Kannen met baarden!

In deze rubriek wordt elke maand kort en krachtig een bijzonder, apart of juist heel gewoon opgegraven voorwerp belicht. Deze maand betreft het een baardman kan.

Onder de vele scherven die tijdens de opgraving van het Huis ter Kleef (1990-1994) zijn gevonden waren ook fragmenten van een bijzonder type kan, namelijk baardmannen. Dit zijn kannen uit de 16e eeuw tot en met de 18e eeuw, met op de hals een bebaard gezicht. De kan zelf kent verschillen van vorm; klein en bol of langgerekt met brede of smalle hals. Verder komen er ook andere versieringen voor op de buik, zoals acanthusblaadjes, medaillons etc. Dit is afhankelijk van de productieplaats en de ouderdom van de kan.

Huis ter Kleef
Een van de baardmankannen van Huis ter Kleef betreft een fraaie witte baardman kan. De kan is gemaakt in het Duitse Siegburg en dateert uit de periode 1550-1573. De kan is gedecoreerd met portret medaillons en acanthusblaadjes en een decoratieve band op de buik. En uiteraard is de kan van een fraai baardman-masker voorzien. De kan is vrijwel intact. Alleen het oor van de kan ontbreekt.

Herkomst
De baardmankannen komen uit het Rijnland, met name uit Keulen, Frenchen, Raeren en Sieburg. Een kan moet van hard en niet poreus materiaal zijn. Om deze harde structuur te krijgen werden de kannen op een hoge temperatuur van 1200-1400 graden Celsius gebakken. Niet iedere kleisoort is hiervoor geschikt. In het Rijnland, rondom Keulen, werd wel de goede klei soort aangetroffen.

Brandgevaar en oorlog
Van 1540- 1560 werden de pottenbakkers vanwege brandgevaar, produceren van giftige gassen en mogelijk ook op religieuze gronden uit Keulen geweerd en zijn naar het nabij gelegen Frenchen getrokken. Omdat de pottenbakkers in Frenchen op de zelfde wijze bleven produceerden is het moeilijk om het verschil te zien tussen de kannen gemaakt in Keulen of die uit Fenchen.
Onder invloed van oorlogsgeweld zijn rond 1600 de pottenbakkers opnieuw verhuisd. Dit keer naar Stadlohn en Vreden in West-Munsterland. Hier werd de productie van baardmankannen voortgezet. De productie in Frenchen is echter niet gestopt. In Frenchen zijn dan ook de meeste kannen gemaakt.

Productie
Na het draaien en drogen van de kannen werden de baardman-gezichten en de andere decoraties op de kannen aangebracht. Met behulp van een matrijs/mal krijgt een plakje klei de vorm van het gezicht. Dit gezicht werd met behulp van dunne kleipap op de hals van de kan geplakt. Op dezelfde wijze werden versieringen als bladranken en medaillons aangebracht. Daarna werden de kannen gebakken. Soms werd op de ongebakken kruik nog een dunne kleipap (engobe) aangebracht. Het resultaat was een egaal bruin gekleurde kan. De baardmankannen zijn voorzien van een zoutglazuur (NaCl). Vanaf de tweede helft van de zestiende eeuw werden met behulp van kobalt ook blauwe accenten aangebracht.

Wie o wie?
Op de vraag of het gezicht op de kannen een bepaalt persoon voorstelt is niet een definitief antwoord te geven. Wel zijn er een aantal suggesties:

Bellarminus of de hertog van Alva
De naam van Robertus Bellarminus (1542-1621), jezuïet en docent te Leuven en Rome wordt wel genoemd. Omdat hij als fel verdediger van de katholiek kerk zich keerde tegen het protestantisme en drank misbruik, zou zijn gezicht op de kan bedoeld zijn om hem belachelijk te maken. Opmerkelijk is dat in het Engels de baardman kan ‘bellamine’ wordt genoemd. Het is wel jammer dat de baardmankannen al ruim veertig jaar werden gemaakt voordat Robertus Bellarminus werd geboren.
Als andere mogelijkheid, die wordt wordt geopperd is dat de kannen de hertog van Alva (1507-1582) moesten bespotten. Ook hier geld weer dat de kannen er al waren voordat Alva door koning Phillips II als landvoogd naar de Nederlanden werd gestuurd.

