Een bord vol passie

In deze rubriek wordt elke maand kort en krachtig een bijzonder, apart of juist heel gewoon opgegraven voorwerp belicht. Deze maand betreft het een bord met bijzondere religieuze decoratie.

Pasen
Op 16 april a.s. is het Pasen en wordt er feest gevierd, al dan niet met een paasbrunch, chocolade paashaas en eieren. Het is ook de periode dat de opstanding van Christus wordt herdacht, die de vrijdag voor Pasen aan het kruis stierf. Dit gebeurde op last van de romeinse stadhouder van Jerusalem, Pontius Pilatus genaamd, die hiertoe werd gedwongen door de joodse hoge raad, de sanhedrin. Ter herinnering aan deze gebeurtenis zien we het kruis veel als symbool terug bij kerken, kloosters, geestelijke instellingen en ook in menig particulier huis.

Opgraving Koningscarré
Bij opgravingen vinden we soms voorwerpen met christelijke symbolen, zoals pelgrimsinsignes van metaal. Een fraai voorbeeld van keramiek is een bord dat tijdens de opgraving in 1990 op het Koningscarré in Haarlem werd aangetroffen. Het bord stond rechtop in een afvalkuil en was in drie stukken gebroken, slechts een klein fragment van de rand ontbrak. Bij de scherven van het bord werden ook enkele drinkschaaltjes aangetroffen. Het bord is vervaardigd in de majolicastijl en in mooie kleurtinten geschilderd, in het midden van het bord zijn de lijdens- of passiewerktuigen afgebeeld, ook wel Arma Christi genaamd. (Arma Christi is latijn voor de “wapenen” van Christus omdat hiermee de verlossing of de overwinning op zonde en dood werd behaald.) Vergelijkbare majolica borden met deze afbeelding werden onder andere aangetroffen in het Kartuizerklooster nabij Delft, Groningen en Utrecht. De datering van deze borden ligt na het midden van de 16e eeuw, mogelijk werden ze in Utrecht vervaardigd.

Majolica
Het bord vervaardigd in de majolicastijl waarbij alleen aan de voorzijde het duurdere witte tinglazuur op het baksel werd aangebracht en aan de achterzijde alleen loodglazuur, waardoor de kleur van de gebakken klei hier doorheen schijnt. Om het vastbakken van borden aan elkaar in de oven te voorkomen werd gebruikt gemaakt van zogenaamde driehoekige proenen, die op het bord werd gelegd waarna hier weer een ander bord op werd gezet. Het resultaat was dat na het bakken de proen drie littekens achterliet op en in de beschildering van het bord.

Passiewerktuigen
Op de centrale afbeelding van het bord zijn diverse passiewerktuigen geschilderd. Dit betreft de ladder, twee gesels, de geselkolom, het kruis, de doornenkroon, de spons met azijn, de lans en spijkers. Er zijn nog meer passiewerktuigen maar die ontbreken op het bord, zoals de dobbelstenen, een buidel met geld, de haan en de hamer. Op het rechter gedeelte van de dwarsbalk van het kruis hoort nog een spijker te zitten maar deze is hier niet geschilderd. Wellicht is de schilder van het bord deze spijker gewoon vergeten weer te geven.

Linksboven lijkt een ster te zijn geschilderd. Wellicht is dit een verwijzing naar Bethlehem of naar God. Ook zijn in de voorstelling blauwe stipjes weergegeven, soms eentje en soms in groepjes van drie. Is dit slechts versiering of verwijzen de groepjes van drie naar de Heilige Drievuldigheid? In totaal zijn er 30 stipjes afgebeeld, precies het aantal zilverlingen waarvoor Judas Jezus verried. De stipjes kunnen mogelijk de zilverlingen symboliseren. Aan de stokken van de lans en die waarop de spons zit zijn enkele zijtakjes met vruchten/bessen (?) geschilderd. Deze kunnen verwijzen naar het nieuwe leven. De twee afgebeelde gesels, ook wel flagra genaamd, bestaan uit dunne kettingen of stroken leer waarin loden balletjes zijn verwerkt. In totaal zijn er 35 balletjes op de gesels geschilderd, een betekenis voor dit aantal werd niet gevonden. De afgebeelde ladder zou een verwijzing kunnen zijn voor de verbinding tussen de hemel en aarde. Tenslotte de geselpaal; deze zou 60 cm hoog zijn, met bovenop een ring waaraan het slachtoffer met de armen werd vastgebonden. Deze ring is hier in de kleur oranje weergegeven.

