Koken in de middeleeuwen

Tijdens het archeologisch onderzoek van het kasteel Huis ter Kleef in de Haarlemmer Kweektuin (1990-1994), zijn massa’s scherven keramiek gevonden. Veel van deze scherven zijn afkomstig van de potten en pannen die voor de voedselbereiding en het tafelen werden gebruikt.

Keukengerei
In de middeleeuwen werd het eten meestal in keukengerei van keramiek bereid. Keukengerei van metaal, zoals grapen (kookpotten), ketels en braadpannen waren erg duur en daarom zag je deze voorwerpen vooral bij de welgestelden en niet bij de gewone man. Zo zou het bezit van een boerenfamilie bijvoorbeeld kunnen bestaan uit kookpotten van keramiek, een paar houten nappen en schalen. Metalen keukengerei wordt echter niet vaak aangetroffen tijdens archeologisch onderzoek. Zo kennen we van Huis ter Keef slechts enkele fragmenten van metalen kookpotten. Het metaal was minder breukgevoelig en kon daarnaast als grondstof worden hergebruikt. Keramiek breekt daarentegen makkelijk en werd dan weggeworpen. De vele honderden kilo’s scherven uit de gracht van Huis ter Kleef illustreren dat er nog wel eens een potje tijdens het koken, tafelen of afwassen brak!

Koken, bakken en tafelen
Koken deed men lange tijd op een open vuur. Er werd een ketel van metaal boven het vuur gehangen, of er werd een grape bij het brandende hout/kolen gezet. Men kookte zo eenpansgerechten. De vuurplaats was in eerste instantie vaak in het midden van de ruimte, zodat deze werd mee verwarmd. Stenen huizen en kloosters kenden gemetselde schouwen tegen de wand, met een schoorsteen voor de rookafvoer naar buiten.
Naast koken werd ook gegrild, gerookt en in de oven gebakken. De oven werd eerst van binnen met takkenbossen warm gestookt. Daarna werd de oven schoongeveegd en vervolgens werden er broden in gebakken. Deze hadden de hoogste temperatuur nodig. Na het bakken van de broden was de temperatuur van de oven gedaald en werden er etenswaar in gebakken die niet zoveel warmte nodig hadden, bijvoorbeeld pasteien of taarten.
Het eten werd vervolgens op grote schalen opgediend en gezamenlijk opgegeten. Broodpap en soep gingen in kommen die men eveneens deelde. Van oudsher werd brood gebruikt om van te eten. Tijdens de maaltijden werden ook vaak de lepels gedeeld.

Ontwikkelingen
De middeleeuwen beslaan een periode van 1000 jaar. Kan je dan nog over een middeleeuwse keuken spreken? En is het logisch om over zo’n lange periode over één type keuken te spreken? Als je bedenkt dat er in deze periode weinig verandering was in de manier waarop men kookte, is het niet verwonderlijk dat heel lang min of meer op de dezelfde manier werd gegeten en dezelfde gerechten werden bereid. Er was geen ontwikkeling in de gerechten. Met andere woorden, naarmate de middeleeuwen vorderde zie je nauwelijks vooruitgang in de kookkunst. Het karakter en de verfijning van de gerechten werd bepaald door de kringen waarvoor het gerecht bedoeld was. Je zou kunnen zeggen dat de sociale achtergrond werd weerspiegeld in de gerechten die men at.