Karel de Grote of wildeman
Sommige vergelijken de baardman kannen met de afbeelding van Karel de Grote op een reliekenbuste, die in Aken wordt bewaard. Karel de Grote wordt hier afgebeeld met een kort golvende baard en een strak gezicht overeenkomend met het gezicht op de kannen. Een andere suggestie is dat het bebaarde gezicht op de kan Christus moet voorstellen. Er zijn kannen met drie koppen op de hals, dit zou verwijzen naar de goddelijke drie eenheid. Een totaal andere verklaring is dat het gezicht op de kan de wildeman voorstelt. De wildeman, een mythische creatie met het uiterlijk van een mens maar dan geheel behaard, die een primitief leven leidde in de natuur, was als afbeelding erg populair in de middeleeuwse kunst.

Puntneus kannen
Als afsluiting moet hier nog de puntneus kan worden genoemd. Deze wordt gezien als de voorloper van de baardman kan. Beide kannen verschillen in de vorm van het gezicht. De gezichtjes van de puntneus kan zijn geboetseerd in plaats van met een mal aangebracht.

Lezing Martijn Akkerman over historische juwelen opgraving Grote Markt 16

Op dinsdagavond 3 april geeft juwelenhistoricus Martijn Akkerman (bekend van Tussen Kunst & Kitsch) een lezing over de historie van juwelen en in het bijzonder de juwelen die zijn opgegraven in Haarlem. De lezing vindt plaats in de Gravenzaal. Vooraf aanmelden is noodzakelijk, door een mail te sturen naar mvddries@haarlem.nl.

Beerput
Bij de opgraving Grote Markt 16 is een aantal bijzondere 18e eeuwse sieraden in een beerput aangetroffen. Deze unieke stukken, die zelden in een beerput gevonden worden, zijn door Akkerman onderzocht. In zijn lezing gaat hij in op de vaak emotionele band tussen juwelen en mensen. In zijn verhaal combineert hij de achtergrond van de juwelen met mode en andere vormen van (toegepaste) kunst. De kleinoden zijn op dit moment te zien in de tentoonstelling Schat in het Hart van de Stad in het Archeologisch Museum Haarlem.

Toegang en programma
De lezing wordt gehouden op dinsdagavond 3 april in de Gravenzaal. Voorafgaand kunt u de tentoonstelling Schat in het Hart van de Stad  bezoeken in het Archeologisch Museum Haarlem.

19.00-19.45: ontvangst in het Archeologisch Museum Haarlem met koffie en thee.
Hier kunt u de tentoonstelling Schat in het Hart van de Stad met de Haarlemse juwelen bezoeken
19.45-20.00: ontvangst Gravenzaal voor de lezing
20.00-22.00: lezing door Martijn Akkerman

Aanmelden
De toegangsprijs bedraagt 5 euro (inclusief een pauzedrankje). Dit is op de avond zelf alleen contant te voldoen. In verband met het beperkt aantal plaatsen is vooraf aanmelden noodzakelijk via mvddries@haarlem.nl.

Over Martijn Akkerman
Martijn Akkerman doet als juwelenhistoricus onderzoek naar de geschiedenis en ontwikkeling van Europese juwelen en publiceert in vaktijdschriften in binnen- en buitenland. Bij het grote publiek is hij bekend als juwelenexpert van het televisieprogramma ‘Tussen Kunst en Kitsch’.

 

Terug naar Huis ter Kleef!

Inmiddels vriest het dat het kraakt, maar de afgelopen twee weken was het prima graafweer. Samen met archeologen van archeologisch bureau BAAC werd onder auspiciën van Team Erfgoed van de gemeente Haarlem een archeologische begeleiding in de Haarlemmer Kweektuin uitgevoerd. Aanleiding voor de werkzaamheden was de aanleg van nieuwe nutsvoorzieningen voor de huidige gebruikers van de Haarlemmer Kweektuin.

Sleuven in het gras
Over een groot deel van het terrein zijn sleuven voor de nieuwe kabels en buizen gegraven. De kans was zeer groot dat er archeologische sporen zouden worden aangetroffen, aangezien onder het grasveld en de huidige bebouwing een hele voorhof van het kasteel Huis ter Kleef schuil gaat. Van daar dat de werkzaamheden met grote belangstelling werden gevolgd door de archeologen en leden van de AWH.

