Het ei van de Damstraat

In deze rubriek wordt elke maand kort en krachtig een bijzonder, apart of juist heel gewoon opgegraven voorwerp belicht. Deze maand betreft het een ei.

Onder uiterst zware omstandigheden is in 2002 een archeologisch onderzoek tijdens de0.02DAM.BP3D.999 bodemsanering in de Damstraat gehouden. Tussen de ronkende graafmachines kon gelukkig veel van de vroege geschiedenis van Haarlem worden gedocumenteerd en opgegraven. Naast enkele dikke muren van bebouwing en de loop van de Haarlemse beek zijn ook diverse beerputten en waterputten aangetroffen. Uit een van de beerputten kwam een uiterst tere vondst, namelijk een compleet ei.

Beerput
Het ei uit de beerput wordt aan de hand van de overige vondsten in het begin van de vijftiende eeuw gedateerd. De schaal van het ei is oorspronkelijk wit, maar door het eeuwenlange verblijf in de beerput is de buitenkant letterlijk ‘poepbruin’ van kleur. Het ei is 3.9 bij 5.2 cm groot en betreft een kippenei. Het ei heeft een gewicht van 8.5 gram maar een recent ei van dezelfde afmetingen weegt circa 50.3 gram. De inhoud van het aangetroffen ei is geheel ingedroogd. Bij het schudden van het ei hoor je nog dat er “iets” in zit, waarschijnlijk is dit de dooier.

Stukjes eierschaal
Resten van eieren, vooral de schaal, worden wel meer gevonden tijdens archeologisch0021 onderzoek. Waarschijnlijk betreft dit de restanten van een maaltijd of een bereiding in de keuken. Het is echter zeer bijzonder als een ei nog geheel compleet wordt aangetroffen.

Weggeworpen
Waarom het ei van de Damstraat is weggeworpen weten we helaas niet, maar het vermoeden is dat het ei niet meer eetbaar werd geacht. Helaas beschikte de middeleeuwse bewoner van de Damstraat nog niet over het ‘handigheidsboekje’ uit circa 1950, waar in het hoofdstuk over “bewaren en vershouden van levensmiddelen” bij tip nummer 30 het volgende staat vermeld: “eieren kan men jarenlang goed houden, wanneer men ze verscheidene malen in een tot op 38 graden Celsius verwarmde waterglasoplossing dompelt, goed afdroogt en op een houten rooster legt”.

Kippen
De kip (Gallus Gallus Domesticus) werd al rond 3200 v. Chr. in Azië en India gehouden vourouders van kippenen vanaf het jaar 1400 v. Chr. in Egypte. De eerste gedomesticeerde kippen kwamen rond 700 v. Chr. in Zuid- Europa terecht. Tegenwoordig komt de kip vrijwel overal ter wereld voor. De voorouder van de kip is het Bankavihoen of het rode kamhoen  (Gallus Gallus). Dit hoen komt nog steeds voor in zuidoost–Azië en India en is ongeveer zo groot als een krielkip.

De bajonet van Bloemendaal

In deze rubriek wordt elke maand kort en krachtig een bijzonder, apart of juist heel gewoon opgegraven voorwerp belicht. Deze maand betreft het een bajonet.

Op 19 april 2013 werd door enkele leden van de AWH een waterput naast de dorpskerk inBloemendaal-Dorspkerk-w200
Bloemendaal onderzocht. Nadat het water uit de put was gepompt werden diverse voorwerpen op de bodem aangetroffen, waaronder diverse grafvazen, een uitzetroede van een raam, wat stopverf, dakpannen en een deel van een houten putdeksel. Een onverwachte en bijzondere vondst betreft een complete bajonet met leren schede, welke op een smalle richel in de waterput werd aangetroffen.