Smaak
Om de smaak van de middeleeuwse keuken te begrijpen moet naar de kookkunst van het Romeinse Rijk worden gekeken omdat deze nog lang na het verval van het Romeinse Rijk zijn invloed heeft behouden. De Romeinse smaak was hartig en gekruid met kruiden uit het Middellandse zeegebied. De gerechten waren mild van smaak. De scherpe specerijen uit Oost Azië werden vrijwel niet gebruikt.
Sinds de Karolingische tijd heeft de smaak zich sterk veranderd. De handel van Venetië met het Oosten is hier voor verantwoordelijk. In de 10de en 11de eeuw waren de schepen klein en de meeste winst was te behalen met niet veel plaats innemende artikelen die ten gevolge van hun zeldzaamheid heel kostbaar waren. De Aziatische specerijen voldeden hier aan. Deze werden vanuit het Oosten naar Klein-Azië gebracht en verder met schepen naar Venetië. Van hieruit werden ze over het land naar het noorden verhandeld, waar ze op de jaarmarkten werden geruild voor bijvoorbeeld Vlaams laken. Het gaat hier om bijvoorbeeld foelie, kruidnagel en een artikel uit Klein- Azië, saffraan. Een ander luxe product uit het Oosten, dat sinds de kruistochten in West -Europa gangbaar werd is de rietsuiker. Dit heeft gemaakt dat de middeleeuwse keuken, in tegen stelling tot de romeinse keuken, rijke stevige smaken heeft ontwikkeld zoals zuur en zoet en dat de gerechten stevig gekruid zijn.

Kookboeken
Het is niet bekend hoe nu precies de specerijen de smaak langzamerhand ingrijpend hebben beïnvloed en veranderd. Wat wij over recepten uit de middeleeuwen weten, is afkomstig uit kookboeken van de 14de en 15de eeuw. Van de periode voor de 14de eeuw ontbreken de kookboeken. Het eerste beroemdste kookboek was van de opperkok van de Franse koning Karel V. Dit dateerde uit omstreeks 1370. Het oudste kookboek uit de Nederlanden is uit 1510 genaamd Een notabel boexcken van cokeryen.

Rijk en arm
Wij hebben dus vooral een beeld wat de rijken aten. Op tafel van de rijken kwamen de meest lekkere gerechten terecht zoals pasteien gevuld met vis of vlees en iedere maaltijd bestond uit meerdere gangen. Over hoe de plattelands- en stadsbevolking zich heeft gevoed is niet veel te zeggen omdat daarover veel informatie ontbreekt. Dat de gewone man niet altijd kon rekenen op een gevarieerde maaltijd is zeker. Men kan vermoeden dat zij brood, graanpap, reuzel, worst en vis aten. Eventueel aangevuld met groenten zoals uien en kool. Waarschijnlijk werd er weinig tot geen fruit gegeten omdat dit niet als gezond werd beschouwd. Archeologische vondsten zouden hier een aanwijzing kunnen geven uit de botten en pitten die gevonden worden.

Eetpatroon
Zowel rijk als arm at twee keer per dag. Aan het einde van de ochtend en aan het einde van de dag. Verder werden de kerkelijke voorschriften gevolgd zoals de vastentijd voor Pasen (geen vlees en geen zuivel) en geen vlees op de vrijdag. Er werd dus veel vis gegeten en eieren. Als bijgerecht was brood belangrijk. Wit brood bij de welgestelden en roggebrood bij de armen. Melk werd niet gedronken. Hier werd kaas en boter van gemaakt. Wijn werd alleen door de rijken gedronken en bier door zowel de armen en de rijken. Kinderen begonnen er al op jonge leeftijd mee.

Voor de middeleeuwen kan je dus zeker zeggen ”de mens toont wie hij is door wat hij eet”.

2018: een jaar vol archeologie!

Archeologie is eigenlijk één groot jaarverslag over het verleden: van de verre prehistorie tot en met de Tweede Wereldoorlog. Een overzicht van slechts één jaar lijkt dat ook een speldenprikje in de tijd. Maar wie terugblikt op afgelopen jaar ziet dat er weer ontzettend veel is gedaan: van opgravingen tot publieksactiviteiten als NLDoet, Open Monumentendag en de Nationale Archeologiedagen. Kortom, 2018 was weer een fantastisch archeologisch jaar!

Veldwerk
Al zeer vroeg in jaar hielpen de AWH-leden enthousiast mee bij het archeologische onderzoek in de Haarlemmer kweektuin, waar zich de restanten van het kasteel Huis ter Kleef bevinden. Tijdens de aanleg van nieuwe nutsvoorzieningen werd door archeologisch Bureau BAAC een begeleiding uitgevoerd, waarbij muren en delen van de omringende gracht van de voorhof in kaart konden worden gebracht.