Voorhof van het kasteel
Van de voorhof is tegenwoordig nauwelijks meer iets te zien in de Haarlemmer Kweektuin, maar tijdens archeologisch onderzoek in de jaren negentig van de vorige eeuw is al een deel van de ommuringen en de bijgebouwen van het kasteel, waaronder het complete poortgebouw blootgelegd. Daarnaast zijn toen enkele delen van de gracht om de voorhof aangesneden. Gezien de omvang van de werkzaamheden voor de nieuwe nutsvoorzieningen was de kans groot om nog onbekende delen van de voorhof aan te treffen. Door de sporen in kaart te brengen krijgen we een completer beeld van de voorhof.

Moesbedden en skeletten
Tijdens de eerste week van de graafwerkzaamheden waren de sporen en vondsten bescheiden. Naast enkele paalsporen, greppel uit de prehistorie, een skelet van een paard en moestuinbedden uit de periode dat het terrein als stadskweektuin in gebruik was, zijn er wat munten aangetroffen. Een bijzonder vondst was een deel van een menselijk, waaronder een incomplete schedel. Het skelet moet nog goed worden onderzocht, maar gemeentelijk archeoloog Sem Peters vermoedt op basis van een nabij het skelet gevonden munt dat het skelet uit de zestiende of zeventiende eeuw dateert.

Grachten en muren
In de tweede week werden zowel een sleuf recht voor de kaatsbaan -de zestiende-eeuwse ‘indoor tennisbaan’ van de heren van Brederode en tegenwoordig huisvesting voor de Yogastudio- als naast de witte nieuwbouw uit de jaren tachtig een sleuf gegraven. In beide sleuven werden stukken van de ommuring van de voorhof aangetroffen, evenals delen van de gracht die om het gehele voorhofterrein heeft gelegen. Naast scherven keramiek uit de zestiende en zeventiende eeuw zijn er enkele interessante voorwerpen van metaal gevonden. Zo is een van de metalen voorwerpen waarschijnlijk een wapen in de vorm van een hellebaard, een soort piek op een lans. Een ander intrigerend voorwerp is een klein bakje van loodtin met tekst (VENEZIA) en decoratie. Mogelijk gaat het om een relikwieëndoosje.

Uitwerken
De komende twee jaar worden alle sporen en vondseten door de archeologen van BAAC in detail uitwerkt en volgt een rapportage. De verwachting is dat het beeld van de voorhof dankzij de archeologische begeleiding van de aanleg van de nieuwe nutsvoorzieningen binnenkort een stuk completer zal worden!

Media
Artikel Haarlems Dagblad (2 februari 2018)
Filmpje RTV Noord-Holland (2 februari 2018)

Lezing: Goud aan de Grote Markt over de opgraving Grote Markt 16

Maandag 22 januari organiseren wij samen met het Archeologisch Museum Haarlem een lezing over de opgraving aan de Grote Markt 16 (1990-1991). Sprekers zijn Theo Nieuwenhuizen en Gert Kats (beiden lid van de Archeologische Werkgroep Haarlem) en destijds betrokken bij het onderzoek.

Tijdens de lezing komt het onderzoek en de vondsten uitgebreid aan bod: hoe verliep de opgraving en wat kan er gezegd worden over de verschillende perioden van bouw en gebruik van het pandje? Wat is er allemaal in de beerputten gevonden en wat vertelt dit over de bewoners en gebruikers van deze plek, die vanaf de 13e eeuw bebouwd is geweest.

Uiteraard is het ook mogelijk om de tentoonstelling te bezoeken.

Toegang gratis. Deuren open om 19:45, lezing begint om 20:00 uur.

Archeologisch Museum Haarlem
Grote Markt 18k
2011 RD Haarlem

2017: een jaar vol Haarlemse archeologie!

De eerste excursie voor 2018 staat in de steigers en er wordt al volop gepland voor komende graafwerkzaamheden. Daarnaast gaan we natuurlijk enthousiast voort met het puzzelen en onderzoeken van de vele scherven uit de gracht van kasteel Huis ter Kleef etc. Maar graag kijken we nog even achterom, want 2017 weer een topjaar voor de Haarlemse archeologie!

