangetroffen, zo is er onder andere een vergelijkbaar zegel bekend uit Heemskerk. Vaak wordt gedacht dat het zegel stadhouder Willem III moet voorstellen, die in 1702 overleed. Het zegel betreft echter Johan Willem Friso (1687- 1711) die na het overlijden van zijn vader Hendrik Casimir II van Nassau- Dietsz in 1696 ‘de jonge prins’ werd genoemd. Na de dood van stadhouder Willem III (1702) erfde Johan namelijk de titel ‘Prins van buij001nede02ill06Oranje’. Lang heeft hij er niet van genoten. In 1711 sloeg hij tijdens het oversteken van het Hollandsch Diep bij de Moerdijk overboord en verdronk samen met zijn kamerheer. Hoewel Johan Willem Friso slechts twee kinderen had, stammen alle regerende vorsten in Europa van hem af door de succesvolle huwelijkspolitiek van zijn nazaten.

Glaszegels
Flessen met zegels komen voornamelijk voor tussen 1650 en 1800. Soms worden de zegels gebruikt als eigendomsmerk of als ijkmaat, maar het glaszegel op de fles van de Lange Lakenstraat had een andere functie. Het was meer een soort herinnering aan een belangrijk persoon, namelijk de Prins van Oranje, Johan Willem Friso.

Productie1983-lange-lakenstraat-33-001-b
De fles met glaszegel is in Holstein (toen Denemarken, nu Duitsland) voor de Nederlandse markt gemaakt. Gezien het grote formaat gaat het om een voorraadfles. De fles werd eerst geblazen, waarna het zegel werd aangebracht. Het zegel werd gemaakt door een stempel in een dot hete nog zachte glasmassa te drukken, die op de hals van de fles werd aangebracht. Het jaartal 1696 op het glaszegel van de fles geeft goede houvast voor de datering, maar alleen een jaartal is niet heilig. Er wordt ook goed gekeken naar de datering van de andere vondsten, want een stempel voor een glaszegel kon lang meegaan. De fles met glaszegel van de Lange Lakenstraat was geen eeuwig leven beschoren. Ergens tussen 1700 en 1750 is de fles gebroken en met gezegelde prins en al in de beerput beland.

Een jaar vol archeologie!

Het jaar 2017 is nog maar net begonnen en menig archeoloog heft een dezer dagen het glas op een nieuw mooi en archeologierijk jaar. Zo ook de leden van de Archeologische werkgroep Haarlem e.o. Maar de echte archeologie-liefhebber kijkt natuurlijk ook nog even achterom!

SchervenDSC08908
Het jaar 2016 zat vol met uiteenlopende archeologische zaken. Zo werd in de werkruimte van de AWH voortvarend gepuzzeld, geplakt en gedateerd. In totaal zijn zo enkele honderden kilo’s scherven uit de gracht van kasteel Huis ter Kleef onderzocht. Het betrof scherven uit de gracht naast de keuken, hetgeen ook bleek uit de vele kookpotten, bakpannen, vetvangers en andere keukenspullen. En ter voorbereiding op het onderzoek van de vele botjes uit de gracht, werden alvast enkele vondstzakken met botmateriaal steekproefsgewijs geteld. Dankzij deze telling heeft de bottenspecialist die dit jaar aan de slag gaat gelijk al een goed beeld van de aard en omvang van het materiaal.

DSC09279Opgraven
Veel archeologische werkzaamheden vinden binnen plaats, maar in 2016 kon er maar worden meegeholpen bij twee opgravingen in Haarlem. In het begin van het jaar werd enthousiast geholpen bij de opgraving van Bureau Archeologie Haarlem in de Bavokerk aan de Grote Markt, waarbij weer nieuwe muren van de voorganger van de huidige kerk werden blootgelegd. Daarnaast kon aan het eind van het jaar in het uiterste noordelijke puntje van Haarlem op het Delftplein met archeologisch bureau RAAP worden mee gegraven naar de IJzertijd. En met een dagje grondboren op buitenplaats Leyduin in het voorjaar was de variatie aan veldwerk en perioden compleet.