Raadsel
De vondst van de bajonet stelt de archeologen voor een klein raadsel. Want hoe komt een militair voorwerp netjes op de richel in een waterput, en hoe oud is de bajonet eigenlijk en bajonetvoor wie is de bajonet ooit gemaakt? De bajonet is maar liefst 50 cm lang, waarvan 37 cm het lemmet betreft. Het lemmet was overigens nog vlijmscherp. De houten belegplaatjes op de handgreep waren door het langdurige verblijf in het putwater zacht geworden. Inmiddels zijn ze geconserveerd. Het leer van de schede was echter grotendeels vergaan. Alleen de metalen mondopening en de metalen punt van de schede hebben de tand des tijd overleefd. De waterput is na het onderzoek afgedekt met een fraaie sluitsteen, mogelijk gemaakt door de Vrienden van de Dorpskerk.

Duitse keizer
Onderzoek wijst uit dat het om een Duitse bajonet van het type S98/05 gaat, bedoeld voorkaiser_wilhelm_II-02 het ‘Gewehr 98’. Zo staat op de zijkant van het lemmet het merk Weyersberg, Kirschbaum u. Cie., (WK & C), Solingen en is op de rug van het lemmet de gekroonde W14 te zien, van Wilhelm II van Pruisen (regeerperiode 1888-1918). Wilhelm II was staatshoofd van het Duitse Keizerrijk en het Koninkrijk Pruisen. De bajonet is gemaakt in het jaar 1914. Hoe de bajonet in onze streken en vervolgen in de waterput is beland blijft gissen. Is de bajonet doorgebruik tot in de Tweede Wereldoorlog en tijdens de bezetting zoek geraakt? Of is het wellicht toch kwajongenswerk geweest? De bajonet lijkt in ieder geval zorgvuldig te zijn verborgen in de waterput, met de intentie om hem later nog te kunnen ophalen.

Berendoder
De eerste toepassing van een wapen dat pas later ‘bajonet’ genoemd zou worden, gebeurde in de jacht. Vooral in het dichtbeboste noorden van Spanje joeg men op beren. De beer diende op de juiste plaats geschoten te worden. Een zwaargewonde beer kon de jager doden, aangezien de geweren die men in de 16e en 17e eeuw gebruikte slechts enkelschots waren, en snel herladen onmogelijk was. Men zocht toen naar een reservewapen om zich ook met een ongeladen geweer tegen een berenaanval te kunnen beschermen. Hiervoor plaatste men ‘plugbajonetten’ in de loop, een jachtmes waarvan het handvat uit een stuk hout bestond dat men in de loop stak.

Militaire toepassing
In de 17e eeuw vond dit wapen een nieuwe, ditmaal militaire toepassing. Net als de jagers ng4.8in die tijd hadden ook de legers nog geen snel herlaadbare geweren. Tijdens de tientallen seconden die de schutters nodig hadden om hun geweren klaar te maken voor een nieuw schot waren ze erg kwetsbaar. Aangezien elke schutter standaard nog een zwaard of mes bij zich droeg was een plugbajonet een stap in de juiste richting. Het handvat van een plugbajonet werd zo vormgegeven dat het in de loop van het geweer paste en de schutter dus over een lans kon beschikken indien hij niet genoeg tijd had om zijn geweer te herladen. Nadeel van dit systeem is dat er onmogelijk geschoten kan worden wanneer de loop geblokkeerd wordt door de bajonet.

Verschillende succesvolle, en veel talrijkere mislukte, experimenten volgden tot men de eerste ‘hulsbajonet’ ontwikkeld had. Hierbij plaatste men de bajonet door middel van een soort buis over het voorste gedeelte van de loop, zonder dat het schieten gehinderd werd. De meeste landen maakten echter in de loop van de 19e eeuw de overstap naar de zwaardbajonet. Dit type bajonet was een volwaardig zwaard of mes met handvat en snijdend lemmet dat eveneens op een geweer geplaatst kon worden. Dit is vandaag de dag nog de meest gebruikte soort bajonet en bestaat in alle vormen en maten.DSC07697

 

Met dank aan bajonet.be

Aan de slag!

Eindelijk was het dan zover… Met veel plezier zijn we van de week gestart met de DSC07810uitwerking van de laatste keramiek uit de slotgracht van het kasteel Huis ter Kleef. Het betreft hier niet zomaar wat keramiek, maar het gaat om 47 kratten met enkele honderden kilo’s scherven uit de slotgracht naast de keukenvleugel. Naar verwachting zal er dus veel keukengerei in de vorm van kookpotten, bakpannen, kommen kunnen worden aangetroffen.