Scherven en gruis
Op de woensdagavonden werd met veel geduld gepuzzeld aan de vele duizenden scherven uit de westgracht van het kasteel Huis ter Kleef. Uit de scherven herrees vooral keukengerei in de vorm van kookpotten, vetvangers en koekenpannen. De vele voorwerpen werden aansluitend gefotografeerd en getekend. Daarnaast werd -samen met vrijwilligers van het Archeologisch Museum Haarlem- op woensdagochtend trouw het gruis uit de gracht van het kasteel uitgezocht, waarbij naast schubben, botjes en pitten ook nestels, pleisterwerk, knoopjes en zelfs een stukje textiel werden gevonden.

Boren
Samen met gemeentelijk archeoloog Sem is de ondergrond van het kasteel Huis ter Kleef door middel van grondboringen uitgebreid in kaart gebracht. Naast delen van de grachten die om de verdwenen voorhof hebben gelegen, werd ook een akkerlaag uit de prehistorie gevonden. Daarnaast kon de omvang van de kasteelgracht worden vastgesteld.

Meegraven
Na de ontdekking van de stadsmuur aan de Kinderhuisvest is de bijbehorende stadsgracht door een archeologisch bureau onderzocht. Diverse AWH-leden hebben daarbij enthousiast kunnen meehelpen. In de vulling van de stadsgracht zijn veel scherven keramiek uit de zeventiende eeuw opgegraven. Daarnaast hebben enkele leden meegeholpen bij het onderzoek van archeologisch bureau RAAP in de Waalse kerk in Haarlem. In het zand onder de vloer vond een van de AWH-leden met de metaaldetector maar liefst 45 munten. Deze munten dateren van circa 1520 tot eind negentiende eeuw. Tot slot werd AWH-lid en lokale deskundige Theo een archeologische begeleiding uit op de locatie Vijverpark in Overveen. Op dit terrein was in de twintigste eeuw het Marine hospitaal gevestigd en van de 17e eeuw tot 1900 stond hier blekerij Vreugdenberg.

Opgraving Haarlemse Beek
Tijdens de Nationale Archeologiedagen werd onder grote belangstelling van het publiek en de media de Haarlemse beek achter het Haarlemse stadhuis opgegraven. Onder leiding van het team van Bureau Archeologie Haarlem hebben de AWH-leden enthousiast geholpen om de overkluizing van de Haarlemse Beek bloot te leggen. Daarnaast werd de onderste trede van de Vredestempel weer in het zicht gebracht.

Lezingen en rondleidingen
Naast de archeologische werkzaamheden worden de ontdekkingen ook graag gedeeld met het publiek. Zo werden er tijdens de Haarlemse Dag van de Architectuur en de Open Monumentendag diverse rondleidingen in de Haarlemmer Kweektuin gehouden, waarbij de verdwenen grachten, de voorhof en het kasteel werden toegelicht. Voor de leden van de Historische Vereniging Haerlem werd samen met gemeentelijk archeoloog Sem een lezing in de Haarlemmer Kweektuin gegeven, waarbij de opgravingen uit begin jaren negentig en het booronderzoek van 2017 en de bouwhistorie van de Kaatsbaan werden belicht. Tijdens het Rondje Bakenes werden in de Bakenesserkerk diverse speedlezingen over de AWN-opgraving Krom 29-39 gehouden, waarbij het publiek in een kwartier werd bijgepraat over middeleeuwse ophogingslagen, beerputten uit voorbije eeuwen en tal van leuke vondsten.

Communicatie
Via de AWH-website zijn regelmatig nieuwtjes, activiteiten en vondsten van de maand (10 stuks) met het publiek gedeeld. Nieuw dit jaar was een eigen AWH Facebook-pagina. In totaal zijn er 105 (!) berichten in een jaar tijd geplaatst. De berichten worden zeer goed bezocht.

Excursies
In het kader van de eigen kennisontwikkeling reisden de AWH-leden ook een paar keer terug in de tijd. Zo werden de ruïne van Slot Teylingen in Sassenheim en het Huis van Hilde in Castricum bezocht. In Haarlem werd tot slot deelgenomen aan de Pottenbakkers-rondleiding van het Gilde, waarbij diverse locaties werden bezocht waar Haarlemse pottenbakkers hadden gewoond en gewerkt.