12512235_837449559693363_4490598193579538658_nPubliek en educatie
Naast zelf met archeologie bezig zijn is het vertellen en delen van archeologische ervaringen een zeer belangrijke taak van de AWH. Dit jaar haakten we met de opgegraven bouwmaterialen van kasteel Huis ter Kleef aan bij de dag van de Architectuur. Naast een fraaie selectie van schouwwangen, kloostermoppen en raamtraceringen kon het publiek de werkruimte van de AWH bekijken, waar op dat moment de scherven van potten en pannen van hetzelfde kasteel werden onderzocht. Een andere activiteit betrof het Brederode-jaar, waarbij o.a. de leden van de historische vereniging Santpoort werden rondgeleid over de ruïne van kasteel Huis ter Kleef (ooit eigendom van de familie Brederode) en voorafgaand in de AWH-werkruimte tekst en uitleg kregen over het onderzoek en voorwerpen uit de periode van de fullsizerender-1Brederodes konden bekijken. Naast het volwassen publiek was er ook uitgebreid aan dacht voor de jeugd. Gedurende drie weken had de gehele Ter Cleefschool uit Haarlem archeologie als thema. De AWH leverde veel rekwisieten voor een archeo-filmpje, een opgraving-diorama en een vitrine met echte vondsten van kasteel Huis ter Kleef. De leerlingen van groep 6, 7 en 8 bezochten ook de werkruimte van de AWH, deden zelf onderzoek en kregen een presentatie van de Huis ter Kleef-opgraving. Tot slot gingen tijdens de landelijke Archeologiedagen in oktober de deuren wijd open. In de Haarlemmer Kweektuin kon jong en oud kon workshops en lezingen volgen, kastelen bouwen grondboringen zien en bij een live opgraving kijken. Kortom, we hebben met veel plezier en passie onze archeologische verhalen met het publiek gedeeld!

Nieuwtjes0.90KLEV.0703.001
Op onze eigen website plaatsen we regelmatig uitgebreide berichten over onze werkzaamheden. Daarnaast hebben we onze vaste rubriek ‘Vondst van de Maand’ waarbij we telkens een leuk, zeldzaam of verrassend object belichten.

Projecten afgerond
De afgelopen jaren is het vondstmateriaal van het archeologisch onderzoek in de Damstraat (opgraving in 2002) en Grote Markt 16 (opgraving in 1991) uitgebreid onderzocht, gefotografeerd en getekend. De resultaten zijn beschreven in twee dikke rapporten. Dankzij het onderzoek van de Damstraat is er nu inzicht in de loop en fasen van de Haarlemse beek en de vroege bewoning. Daarnaast blijkt uit het onderzoek van de vondsten van Grote Markt 16 -de huidige ingang van de Verweyhal- dat de functie van het pand uiteenliep van souvenirswinkel en koffiehuis tot vischafslagershuis, De oudste vondsten dateren rond 1400.

Op stap
DSC00070Naast het werken met de scherven, de archeo-educatie en het meehelpen bij diverse opgravingen was er tot slot ook nog tijd voor kennisontwikkeling van de leden zelf. Zo gingen we richting Friesland voor een bezoek aan het Fries Museum in Leeuwarden, gevolgd door een bezoek en beklimming van de verdwenen, maar gevisualiseerde Uniastate in Bears. Een schitterend voorbeeld voor wat er met ons eigen kasteel Huis ter Keef in Haarlem zou kunnen. In december bezochten we tot slot Leiden, waar de Leidse burcht werd beklommen en het RMO werd bezocht.

Kortom, 2016 was een schitterend en dankbaar archeologisch jaar. We streven er naar om 2017 minstens zo archeo-enerverend te maken!

20161130_150031