Een ander project waarbij leden van de AWH assisteerden is het onderzoek van Gierstraat 35. Behoud van het bouwvallige pand was niet mogelijk, maar dankzij de inspanningen van Team Archeologie van de gemeente Haarlem
kon het pand voorafgaand aan de sloop bouwhistorisch worden onderzocht. Na de sloop werd door archeologisch bureau ADC een onderzoek op het terrein uitgevoerd. De AWH hielp zowel bij het veldwerk als het wassen van de vondsten uit de aangetroffen beerput.
Tot slot werd onder auspiciën van Team Archeologie Haarlem in de Haarlemmer Kweektuin booronderzoek uitgevoerd. Door het zetten van grondboringen is de ondergrond van het kasteelterrein in kaart gebracht. Hierdoor is er meer inzicht in de relatie tussen de bodem en het gebruik van het terrein, van de prehistorie tot de Nieuwe Tijd.

Binnenwerk
Gedurende het hele jaar is gewerkt aan het puzzelen van de scherven keramiek en glas van diverse opgravingen. Naast het bekende meerjarige project kasteel Huis ter Kleef werd in de Bakenesserkerk geassisteerd bij het puzzelen van de scherven uit de beerputten van de Koningstraat en Gierstraat. Dankzij het geduldig puzzelen konden vele voorwerpen worden gereconstrueerd en gedateerd. Hierdoor hebben we bijgedragen aan een beter beeld van de bewoners van de locaties en gebruikers van de voorwerpen door de tijd heen. Het gruis uit de beerput van Gierstraat 35 werd aansluitend uitgeplozen en leverde vele kleine voorwerpen op als kraaltjes, kledinghaakjes, scherfjes, pitjes, pijpensteeltjes en zelfs stukjes zeventiende eeuws (wc-)papier!

Publieksactiviteiten
Het is altijd dankbaar werk om kennis en enthousiasme voor archeologie met het publiek te delen. Zo gaven leden van de AWH een lezing over de opgraving van de locatie Grote Markt 16, het smalle pandje pal naast het Archeologisch Museum. Over de vondsten en verhalen van deze opgraving werd door Team Archeologie in het Archeologisch Museum een leuke tentoonstelling gemaakt. En tijdens de Winterfair in het Kweekcafé in de Haarlemmer Kweektuin gaf een van de leden een presentatie over koken in de middeleeuwen. Hierbij werden ook echte middeleeuwse voorwerpen getoond die enkele meters verderop in de kasteelgracht waren opgegraven.
Met hulp van het publiek werd in samenwerking met de dienst Natuur Milieu Educatie (NME) van de gemeente Haarlem tijdens de landelijke vrijwilligersdag NLDoet de ruïne van het kasteel Huis ter Kleef in de Haarlemmer Kweektuin van bramenstruiken en struikgewas ontdaan, waardoor de ruïne weer zichtbaar en beleefbaar is voor het publiek.

Traditiegetrouw waren de leden van de AWH weer present tijdens de landelijke Open Monumentendag en de Nationale Archeologiedagen. Het thema ‘Europa’ van de Open Monumentendag werd luister bijgezet in de Haarlemmer Kweektuin. Op een standje kon het publiek opgegraven voorwerpen uit de gracht van het kasteel Huis ter Kleef bekijken. Veel van deze voorwerpen bleken afkomstig uit diverse Europese landen.
Voor het eerst mocht het publiek tijdens de Nationale Archeologiedagen onder begeleiding van archeologen van Team Erfgoed van de gemeente Haarlem en leden van de AWH zelf aan de slag met de kort daarvoor opgegraven scherven uit de beerput van Gierstraat 35. Veel Haarlemmers hadden de smaak al snel te pakken en wisten van een hoopje scherven weer fraaie voorwerpen te puzzelen. Het directe contact met het verleden werd als zeer uniek ervaren!