Kortom, 2017 was een schitterende jaar vol archeologie! Dank aan het team van Bureau Archeologie Haarlem en de vrijwilligers van het Archeologisch Museum Haarlem voor de fijne samenwerking. We maken van 2018 samen weer zo’n mooi jaar voor de Haarlemse archeologie!

 

Haarlemse Archeologiedag groot succes!

Tijdens de Nationale Archeologiedagen werd op zondag 15 oktober jl. in het Prinsenhof achter het Stadhuis archeologisch onderzoek gedaan door de medewerkers Bureau Archeologie van de gemeente Haarlem en de leden van de Archeologische Werkgroep Haarlem (AWH). Het onderzoek richtte zich op de Vredestempel en de restanten van de Haarlemse Beek. De opgraving was niet alleen archeologisch succesvol. Ook het publiek kwam massaal bij het onderzoek kijken en vragen te stellen. Kortom, een zeer geslaagde Archeologiedag!

Overkluizing en traptrede

Vele handen maakten licht werk. In slechts een dag tijd werden niet alleen de klinkers voor de Vredestempel gerooid, maar werden ook de onderste traptrede van de tempel en werd een gedeelte van de overkluizing van de Haarlemse Beek blootgelegd. Het onderzoek is na de Archeologiedag nog enkele dagen voorgezet. De overkluizing van de Haarlemse Beek werd verder ontgraven. De schoon gepoetste overkluizing was daardoor goed te zien, evenals de latrine-achtige aanbouwsels en de kademuren van de beek. Er werden ook leuke vondsten gedaan, waaronder scherven, lakenloodjes en pijpenkopjes. En uit een beerkuil kwam onder andere een fraai middeleeuws boekslotje van messing tevoorschijn.

Standbeeld
Het raadsel van een plateau van baksteen bovenop de overkluizing van de beek is mogelijk opgelost. Op een oude ansichtkaart is op die plek namelijk het standbeeld te zien van Laurens Janszoon Coster, dat tegenwoordig op de Grote Markt staan. De sporen van de beek werden zorgvuldig ingemeten en getekend. En na een kijkgaatje voor toch net even wat extra informatie ging onherroepelijk het zand weer over de beek. Bij de vredestempel werd daarna nog de hoek bij de ontdekte derde tree in het zicht gebracht en is de ingang naar de beek aan de zijkant van de tempel vrijgemaakt. De opgraving is daarmee afgerond en de spullen zijn opgeruimd. Op naar de uitwerking van alle vergaarde vondsten en gegevens!

Media
Zowel de dagen voorafgaand aan de Archeologiedag als de dagen daarna was er veel belangstelling van de pers voor het onderzoek. Zo verschenen in het Haarlems Dagblad twee uitgebreide rapportages, stonden we in diverse huis aan huisbladen en was er een item op de Haarlemse zender 023TVonline in de vorm van een uitgebreid verslag van de opgraving bij de Vredestempel en de Haarlemse beek. Wie nog even wil nagenieten van de Archeologiedag op zondag 15 oktober kan hier het filmpje bekijken.

Beleef archeologie in Haarlem tijdens de Nationale Archeologiedagen!

Tijdens de Nationale Archeologiedagen op zaterdag 14 en zondag 15 oktober is in Haarlem ook van alles te beleven op archeologisch gebied. Op zaterdag 14 oktober geeft een archeoloog in het Archeologisch Museum Haarlem uitleg over de opgraving van de Eksterlaan. Op zondag is er een middeleeuwse dag in het museum en wordt in het Prinsenhof onderzoek gedaan naar de Haarlemse Beek. Het publiek is van harte welkom om bij het onderzoek te komen kijken en vragen te stellen. De activiteiten worden op beide dagen van 11:00 tot 17:00 uur gehouden.

