In deze rubriek wordt elke maand kort en krachtig een bijzonder, apart of juist heel gewoon opgegraven voorwerp belicht. Deze maand betreft het een stukje biscuit.
Tijdens opgravingen worden vaak enorme hoeveelheden vondsten gedaan, waarvan een
groot deel uit scherven keramiek bestaat. Deze scherven hebben dan al een heel leven achter de rug als kookpot, kannetje of pispot. Tijdens het dagelijks gebruik sneuvelde er gemakkelijk wat potten of pannen en was een nieuw exemplaar zo gekocht. Ook kon het zijn dat een pispot expres werd weggegooid, omdat deze na verloop van tijd sterk naar de urine begon te ruiken. Naast deze gebruikte voorwerpen vinden we heel soms voorwerpen of fragmenten die de gebruikers nooit hebben bereikt. Het gaat namelijk om misbrand of om halffabricaten.
‘t Krom
In 1988 is door de Archeologische Werkgroep Haarlem (AWH) onderzoek verricht in de Bakenesserbuurt te Haarlem. Ter hoogte van ‘t Krom 29-39 kon op de locatie van enkele gesloopte panden archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. Op het terrein werden diverse ophogingslagen uit de middeleeuwen aangetroffen. Verder werden zes beerputten en waterputten op het terrein opgegraven, daterend van de veertiende tot en met de achttiende eeuw. Uit een van deze beerputten is een bijzonder fragment van een bord gevonden: een beschreven biscuitje. De scherf biscuit is aan de hand van de overige voorwerpen uit dezelfde laag in de beerput dateerbaar in de periode 1600-1650.
Biscuit
Het ‘beschreven’ fragment van het bord is een halffabricaat, biscuit genaamd. Dit is een term voor voorwerpen die door de pottenbakker één keer zijn gebakken, daarna worden beschilderd en van glazuur worden voorzien en vervolgens nog een tweede keer worden gebakken. Daarna waren de voorwerpen klaar voor de verkoop. Het bordfragment uit de beerput heeft de fase van beschildering echter niet gehaald. Mogelijk was het bord tijdens het bakken in de oven krom getrokken of gebarsten, waardoor het niet meer bruikbaar was voor verdere verwerking. De pottenbakker heeft het biscuitbord in ieder geval afgekeurd voor verdere verwerking. Eén scherf heeft hij nog gehouden en als notitieblokje gebruikt. Op de rand van het bordfragment zijn namelijk met inkt letters in combinatie met cijfers geschreven. Dergelijke vondsten zijn ook bekend uit Delft en betreffen vermoedelijk de ovenadministratie van een pottenbakker.
Pottenbakkers
Gedurende de zeventiende eeuw waren diverse pottenbakkers in en nabij de Bakenesserbuurt gevestigd of woonachtig. Mogelijk is het aangetroffen fragment met annotatie afkomstig van Adriaan Claesz. Blanckert, die in 1656 als plateelbakker in de Valkestraat wordt genoemd. De Valkestraat grenst namelijk met het perceel met het opgravingsterrein ter hoogte van ‘t Krom 29-39. Blanckert kocht het pand ‘De Vergulde Coorenmaat’ van Trijntge Paulus. Het pand wordt in 1652 vermeld en is dan in eigendom van Theunis Jansz, ‘in zijn leven Corenmaeter’. Naast het bordfragment van biscuit met annotatie, is nog een fragment van een tweede bord van biscuit en een gelobt oor van biscuit voor een papkom in dezelfde laag van de beerput aangetroffen. Het zijn stille getuigen van de pottenbakkersindustrie waar Haarlem in de zeventiende eeuw beroemd om was.



















De leden van de Archeologische Werkgroep Haarlem (AWH) zijn van alle markten thuis. Of het nu gaat om opgravingen, excursies of open dagen voor het publiek, ze draaien de hand er niet voor om. Hoe anders was het tijdens een dagje botten tellen. Want hoe herken je nou de botten van een zoogdier of een vogel? En waaraan zie je eigenlijk het verschil tussen de botten van een koe, konijn en een hert?
onlangs diverse zakken met botmateriaal uit de slotgracht van Kasteel Huis ter Kleef aan een nader onderzoek onderworpen. De vele vondsten en de gegevens van deze opgraving worden momenteel uitgebreid onderzocht en beschreven, met als einddoel een vuistdikke publicatie en een mooie tentoonstelling in het Archeologisch Museum Haarlem. De meeste vondsten, zoals keramiek, glas en metaal, zijn bekend terrein voor de enthousiaste leden, maar botmateriaal is toch een vak apart. Het botmateriaal van Huis ter Kleef wordt dan ook door een gespecialiseerd bedrijf onderzocht.
Kleef verzameld. En doordat tot op de meter en grondlaag nauwkeurig bekend is wel botje waar is gevonden en hoe oud dat is, kunnen er zeer gedetailleerde vragen over de bewoningsgeschiedenis worden beantwoord. Botmateriaal zelf is lastig te dateren, maar gelukkig geldt dit juist niet voor de vele duizenden scherven keramiek uit de gracht . Hierdoor weten we vrij nauwkeurig uit welke periode een botje afkomstig is.
verschillende kasteelruimten en de wegwerppatronen van de bewoners. Daarnaast kan worden bepaald welke dieren op het menu stonden, of ze jong waren of oud en of het alledaags voedsel betrof of juist sjieke hapjes voor een adellijke dis. En of de dieren van verre werden aangevoerd, of er zelf geslacht werd of dat er alleen stukken vlees werden gekocht. Kortom botten kunnen ons veel vertellen.
schelpen, ontstaat goed inzicht inde hoeveelheid botten die in totaal zijn opgegraven en onderzocht kunnen worden. Op basis hiervan kan een gespecialiseerd bureau heel gericht een offerte voor het te onderzoeken botmateriaal verstrekken. In totaal zijn er meer dan 50 kratten met zakken botmateriaal geborgen. Een klein deel was al onderzocht en in 1995 in het eerste beknopte boek over de opgraving van Huis ter Kleef beschreven. Nu is de tijd rijp voor nieuw onderzoek aan deze oude botten. Vandaar dat de AWH graag een handje hielp bij het tellen van de botten. De botten gingen door de enthousiaste uitleg van de stadsarcheoloog al snel leven en er ontstonden spontaan allerlei beelden van uitgebreide banketten. Je zou er haast trek van krijgen…

In de gracht van het kasteel Huis ter Kleef is een van de oudste pispotten van Haarlem aangetroffen. Het betreft een pispot van grijsbakkend aardewerk uit de periode 1350-1400. De pispot is waarschijnlijk doelbewust grijs gebakken. Door de zuurstoftoevoer in de oven af te sluiten bakt de klei namelijk niet alleen grijs in plaats van rood, maar wordt het baksel ook minder poreus, waardoor de pispot minder urine opneemt en zo ‘aangenamer’ ruikt. De pispot is helemaal ongeglazuurd en heeft aan de binnenzijde wat kalkaanslag van urine.





De afgelopen twee jaar werden al delen van de tufstenen kerk uit de dertiende eeuw blootgelegd. Hierbij ging het om de twee zijmuren en de achtergevel, het koor genaamd. Aanleiding voor de eerste archeologische stappen in de Grote of St. Bavokerk vormde de restauratie van een negentiende eeuws grafmonument van twee waterstaatkundige heren. Uit historische bronnen was bekend dat er bij de aanleg van dit monument tufsteen was waargenomen. De restauratie van het monument deed dan ook de archeologische alarmbellen rinkelen.