Puzzelen
Alle scherven keramiek worden netjes per vondstlaag en per keramieksoort uitgelegd, DSC07806waarna de verschillende scherven uitgebreid aan elkaar worden gepast. Na verloop van tijd ontstaan er zo complete en herkenbare voorwerpen uit de losse scherven. Deze voorwerpen worden zorgvuldig gelijmd, gefotografeerd en getekend. Alle voorwerpen en de resterende scherven worden vervolgens gedateerd.

Vragen
Om inzicht te krijgen in de handelsrelaties uit het verleden wordt waar mogelijk de productieplaats van de potten en pannen in kaart gebracht. Ook wordt de oorspronkelijke functie van de voorwerpen bepaald waardoor er een goed beeld ontstaat van de verschillende gebruiksfuncties. Samen met de vondstlocatie in de slotgracht geeft dit aan welke activiteiten, in welke periode, waar in het kasteel hebben plaatsgevonden. Met andere woorden, waar in welke periode werd gegeten, gekookt en geslapen. Ook kan aan de hand van de gedateerde keramiek worden vastgesteld in welke periode het kasteel is gebouDSC07834wd en wanneer en vleugels en torens zijn aangebouwd. Na afronding van het onderzoek worden de bevindingen in dik wetenschappelijk rapport en een fraai glossy publieksboek gepubliceerd.

Opgraving
De opgraving van het kasteel Huis ter Kleef heeft in de periode 1990-1994 plaatsgevonden. Na het eerste publieksboek ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van Haarlem en de bijbehorende tentoonstelling in het Archeologisch Museum Haarlem, is in 1996 gestart met de grootschalige uitwerking van het hele kasteelcomplex. Dit betreft zowel het kasteel, de omringende slotgracht als het bijbehorende voorhof met bijgebouwen. In de afgelopen jaren zijn vrijwel alle vondsten uit de slotgracht onderzocht, waaronder veel voorwerpen van metaal, bouwmateriaal, leer, bot, textiel en hout. Samen vormen ze een belangrijk onderdeel van het unieke verhaal over de bewoningsgeschiedenis van dit Haarlemse kasteel.

DSC07848

 

Laatste ronde Damstraat!

Wie de tentoonstelling ‘Handel en Wandel in de Damstraat: 600 jaar bedrijvigheid tussDSC04971en Spaarne en Markt’ nog wil zien moet snel zijn. De tentoonstelling is nog maar een kleine week te bekijken. Op 14 september valt het doek. Kortom, rep je komende dagen naar het Archeologisch Museum aan de Grote Markt, daal af en bekijk een van de meest spectaculaire opgravingen van de afgelopen decennia.

De tentoonstelling vertelt het verhaal over het ontstaan van de Damstraat in de 13e-eeuw en het gebruik van dit ‘zelfgemaakte’ stukje Haarlem in de zes eeuwen erna. Opgravingsvondsten, kaarten, foto’s, en historische objecten illustreren deze geschiedenis.

In vroeger tijden was het Spaarne veel breder dan nu. Het water kwam bijna tot aan wat nu het Klokhuisplein is. In de buitenbochten slijpt de rivier zijn loop steeds verder uit. Reden genoeg voor de jonge stad Haarlem, om een van die buitenbochten, dichtbij de markt en de Bavokerk, aan te plempen.

De eerste aanplemping moet al rond 1250 zijn geweest, de tweede vond plaats rond 1300. POSTER_handel en wandel_webDoor deze aanplempingen ontstond de Damstraat, die bij het Spaarne uitliep op het Slepershoofd. Daar stond al sinds de 14e eeuw een houten kraan, die de lading uit de aangemeerde boten op de kade hees. De Damstraat verbindt het Slepershoofd met de markt. Daar was ook een korenbeurs gevestigd.