Onderzoek Haarlemse Beek
Archeologen van Bureau Archeologie starten op zondag 15 oktober met het (vervolg)onderzoek naar de Haarlemse beek. Dit onderzoek voeren zij uit samen met de vrijwilligers van de Archeologische Werkgroep Haarlem e.o. Tijdens dit onderzoek wordt het overkluisde deel van de Beek blootgelegd op de locatie ‘ Prinsenhof’, achter het Stadhuis van Haarlem, tegenover het Stedelijk Gymnasium. De oude Beek stroomde (grotendeels overkluisd) onder het centrum van Haarlem door om uit te monden in het Spaarne. In de vijftiende eeuw zijn delen van de beek overkluisd. De overkluizing in het Prinsenhof lijkt echter, gezien het gebruikte type bakstenen, uit de zeventiende eeuw te stammen. Het Prinsenhof ligt aan de Jacobijnenstraat.

Middeleeuwse dag
Op zondag 15 oktober organiseert het Archeologisch Museum Haarlem een middeleeuwse dag in het teken van ‘beleef de middeleeuwen met Cornelis’. Een verhalenvertelster vertelt spannende verhalen over Cornelis, de middeleeuwer die in 2012 onder de Botermarkt is gevonden en die als reconstructie weer in het museum tot leven is gebracht. Er zijn ook verschillende middeleeuwse spelletjes en knutselactiviteiten. Het Archeologisch Museum Haarlem ligt aan de Grote Markt 18k.

Vondsten van de Eksterlaan
Wie meer wil weten over het onderzoek van de Eksterlaan en de resultaten hiervan kan op zaterdag 14 oktober in het Archeologisch Museum Haarlem terecht. Dan zijn er vondsten te zien, vers van het onderzoek, en komt een archeoloog vertellen over de prehistorie en middeleeuwse ontdekkingen die daar gedaan zijn. Het Archeologisch Museum Haarlem ligt aan de Grote Markt 18k.

Meer archeologie?
Kijk op www.archeologiedagen.nl voor een compleet overzicht van alle landelijke activiteiten die tijdens de Archeologiedagen worden uitgevoerd.

 

Oude stadsmuur ontdekt!

19884391_1236048546524327_7338690993380353193_n

Prachtig nieuws! Op vrijdag 8 juli is bij de Kinderhuisvest in Haarlem door archeologen van onderzoeksbureau EARTH Integrated Archaeology een stuk van de middeleeuwse stadsmuur opgegraven. De stadsmuur dateert uit de veertiende of vijftiende eeuw en is ontdekt tijdens rioleringswerkzaamheden.Onder de stadsmuur zijn houten funderingspalen aangetroffen. Door het onderzoek van jaarringen in het oud, kan zo wellicht de bouwperiode van de stadsmuur nauwkeurig worden bepaald. Het stuk stadsmuur is inmiddels verwijderd om plaats te maken voor nieuwe riolering.

 

Stadsgracht
Na de ontdekking van de stadsmuur is afgelopen dagen ook de bijbehorende stadsgracht onderzocht. Diverse AWH-leden hebben daarbij enthousiast kunnen meehelpen. In de vulling van de stadsgracht zijn veel scherven keramiek uit de zeventiende eeuw opgegraven. Daarnaast zijn met de metaaldetector een muntje en diverse spijkers gevonden. Binnenkort worden de vele vondsten en documentatie uitgewerkt en kan het verhaal over dit spannende stukje Haarlem worden geschreven!

 

        


In de media:

Haarlems Dagblad (8 juli)

 

 

 

 

 

 

 

 

foto opgraving stadsmuur: Ad Timmers.

Een beschreven biscuitje

In deze rubriek wordt elke maand kort en krachtig een bijzonder, apart of juist heel gewoon opgegraven voorwerp belicht. Deze maand betreft het een stukje biscuit.

Tijdens opgravingen worden vaak enorme hoeveelheden vondsten gedaan, waarvan een groot deel uit scherven keramiek bestaat. Deze scherven hebben dan al een heel leven achter de rug als kookpot, kannetje of pispot. Tijdens het dagelijks gebruik sneuvelde er gemakkelijk wat potten of pannen en was een nieuw exemplaar zo gekocht. Ook kon het zijn dat een pispot expres werd weggegooid, omdat deze na verloop van tijd sterk naar de urine begon te ruiken. Naast deze gebruikte voorwerpen vinden we heel soms voorwerpen of fragmenten die de gebruikers nooit hebben bereikt. Het gaat namelijk om misbrand of om halffabricaten.