Bouwhistorie
Een nieuwe loot aan de stam is de in 2018 opgerichte Werkgroep Bouwhistorie Haarlem van de AWH. Naast de ondergrond is er bovengronds namelijk nog veel te ontdekken. De werkgroep heeft zich bezig gehouden met het oefenen van opmetingen en archiefonderzoek voor diverse locaties, waaronder een kelder van een particuliere woning en een heel bouwblok in het centrum van Haarlem. Het bouwblok herbergt mogelijk nog delen van een van de vele middeleeuwse kloosters die Haarlem rijk was.

Communicatie
Zelf bezig zijn met archeologie is fantastisch, maar het delen van alle ontwikkelingen en ontdekkingen met andere belangstellenden is natuurlijk nog veel leuker! Zo hebben we regelmatig op onze website berichten geplaatst, waaronder 10 keer de Vondst van de Maand. En via onze Facebook-pagina deden we wekelijks verslag van onze werkzaamheden. In totaal zijn er afgelopen jaar maar liefst 115 berichtjes op de Facebook-pagina geplaatst!

Samenwerking
Het jaar 2018 was een buitengewoon succesvol jaar, vol archeologie en fijne contacten met het publiek en de vele archeologen waarmee we hebben samengewerkt. Veel dank gaat dan ook uit naar de fantastische collega’s van Team Archeologie van de gemeente Haarlem!

Gebrandschilderd glas

De naam zegt het al; gebrandschilderd glas is vensterglas dat is beschilderd met een verfsoort, grisaille genaamd, dat door verhitting op het glas werd inbrand. Gebrandschilderd glas komt al voor sinds de middeleeuwen maar was voor de gewone man onbetaalbaar om aan te schaffen. Alleen in geestelijke instellingen en door rijke personen werd het gebruikt.

Mode
In afgelopen eeuwen vonden veel mensen het gebrandschilderd glas vaak oubollig en het hield ook licht tegen. Er werd vaak voor gekozen om de fraaie glaspanelen te vervangen voor kleurloos glas. Veelal werd het glas in lood uit de sponning gehaald, waarbij het glas werd stukgeslagen en het lood werd verzameld, want hier had je immers nog wat aan. Je kon er vislood van gieten of het lood verkopen bij de ijzerboer. Ook het glas werd verzameld en weer omgesmolten.

Glasvondsten
Een enkele keer wordt bij een opgraving dergelijk glaswerk aangetroffen, soms in enorme hoeveelheden, zoals in Roermond, waar een 1.200 kilo glas werd geborgen uit een kelder, en in Alkmaar 200 kilo uit een tonput. In mindere kilo’s werden ook vondsten gedaan in Zutphen en Oldenzaal. Vondsten van gebrandschilderd glas zijn in Haarlem zelden gevonden. Tot nu toe zijn in 50 jaar tijd maar twee complexen opgegraven, waarbij meerdere stukken van dit glas werden aangetroffen. Bij de opgraving Huis ter Kleef in de jaren 1990-1994 werden wat fragmenten aangetroffen uit de 15e eeuw en tijdens onderzoek in 1970 in de Frankenstraat zijn fragmenten uit de 17e eeuw gevonden.

Verwering
Soms is het glas niet aangetast door het lange verblijf in de grond en zijn de kleuren en beschildering in goede conditie. Maar als het glas is verweerd is het ondoorzichtig geworden en zelfs met een sterke lamp erachter kan vrijwel niets meer van de brandschildering worden waargenomen.

Strijklicht
Een goede manier om de brand-beschildering toch te bekijken en digitaal vast te leggen is om het glas wat schuin te houden waardoor met strijklicht van zon of lamp de contouren van de beschildering zichtbaar worden. Daar waar de grisaille is ingebrand is het glas dof, de rest van het glasoppervlak heeft wat glans gekregen door het strijklicht.

Gruis
Maar soms is het glas dusdanig aangetast dat het na verloop van tijd uiteenvalt in een hoopje klein gruis en vele glittertjes. We kunnen hier toch niet veel tegen doen, als we het glas impregneren zal in veel gevallen de grisaille-tekening wegvallen…

Ruïne kasteel Huis ter Kleef weer zichtbaar!