In de Damstraat vond vanaf haar ontstaan in de middeleeuwen handel en nijverheid plaats. Aan de zuidzijde woonden ambachtslieden zoals bakkers, huikmakers, kraanwerkers en slepers. Aan de noordzijde verrezen grotere en fraaie gebouwen zoals het Fundatiehuis en het Waaggebouw en er waren verschillende herbergen. De huidige Waag is een laat 16e eeuws gebouw, waar tot 1915 goederen werden gewogen.

De tentoonstelling is samengesteld in samenwerking met de Archeologische Werkgroep Haarlem.

Een kannetje van gravin Jacoba!

In deze rubriek wordt elke maand kort en krachtig een bijzonder, apart of juist heel gewoon opgegraven voorwerp belicht. Deze maand betreft het een jacobakan.

Jacoba van BeierenHet leven van gravin Jacoba van Beieren (1401-1436) was tragisch, zowel privé als politiek. Ze trouwde vier keer, maar haar huwelijken waren gedoemd te mislukken. Ze werd gedwongen haar graafschappen af te staan aan de hertog van Bourgondië. Uiteindelijk werd Jacoba op het kasteel Teylingen in Sassenheim  gevangengezet, waar ze de laatste jaren van haar korte leven sleet. Tijdens werkzaamheden aan het kasteel in de zeventiende eeuw werden diverse slanke grijze kannetjes van steengoed gevonden. Sommige geschiedschrijvers dachten dat Jacoba haar tijd met pottenbakken heeft doorgebracht, maar dit is een fabeltje. Dit type kannetjes dateert uit circa 1375-1425, oftewel van voor de tijd dat Jacoba op kasteel Teylingen gevangen zat. Afgezien hiervan is het ook wat onwaarschijnlijk dat een voormalig gravin zich als gepassioneerd pottenbakster zou hebben ontpopt. Geheel onbewust hiervan zijn de gevonden kannetjes in de zeventiende eeuw hierdoor spontaan naar haar vernoemd.

Duitse kannen90 klev v 0669
De zogenaamde jacobakannetjes zijn afkomstig uit de Duitse stad Siegburg, nabij Keulen. Siegburg was toen één van de belangrijkste pottenbakkerscentra. In Siegburg werd vooral grijskleurig schenkgerei en drinkgerei gemaakt. De klei rond Siegburg bevatte nauwelijks ijzerdeeltjes, waardoor de voorwerpen licht grijs worden tijdens het bakken. Doordat de pottenbakkers de oventemperatuur wisten te verhogen ontstond er ook een zeer hard baksel, steengoed genaamd. Dit steengoed is zo hard dat het geen vocht opneemt en niet lekt. Ideaal voor drinkbekers, drinkschaaltjes en schenkkannen zoals de jakobakannetjes.

Exclusief spul
Alhoewel het steengoed uit Siegburg gretig aftrek vond in de steden en in wat mindere
mate op het platteland, lijken de jacobakannetjes daar wat minder gangbaar te zijn. Ze worden vreemd genoeg juist wel vaak gevonden bij kastelen. Zo ook bij kasteel Huis ter Kleef in Haarlem. Tijdens het archeologisch onderzoek van het kasteel zijn de jacobakannetjes massaal in de gracht aangetroffen. Vaak nog helemaal gaaf. Zijn het de tastbare restanten van een middeleeuws feestje? Het feit dat er zoveel kannetjes zijn gevonden, doet vermoeden dat ze na gebruik direct –leeg- in de gracht zijn gegooid.

Onderzoekverzamelfoto 1 jac.kannen
De scherven uit de gracht van Huis ter Kleef worden minutieus onderzocht en geven
langzaam hun geheimen prijs. Zo is de inhoud van de gracht goed dateerbaar en weten we welke handelscontacten er in die tijd met het buitenland waren. Daarnaast vertelt de plek waar de kannetjes in de gracht zijn gevonden iets over het gebruik van de naastgelegen kasteelruimten. Hierdoor krijgen we een goed beeld van de bewoningsgeschiedenis van het kasteel door de tijd heen. Kortom, scherven van jacobakannetjes brengen ons -naast geluk- veel informatie over de middeleeuwen in Haarlem!