‘t Krom
In 1988 is door de Archeologische Werkgroep Haarlem (AWH) onderzoek verricht in de Bakenesserbuurt te Haarlem. Ter hoogte van ‘t Krom 29-39 kon op de locatie van enkele gesloopte panden archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. Op het terrein werden diverse ophogingslagen uit de middeleeuwen aangetroffen. Verder werden zes beerputten en waterputten op het terrein opgegraven, daterend van de veertiende tot en met de achttiende eeuw. Uit een van deze beerputten is een bijzonder fragment van een bord gevonden: een beschreven biscuitje. De scherf biscuit is aan de hand van de overige voorwerpen uit dezelfde laag in de beerput dateerbaar in de periode 1600-1650.

Biscuit
Het ‘beschreven’ fragment van het bord is een halffabricaat, biscuit genaamd. Dit is een term voor voorwerpen die door de pottenbakker één keer zijn gebakken, daarna worden beschilderd en van glazuur worden voorzien en vervolgens nog een tweede keer worden gebakken. Daarna waren de voorwerpen klaar voor de verkoop. Het bordfragment uit de beerput heeft de fase van beschildering echter niet gehaald. Mogelijk was het bord tijdens het bakken in de oven krom getrokken of gebarsten, waardoor het niet meer bruikbaar was voor verdere verwerking. De pottenbakker heeft het biscuitbord in ieder geval afgekeurd voor verdere verwerking. Eén scherf heeft hij nog gehouden en als notitieblokje gebruikt. Op de rand van het bordfragment zijn namelijk met inkt letters in combinatie met cijfers geschreven. Dergelijke vondsten zijn ook bekend uit Delft en betreffen vermoedelijk de ovenadministratie van een pottenbakker.

Pottenbakkers
Gedurende de zeventiende eeuw waren diverse pottenbakkers in en nabij de Bakenesserbuurt gevestigd of woonachtig. Mogelijk is het aangetroffen fragment met annotatie afkomstig van Adriaan Claesz. Blanckert, die in 1656 als plateelbakker in de Valkestraat wordt genoemd. De Valkestraat grenst namelijk met het perceel met het opgravingsterrein ter hoogte van ‘t Krom 29-39. Blanckert kocht het pand ‘De Vergulde Coorenmaat’ van Trijntge Paulus. Het pand wordt in 1652 vermeld en is dan in eigendom van Theunis Jansz, ‘in zijn leven Corenmaeter’. Naast het bordfragment van biscuit met annotatie, is nog een fragment van een tweede bord van biscuit en een gelobt oor van biscuit voor een papkom in dezelfde laag van de beerput aangetroffen. Het zijn stille getuigen van de pottenbakkersindustrie waar Haarlem in de zeventiende eeuw beroemd om was.

Deugden op een Siegburger snelle

In deze rubriek wordt elke maand kort en krachtig een bijzonder, apart of juist heel gewoon opgegraven voorwerp belicht. Deze maand betreft het een snelle met bijzondere decoratie.

Bij de opgraving van Huis ter Kleef zijn fragmenten van meerdere snellen gevonden. Snellen zijn slanke drinkkannen van steengoed. De snelle heeft een hoge cilindrische, naar boven enigszins conisch toelopende grondvorm. De vorm is afgeleid van houten voorwerpen die kuipers maakten. Kenmerkend zijn de banden onder en boven, die lijken op hoepels die de oorspronkelijk van hout gemaakte voorwerpen bijeenhielden. Ze zijn in Siegburg vervaardigd, een plaats niet ver van Keulen. Enkele typische producten die daar gemaakt werden zijn o.a. trechterbekers en Jacobakannen. Kenmerkend is het gebruik van witte klei. In de tweede helft van de 16de eeuw komt de slanke snelle in de plaats van de Jacobakannen.

Reliëfdecoraties
De snellen zijn vaak uitbundig versierd met reliëfdecoraties. Deze fijn uitgewerkte reliëfs waren mogelijk vanwege de fijne structuur van de klei. In kleimatrijzen konden de versieringen gemaakt worden, die vóór het bakken op de snelle konden worden aangebracht. Dit worden appliques of in het Duits ‘Auflagen’ genoemd. Veel reliëfornamenten werden naar het voorbeeld van prenten of plaquettes uitgevoerd. Veel scenes kwamen uit de bijbel of de mythologie, maar ook wel uit het profane leven. Verhalen uit het Oude Testament komen veel voor en uit het Nieuwe Testament vooral de gelijkenissen van Jezus. De verhalen sluiten aan bij de alledaagse belevingswereld van de mensen. Ook werden scenes in medaillons of in ruiten aangebracht, met daaromheen ornamenten met ranken en grotesken.