Op vrijdag 9 maart was het een drukte van belang in de Haarlemmer Kweektuin. Met ruim 40 vrijwilligers werden tijdens de landelijke vrijwilligersdag NLDoet diverse klussen op het terrein uitgevoerd. Een van de klussen betrof de ruïne van het kasteel Huis ter Kleef. Samen met vrijwilligers van de Haarlemmer Kweektuin en de NME van de gemeente Haarlem is de ruïne weer beter zichtbaar gemaakt.

Bramenstruiken
Onbekend maakt vaak onbemind. Nadat de ruïne van het kasteel Huis ter Kleef tussen 1990 en 1994 door de leden van de AWH was onderzocht is deze weer onder het zand verdwenen. Na verloop van tijd raakte de heuvel spontaan begroeid met diverse bomen, wat helaas niet bevorderlijk was voor de nog aanwezige restanten van het kasteel. Door de groei van de wortels wordt het muurwerk onder de grond langzaam uiteen gedrukt. Daarnaast tierden de bramenstruiken welig op de ruïneheuvel, waardoor er uiteindelijk nog maar bar weinig van de kasteelruïne was te zien. En dat is natuurlijk hartstikke zonde.

Snoeischaren, scheppen en beschermbrillen
Voorafgaand werden de vrijwilligers door de AWH enthousiast bijgepraat over de opgravingen van weleer en werden zowel oude afbeeldingen als enkele opgegraven voorwerpen getoond. Gewapend met deze nieuwe kennis was het tijd voor actie. Met snoeischaren, scheppen, beschermbrillen en een kettingzaag in deskundige NME-handen toog men richting de ruïne. De weergoden waren ons goed gezind, want al na 10 minuten gingen de eerste winterjassen uit.

Weer zichtbaar voor het publiek
Na een dag hard werken is een groot deel van de ruïne weer zichtbaar voor het publiek. En dat is belangrijk, want wie wil er nou niet genieten van een echte middeleeuws kasteel in de Haarlemmer Kweektuin? Dankzij de inzet van alle vrijwilligers is het kasteel Huis ter Kleef nu weer teruggegeven aan de Haarlemmers! En dan nemen we die spierpijn graag op de koop toe…

Media
Artikel Kasteelruïne Huis ter Kleef weer zichtbaar in Haarlems Dagblad (10-3-2018)

Terug naar Huis ter Kleef!

Inmiddels vriest het dat het kraakt, maar de afgelopen twee weken was het prima graafweer. Samen met archeologen van archeologisch bureau BAAC werd onder auspiciën van Team Erfgoed van de gemeente Haarlem een archeologische begeleiding in de Haarlemmer Kweektuin uitgevoerd. Aanleiding voor de werkzaamheden was de aanleg van nieuwe nutsvoorzieningen voor de huidige gebruikers van de Haarlemmer Kweektuin.

Sleuven in het gras
Over een groot deel van het terrein zijn sleuven voor de nieuwe kabels en buizen gegraven. De kans was zeer groot dat er archeologische sporen zouden worden aangetroffen, aangezien onder het grasveld en de huidige bebouwing een hele voorhof van het kasteel Huis ter Kleef schuil gaat. Van daar dat de werkzaamheden met grote belangstelling werden gevolgd door de archeologen en leden van de AWH.

Voorhof van het kasteel
Van de voorhof is tegenwoordig nauwelijks meer iets te zien in de Haarlemmer Kweektuin, maar tijdens archeologisch onderzoek in de jaren negentig van de vorige eeuw is al een deel van de ommuringen en de bijgebouwen van het kasteel, waaronder het complete poortgebouw blootgelegd. Daarnaast zijn toen enkele delen van de gracht om de voorhof aangesneden. Gezien de omvang van de werkzaamheden voor de nieuwe nutsvoorzieningen was de kans groot om nog onbekende delen van de voorhof aan te treffen. Door de sporen in kaart te brengen krijgen we een completer beeld van de voorhof.