Oude vloer ontdekt in Haarlemse St. Bavo

Bij opgravingen in de St. Bavokerk in Haarlem is een bijzondere ontdekking gedaan. Dat zegt stadsarcheologe Anja van Zalinge. Onder de 17e eeuwse vloer in een kelder van de kerk is nóg een vloer gevonden. Het gaat om een natuurstenen tegelvloer uit de 13de eeuw.

Gesloopte huizen
“We wisten dat toen deze kerk werd gebouwd, dat die honderden keren groter zou wordenkelder Bavo dan de kerk die hiervoor stond. De kerk heeft daarvoor omliggende grond moeten aankopen en mogelijk zijn er ook huizen gesloopt”, aldus Van Zalinge.

Raadsel
Volgens de archeologe was het altijd een raadsel waar de huizen precies hadden gestaan. Door de vondst van de 13de eeuwse vloer is er nu het vermoeden dat de kelder is gebouwd in een veel oudere kelder. “Het is waarschijnlijk dat daar een huis stond.”

Op dit moment wordt de kelder leeg geschept. Volgens Zalinge zijn de archeologen nog zo’n twee weken bezig met ‘puinruimen’.

bron: rtvnh.nl

Een verloren duit

In deze rubriek wordt elke maand kort en krachtig een bijzonder, apart of juist heel gewoon opgegraven voorwerp belicht. Deze maand betreft het een munt.

Kleine koperen munten als duiten worden vaak tijdens opgravingen gevonden. Dit 0.90KLEV.0034.001.bexemplaar is gevonden bij het kasteel Huis ter Kleef in Haarlem–noord. De AWH heeft hier van 1990 tot en met 1994 archeologisch onderzoek verricht. Het kasteel zelf is in 1573 door de Spaanse bezetter opgeblazen. De duit dateert uit 1663 en is dus van na die tijd. Wellicht is de duit op de ruïne verloren door een romantische wandelaar, topografisch tekenaar of door een illegale ‘bakstenen-rover’.

West Friesland
De duit is na een verblijf van honderden jaren in de bodem nog goed leesbaar. Zo staat op de voorzijde ‘West Frisiae met het jaartal 1663’ en is op de achterzijde het wapen van West Friesland afgebeeld met de tekst DEVS. FORTI. ET. SP. NOS. (God is onze kracht en onze hoop). Onze duit is afkomstig uit Hoorn, waar tussen 1661 en 1670 de munten namens West Friesland werden geslagen. De muntslag wisselde met regelmaat tussen de steden Hoorn, Enkhuizen en Medemblik.

Muntstelsel
Deze koperen munt werd vanaf 1573 voor het eerst geslagen in Holland, maar al snel 0.90KLEV.0034.001gevolgd door andere gewesten en steden. Ze waren tot in het begin van de 19e eeuw nog wettig betaalmiddel. In 1807 werden alle provinciale munthuizen gesloten, met uitzondering van dat van Utrecht. Het kopergeld, waaronder de duiten, werd gesaneerd. Vanaf 1828 waren alleen halve en hele centen nog wettig betaalmiddel. Deze nieuwe munten, waarvan de cent een honderdste deel van een gulden was, paste beter in het decimale stelsel dan de duit, waarvan er 160 in een gulden gingen.

Spreekwoorden en zegswijzen over de duit:

  • Ook een duit in het zakje doen (er ook wat van zeggen, iets toevoegen, meepraten)
  • Geen rooie duit hebben (helemaal niets).
  • Niemand die daar een duit voor geeft (niemand die daar iets voor betaald).
  • Jongens die fluiten krijgen meisjes met duiten (jongens die initiatief nemen kunnen rijke meisjes aan de haak slaan).

Oeroude glaasjes

In deze rubriek wordt elke maand kort en krachtig een bijzonder, apart of juist heel gewoon opgegraven voorwerp belicht. Deze maand betreft het een middeleeuws glaasje.