Deugden
De hoge vorm van de snelle leent zich bij uitstek voor het aanbrengen van langwerpige rechthoekige appliques. Het exemplaar van Huis ter Kleef is daar een goed voorbeeld van. Hier zijn vrouwen, gedeeltelijk naakt, in draperieën afgebeeld. Het zijn personificaties van deugden. Hoe moet je abstracte begrippen zoals deugden uitbeelden? Al vanaf de Oudheid zijn deugden afgebeeld in de vorm van vrouwenfiguren met attributen om ze beter herkenbaar te maken. In de Griekse oudheid noemde Plato al vier deugden die burgers moesten bezitten in de ideale stadstaat: de vier kardinale deugden Prudentia (Wijsheid), Temperantia (Matigheid), Fortitudo (Dapperheid, Kracht) en Justitia (Gerechtigheid). Later worden daar de drie christelijke deugden aan toegevoegd: Fides (Geloof) Spes (Hoop) en Caritas (Liefde).

Caritas en Fortitudo
Als voorbeeld voor de snelle uit Huis ter Kleef hebben plaquettes van Peter Flötner (werkzaam in Nürnberg) gediend, die hij ca. 1540 heeft gemaakt. Dit zijn plaatjes van lood met een voorstelling in reliëf. Ze konden gebruikt worden als voorbeelden voor edelsmeedwerk en ook keramiek. Zo zijn ze ook gebruikt als voorbeeld voor Keuls steengoed. Dankzij de voorbeelden van Peter Flötner zijn de details ook beter te verklaren. Op de Kleefse snelle zijn Caritas en Fortitudo te herkennen. Caritas, die in een landschap staat, is de vrouw met een kind op de arm en een tweede kind aan haar voeten. Het grotere kind reikt haar een peer aan, een verwijzing naar de liefde van Christus. Het is grotendeels verdwenen maar het hoofdje en armpje met de peer is nog te zien. Het opschrift boven haar hoofd luidt: DE LIEFTDE. Het landschap van Flötner is hier gereduceerd tot een boompje.

De volgende figuur is Fortitudo de Kracht of Dapperheid, die als attribuut de zuil heeft. Ook zij staat in een landschap. Haar rechterarm rust op een stuk zuil en aan haar voeten ligt een kapiteel. Haar hoofd ontbreekt en een groot deel van de banderol boven haar hoofd. Nog wel te lezen is: D. .TE… waarschijnlijk DE STERCKEIT. Van de derde figuur is weinig over, alleen nog een kelk en een stuk van de draperie. Aan de hand van de voorbeelden van Peter Flötner komt Fides, het Geloof in aanmerking. Zij heeft als attribuut de kelk met hostie en het kruis.

De snelle uit Huis ter Kleef kan vergeleken worden met complete exemplaren van het Hetjens Museum in Düsseldorf, een keramiekmuseum. Daar zijn soortgelijke snellen in de collectie waarop bovengenoemde deugden te zien zijn. De deugd Fides heeft als opschrift DER GHELOF en het opschrift van Fortitudo kon aangevuld worden.

Tegenhangers
De deugden hadden ook tegenhangers. Tegenover Caritas staat Avaritia (Gierigheid), tegenover Fides Infidelitas (Ongeloof) en Idolatria (Afgoderij) en tegenover Fortitudo Timor (Vrees). De kerk vond vooral de ondeugden Libido (Lust) en Avaritia (Gierigheid.) het slechtst. Deugden en ondeugden konden in allerlei combinaties op snellen worden aangebracht. In het Hetjens Museum is bijvoorbeeld een snelle met Fortitudo met Hovaardigheid en Toorn te zien.

De decoraties op het steengoed hadden een betekenis voor de gebruiker. In samenhang met een humanistische vorming diende het beeld tot stichting en lering. Deugden waren er om nagestreefd te worden, voor ondeugden moest men oppassen.