Moesbedden en skeletten
Tijdens de eerste week van de graafwerkzaamheden waren de sporen en vondsten bescheiden. Naast enkele paalsporen, greppel uit de prehistorie, een skelet van een paard en moestuinbedden uit de periode dat het terrein als stadskweektuin in gebruik was, zijn er wat munten aangetroffen. Een bijzonder vondst was een deel van een menselijk, waaronder een incomplete schedel. Het skelet moet nog goed worden onderzocht, maar gemeentelijk archeoloog Sem Peters vermoedt op basis van een nabij het skelet gevonden munt dat het skelet uit de zestiende of zeventiende eeuw dateert.

Grachten en muren
In de tweede week werden zowel een sleuf recht voor de kaatsbaan -de zestiende-eeuwse ‘indoor tennisbaan’ van de heren van Brederode en tegenwoordig huisvesting voor de Yogastudio- als naast de witte nieuwbouw uit de jaren tachtig een sleuf gegraven. In beide sleuven werden stukken van de ommuring van de voorhof aangetroffen, evenals delen van de gracht die om het gehele voorhofterrein heeft gelegen. Naast scherven keramiek uit de zestiende en zeventiende eeuw zijn er enkele interessante voorwerpen van metaal gevonden. Zo is een van de metalen voorwerpen waarschijnlijk een wapen in de vorm van een hellebaard, een soort piek op een lans. Een ander intrigerend voorwerp is een klein bakje van loodtin met tekst (VENEZIA) en decoratie. Mogelijk gaat het om een relikwieëndoosje.

Uitwerken
De komende twee jaar worden alle sporen en vondseten door de archeologen van BAAC in detail uitwerkt en volgt een rapportage. De verwachting is dat het beeld van de voorhof dankzij de archeologische begeleiding van de aanleg van de nieuwe nutsvoorzieningen binnenkort een stuk completer zal worden!

Media
Artikel Haarlems Dagblad (2 februari 2018)
Filmpje RTV Noord-Holland (2 februari 2018)

2017: een jaar vol Haarlemse archeologie!

De eerste excursie voor 2018 staat in de steigers en er wordt al volop gepland voor komende graafwerkzaamheden. Daarnaast gaan we natuurlijk enthousiast voort met het puzzelen en onderzoeken van de vele scherven uit de gracht van kasteel Huis ter Kleef etc. Maar graag kijken we nog even achterom, want 2017 weer een topjaar voor de Haarlemse archeologie!

Scherven en gruis
Op de woensdagavonden werd met veel geduld gepuzzeld aan de vele duizenden scherven uit de westgracht van het kasteel Huis ter Kleef. Uit de scherven herrees vooral keukengerei in de vorm van kookpotten, vetvangers en koekenpannen. De vele voorwerpen werden aansluitend gefotografeerd en getekend. Daarnaast werd -samen met vrijwilligers van het Archeologisch Museum Haarlem- op woensdagochtend trouw het gruis uit de gracht van het kasteel uitgezocht, waarbij naast schubben, botjes en pitten ook nestels, pleisterwerk, knoopjes en zelfs een stukje textiel werden gevonden.

Boren
Samen met gemeentelijk archeoloog Sem is de ondergrond van het kasteel Huis ter Kleef door middel van grondboringen uitgebreid in kaart gebracht. Naast delen van de grachten die om de verdwenen voorhof hebben gelegen, werd ook een akkerlaag uit de prehistorie gevonden. Daarnaast kon de omvang van de kasteelgracht worden vastgesteld.

Meegraven
Na de ontdekking van de stadsmuur aan de Kinderhuisvest is de bijbehorende stadsgracht door een archeologisch bureau onderzocht. Diverse AWH-leden hebben daarbij enthousiast kunnen meehelpen. In de vulling van de stadsgracht zijn veel scherven keramiek uit de zeventiende eeuw opgegraven. Daarnaast hebben enkele leden meegeholpen bij het onderzoek van archeologisch bureau RAAP in de Waalse kerk in Haarlem. In het zand onder de vloer vond een van de AWH-leden met de metaaldetector maar liefst 45 munten. Deze munten dateren van circa 1520 tot eind negentiende eeuw. Tot slot werd AWH-lid en lokale deskundige Theo een archeologische begeleiding uit op de locatie Vijverpark in Overveen. Op dit terrein was in de twintigste eeuw het Marine hospitaal gevestigd en van de 17e eeuw tot 1900 stond hier blekerij Vreugdenberg.