Decoratie
Langs de rand van het bord is acht keer een versiering aangebracht van enkele stengels met drie verdikkingen. Dit moet de lisdodde voorstellen. Om de centrale voorstelling van het bord zijn zeven zogenaamde “kurkentrekkers” aangebracht, afwisselend in de kleuren oranje en blauw. Dergelijke figuren zien we ook terug op apothekerspotten en andere voorwerpen van majolica, echter niet zo vloeiend en uitgerekt als de afbeeldingen op het bord. Ze worden dan piramides genoemd. Op de achterzijde van het bord is het merk van de schilder of het atelier waar het bord werd vervaardigd in de vorm van een blauw kruis afgebeeld. Dit heeft niets te maken met het kruis op de voorzijde maar berust op toevalligheid…

 

Briefgeheim!

In deze rubriek wordt elke maand kort en krachtig een bijzonder, apart of juist heel gewoon opgegraven voorwerp belicht. Deze maand betreft het een lakzegel van een brief.

In 1987 en 1988 is door de leden van de Archeologische Werkgroep Haarlem archeologisch onderzoek verricht naar de restanten van de hofsteden/buitenplaatsen Distelberch-Grijpesteyn en Oosterduin, uit de periode 1600 – 1819. Aanleiding voor dit onderzoek was de geplande nieuwbouw aan de westzijde van de Oosterduinweg in Aerdenhout (gemeente Bloemendaal). Voor de nieuwe woningen en bijbehorende kelders zou de bodem diepgaand worden verstoord en dreigden sporen uit het verleden verloren gaan, waardoor archeologisch onderzoek noodzakelijk was.

Beerput
Tijdens het archeologisch onderzoek werden funderingsresten, vloeren met plavuizen, beerputten, afvalkuilen en afvoergoten aangetroffen. Ook werden een gierkelder en een waterkelder blootgelegd. Een van de opgegraven beerputten dateert uit eind zeventiende – begin achttiende eeuw. De inhoud van deze beerput bestond voornamelijk uit fragmenten van roemers en kelkglazen. In de gezeefde vulling van de beerput werden ook een aantal fragmenten van lakzegels gevonden, waarvan een vrij gaaf exemplaar met een alliantiewapen.

Lakzegels
Vanaf eind zestiende eeuw gebruikte men lakzegels om brieven en andere documenten mee te sluiten (verzegelen). Pas als het zegel werd verbroken kon de ontvanger de brief lezen en wist men dat de brief niet eerder door anderen was bekeken. Voor het vervaardigen van een lakzegel werd een staafje zegellak wordt in kaarsvlam verhit zodat er druppels lak op het te zegelen document vallen. Als de druppel groot genoeg is, drukt men in deze nog half vloeibare zegellak een zegelstempel of zegelring met een afbeelding. Snel daarna hardt de lak volledig uit. Het gebruik van lakzegels verdwijnt in de negentiende eeuw. Deze functie wordt korte tijd overgenomen door sluitzegels, die dezelfde vorm hebben als postzegels.

Alliantiewapen
Het alliantiewapen op het aangetroffen lakzegel is een samenstelling van wapenschilden van verschillende families. Het linker deel van het alliantiewapen (= heraldisch gezien rechts) bestaat uit vier kleinere wapens, namelijk twee wapens met een achtpuntige ster, wassenaar (maansikkel) en drie St. Andrieskruisjes. Dit is het wapen van de familie Van der Hoeven/Houven. De twee andere wapens verbeelden een paaslam en betreft het wapen van de familie Briell. Op het hartschild in het midden van de vier wapenschilden is een leeuw afgebeeld. Dit is het wapen van de familie Heeswijck. Het rechter schild van het alliantiewapen (= heraldisch gezien links) bestaat ook uit vier kleine wapens. Dit is het wapen van de familie Van Bergen en Van der Gryp. Dit wapen is samengesteld uit een wapen met een leeuw, twee wapens met drie palen en een wapen met drie maliën en een schelp. Op het hartschild in het midden is een dubbele adelaar afgebeeld. Al deze wapens samen vormen het alliantiewapen van de familie Van der Hoeven (Houven) en Van Bergen Van der Grijp. Hiermee komen zowel de schrijver(s) als de ontvanger van de brief in beeld.