Op de plek van het oude parkeerterreintje aan de Damstraat is in 2002 een zeer bijzondere vondst gedaan. Waar nu het Frans Halshotel staat is een beerput met veel afval uit de middeleeuwen aangetroffen. Behalve gewone gebruiksvoorwerpen als kookpotten en drinkkannen werden acht kleine drinkbekertjes van glas aangetroffen. De voorwerpen uit de beerput zijn allemaal uit de periode 1375-1425. De glazen bekertjes zijn niet alleen bijzonder vanwege het feit dat ze keurig ineen gestapeld zijn gevonden. Het is ook de grootste en oudste glasvondst van dergelijke glaasjes in Haarlem. Uniek!

0.02DAM.BP1.030Zeldzaam
De glaasjes zijn niet helemaal gaaf, maar na het nodige puzzelwerk konden er vijf glaasjes van transparant/kleurloos glas en drie glaasjes van donkergroen glas worden geteld. Enkele glaasjes zijn inmiddels gerestaureerd en aangevuld met een kunststof profiel. Zo wordt de vorm goed duidelijk. Glaswerk uit de middeleeuwen wordt maar zelden aangetroffen in Haarlem, vooral als het gaat om kleurloos glas.

Bobbeltjespatroon

De bekertjes van ontkleurd glas zijn in een mal met reliëf geblazen, waardoor het bobbeltjespatroon van de mal werd overgebracht op het bekertje. Dit  reliëf is uitgevoerd in een zogenaamd honingraatmotief. Elke ‘cel’ is nagenoeg zeshoekig van vorm. Ze zijn vertikaal in de mal aangebracht, tot een paar centimeter onder de liprand. De bodem is opgestoken nadat het glaasje uit de mal is genomen.  De hoogte van het afgebeelde bekertje is circa zes cm.

Herkomst
Vergelijkbare bekertjes zijn in diverse landen aangetroffen. Waar deze bekertjes werden vervaardigd is nog onzeker. Een mogelijke aanwijzing kan het  gebied Cadix in het zuiden van Frankrijk, waar ook veel van deze kleurloze bekertjes zijn gevonden.  De bekertjes van groen glas worden later besproken.

Huis ter Kleef
Saillant detail is tijdens het onderzoek  van de glasvondsten van de Damstraat ook de glasvondsten van de opgraving Huis ter Kleef  werden uitgelegd.  Uit de inhoud van latrinekoker AK van het kasteel Huis ter Kleef zijn ook enkele fragmenten van een ontkleurd bekerglaasje afkomstig!  Deze fragmenten zijn van een vergelijkbaar model als de bekertjes uit de Damstraat.

Tentoonstelling
Wie de glaasjes in het echt wil zien moet zeker het Archeologisch Museum Haarlem bezoeken. In het Archeologisch Museum Haarlem is momenteel de tentoonstelling ‘Handel en wandel in de Damstraat. 600 jaar bedrijvigheid tussen Spaarne en Markt’ te zien. De tentoonstelling is een mooi tweeluik, want naast bodemvondsten worden ook historische gegevens van panden, bedrijven en bewoners parallel door de Historische Vereniging Haerlem in de Hoofdwacht getoond.

Archeologisch Museum Haarlem

Van grote hoogte!

In deze rubriek wordt elke maand kort en krachtig een bijzonder, apart of juist heel gewoon opgegraven voorwerp belicht. Deze maand betreft het een trotseerlood.

Tijdens de opgraving van het kasteel Huis ter Kleef in de jaren 1990-1994 is een bijzonder trotseerlood Huis ter Kleefloden plaatje in de gracht gevonden. Het betreft een trotseerlood. Dergelijke loden werden -en worden nog steeds- door loodgieters gebruikt bij het aanbrengen van lood op een dakconstructie. Het lood werd op het hout bevestigd doormiddel van een spijker. Om roesten tegen te gaan, werd over de spijker een trotseerlood aangebracht. De loden zijn meestal voorzien van de naam van de loodgieter en een jaartal. Dit uit een piëteit en herkenning bij latere werkzaamheden aan het betreffende dak. Op de dakconstructies van oudere gebouwen zijn de trotseerloden meestal nog terug te vinden.