Opgraving Haarlemse Beek
Tijdens de Nationale Archeologiedagen werd onder grote belangstelling van het publiek en de media de Haarlemse beek achter het Haarlemse stadhuis opgegraven. Onder leiding van het team van Bureau Archeologie Haarlem hebben de AWH-leden enthousiast geholpen om de overkluizing van de Haarlemse Beek bloot te leggen. Daarnaast werd de onderste trede van de Vredestempel weer in het zicht gebracht.

Lezingen en rondleidingen
Naast de archeologische werkzaamheden worden de ontdekkingen ook graag gedeeld met het publiek. Zo werden er tijdens de Haarlemse Dag van de Architectuur en de Open Monumentendag diverse rondleidingen in de Haarlemmer Kweektuin gehouden, waarbij de verdwenen grachten, de voorhof en het kasteel werden toegelicht. Voor de leden van de Historische Vereniging Haerlem werd samen met gemeentelijk archeoloog Sem een lezing in de Haarlemmer Kweektuin gegeven, waarbij de opgravingen uit begin jaren negentig en het booronderzoek van 2017 en de bouwhistorie van de Kaatsbaan werden belicht. Tijdens het Rondje Bakenes werden in de Bakenesserkerk diverse speedlezingen over de AWN-opgraving Krom 29-39 gehouden, waarbij het publiek in een kwartier werd bijgepraat over middeleeuwse ophogingslagen, beerputten uit voorbije eeuwen en tal van leuke vondsten.

Communicatie
Via de AWH-website zijn regelmatig nieuwtjes, activiteiten en vondsten van de maand (10 stuks) met het publiek gedeeld. Nieuw dit jaar was een eigen AWH Facebook-pagina. In totaal zijn er 105 (!) berichten in een jaar tijd geplaatst. De berichten worden zeer goed bezocht.

Excursies
In het kader van de eigen kennisontwikkeling reisden de AWH-leden ook een paar keer terug in de tijd. Zo werden de ruïne van Slot Teylingen in Sassenheim en het Huis van Hilde in Castricum bezocht. In Haarlem werd tot slot deelgenomen aan de Pottenbakkers-rondleiding van het Gilde, waarbij diverse locaties werden bezocht waar Haarlemse pottenbakkers hadden gewoond en gewerkt.

Kortom, 2017 was een schitterende jaar vol archeologie! Dank aan het team van Bureau Archeologie Haarlem en de vrijwilligers van het Archeologisch Museum Haarlem voor de fijne samenwerking. We maken van 2018 samen weer zo’n mooi jaar voor de Haarlemse archeologie!

 

In memoriam Jan Van Rijsbergen

Onze nestor is niet meer. Op 27 december is AWH-lid Jan van Rijsbergen op 82-jarige leeftijd overleden. Jan was sinds 1984 lid en heeft zich jarenlang met veel plezier voor zijn ‘club’ ingezet. Als geen ander kon hij uit een berg scherven weer een prachtige pot restaureren. Daarnaast was hij hofleverancier van opgraafkleding en rollen pakpapier van zijn zaak Smit & Van Rijsbergen, waarop wij de scherven van vele opgravingen uitgelegden en onderzochten. Logistiek stond Jan ook zijn mannetje. Zo fungeerde zijn grote Chrysler tijdens de opgraving van het kasteel Huis ter Kleef jarenlang als transportwagen voor de vele honderden kilo’s vondsten en opgraafspullen. Maar bovenal was Jan een gezellig en sociaal lid. Tijdens de winterdagen zorgde hij steevast voor warme soep op de opgraving en ’s zomers nam hij regelmatig voor iedereen haring mee. De laatste jaren wilde zijn geest nog wel maar begon het lichaam te sputteren. Toch bleef Jan tot voor kort trouw de werkavonden bezoeken. Nu is het echt voorbij. Jan, we zullen je missen.

Onze gedachten gaan uit naar de familie, vrienden en kennissen.

Erik Weber, voorzitter AWH