Zwijnskop
Het trotseerlood van Huis ter Kleef is zeer bijzonder. Op het trotseerlood is een afgehakte zwijnskop met bloedstralen afgebeeld. Boven de afbeelding is de naam BREDER aangebracht. Een dergelijke afbeelding is ook bekend van de wapens van de familie Van Brederode, die het Huis ter Kleef in de periode 1492-circa 1573 bezat. Na het beleg van Haarlem is het kasteel door de Spanjaarden opgeblazen en is het trotseerlood in de gracht beland.

Uniek
Het trotseerlood van Huis ter Kleef is zeer bijzonder. Het is het enige bekende trosteerlood met het wapen van de familie Van Brederode. Ook is het -tot nu toe- het oudste trotseerlood dat Nederland is gevonden, en het draagt niet de naam van de loodgieter maar van de opdrachtgever. Kortom, een bijzonder stukje lood!

opgraving Huis ter Kleef

Opening tentoonstelling opgraving Damstraat

DSC04971 In het Archeologisch Museum Haarlem is op 30 april de tentoonstelling ‘Handel en wandel in de Damstraat. 600 jaar bedrijvigheid tussen Spaarne en Markt’ geopend. De tentoonstelling is een mooi tweeluik, want naast bodemvondsten worden ook historische gegevens van panden, bedrijven en bewoners parallel door de Historische Vereniging Haerlem in de Hoofdwacht getoond.

Opgraving
De Damstraat werd in 2002 door medewerkers van de Archeologische Dienst Haarlem en de Archeologische Werkgroep Haarlem onderzocht. Onder uiterst moeilijke omstandigheden –ernstige bodemverontreiniging en bouwwerkzaamheden- werd in een van de oudste delen van Haarlem gegraven. Op de locatie van het huidige Frans Halshotel werden diverse sporen uit het verre verleden aan he licht gebracht, waaronder de loop van de Beek. Daarnaast werden diverse aanplempingslagen, beerputtenen afvalkuilen uit de middeleeuwen blootgelegd. Naast grote hoeveelheden kookpotten en kannen werden in een beerput enkele unieke middeleeuwse drinkglaasjes uit circa 1400 geborgen. Uniek voor Haarlem. Ook de grote hoeveelheid overgeleverde voorwerpen van hout is bijzonder.

DSC04982Archeologisch Museum
Dankzij het archeologisch onderzoek en de uitwerking van de vondsten is er nu meer inzicht in de ontstaansgeschiedenis van dit kenmerkende stukje Haarlem. Stadsarcheoloog Anja van Zalinge vertelde enthousiast over de unieke samenwerking tussen de betrokken partijen en spraak haar waardering uit over het resultaat. Namens de Archeologische Werkgroep Haarlem gaf André Numan, één van de betrokken onderzoekers, een toelichting op het archeologisch onderzoek, de vondsten en de tentoonstelling.


Hoofdwacht
Na de opening in het Archeologisch Museum Haarlem verhuisde het gezelschap naar ‘de Hoofdwacht’ aan de overkant van de Grote Markt. Hans Felius van de Historische Werkgroep van de Historische Vereniging Haarlem vertelde over het unieke project en de DSC04989samenwerking met de archeologische collega’s. Henk Vijn onthaalde de aanwezigen enthousiast over de verdwenen Kraan aan het Spaarne. Aansluitend werd de tentoonstelling ‘Wonen en werken tussen Spaarne en Markt, circa 1300-1900’ door voorzitter Frans Willem Lantink geopend.

Samenwerking
De samenwerking tussen beide verenigingen heeft het project Damstraat grote meerwaarde gegeven. Niet alleen bleek de som groter dan de afzonderlijke delen, ook het contact en het delen van kennis is als zeer inspirerend ervaren. De samenwerking wordt wat de Archeologische Werkgroep Haarlem betreft dan ook graag voortgezet.

Openingstijden
De tentoonstelling is van 1 mei tot en met 30 augustus 2015 te zien. Zie voor meer informatie en openingstijden:

http://www.archeologischmuseumhaarlem.nl
http://www.haerlem.nl

DSC04984