Marinus Van Bergen Van der Grijp
In 1688 werd de hofstede Distelberch gekocht door Marinus Van Bergen Van der Grijp, postmeester van het Handelshuis van de stad Hamburg in Amsterdam. Hij was ook degene die de naam van de vorige hofstede Distelberch liet veranderen in Grijpesteyn. Marinus Van Bergen Van der Grijp was eigenaar van de hofstede van 1688 tot aan zijn overlijden in 1737. Uit verder onderzoek blijkt dat Marinus een zuster had, Clara Magdalena Van Bergen Van der Grijp (1662 – 1692), die getrouwd was met Jacob Van der Hoeven (Houven) (1657 – 1716). In de periode tussen 1688 en 1737 heeft er een briefwisseling plaatsgevonden tussen Marinus en zijn zuster of zijn zwager. Verder bestaat de mogelijkheid, gezien het feit dat zijn zuster in 1692 en zijn zwager in 1716 zijn overleden, dat deze briefwisseling heeft plaatsgevonden tussen 1688 en 1716. Mogelijk is de brief met lakzegel tot 1737 in het archief van Marinus bewaard gebleven en is deze na diens overlijden tijdens het leeghalen van de hofstede Grijpesteyn met brief en al in de beerput beland. De brief is helaas niet teruggevonden tijdens de opgraving. Wat er dus in de brief stond zullen we helaas nooit weten. Dat blijft geheim…

Op stap in Haarlem!

In deze rubriek wordt elke maand kort en krachtig een bijzonder, apart of juist heel gewoon opgegraven voorwerp belicht. Deze maand betreft het een kinderschoen.

0-88krm-0022bIn 1988 is door de Archeologische Werkgroep Haarlem onderzoek verricht in de Bakenesserbuurt te Haarlem. Ter hoogte van ‘t Krom 29-39 kon op de locatie van enkele gesloopte panden een opgraving worden uitgevoerd. Op het terrein zijn diverse ophogingslagen uit de middeleeuwen aangetroffen. De ophogingslagen illustreren de expansie van de middeleeuwse stad Haarlem op het grondgebied Bakenes.

Stadsafval
0-88krm-0031De ophogingslagen ter hoogte van ‘t Krom 29-39 bestaan uit diverse pakketten stadsafval en mest, met daarin de nodige voorwerpen van keramiek en metaal. Door de zuurstofarme omstandigheden in de ophogingspakketten zijn ook vergankelijke materialen als leer, textiel, been en hout goed bewaard. Aan de hand van het vondstmateriaal worden deze ophogingslagen in de periode circa 1350-1375 gedateerd, met een accent op 1350-1360. Dit levert niet alleen een goede datering voor de aanleg van dit gedeelte van de middeleeuwse stadsuitleg in de Bakenesserbuurt, maar verschaft ook een gedetailleerd inzicht in de samenstelling van het afval van de middeleeuwse Haarlemmer in de oude stad.

0-88krm-groep1Schoenen
Dankzij de gunstige conserveringsomstandigheden in de ophogingslagen zijn er veel voorwerpen van leer overgeleverd. De meeste voorwerpen zijn schoenen. Vanwege het grote aantal aangetroffen schoenen en de goed gedateerde ophogingslagen, vormen de schoenen een interessante informatiebron. Zo geeft de variatie aan welke modellen in deze periode naast elkaar voorkwamen en zegt de verhouding tussen het aantal modellen iets over de gangbaarheid. In totaal zijn er 53 schoenen aangetroffen. Van 36 schoenen kon het model worden bepaald. Allen dateren uit de tijd van de ophogingsactiviteiten, namelijk 1350-1375.

0-88krm-0022aKinderschoen
Het meest voorkomende model is een halfhoge tot hoge schoen, die met staartknopen op de wreef wordt gesloten. Deze schoen heeft geen ‘lastige’ veters om te strikken. Door de leren veters -staarten- met knoop en al door het knoopsgat te trekken, zat de schoen snel en eenvoudig dicht. Vergelijkbaar met het gemak van onze klittenbandsluiting. 0-88krm-0022eDit type schoen wordt vanwege de eenvoudige sluiting als kinderschoen geïnterpreteerd. Ook de kleine maten van de aangetroffen schoenen zijn veelzeggend. Deze lopen uiteen van maat 18 tot en met maat 31. Er is slechts een enkele schoen in maat 40 aangetroffen. De levensduur van schoenen was beperkt. Door het gebruik sleet de leren zool snel, waarna de schoen soms nog werd hersteld, maar vaak gewoon werd afgedankt. Zo is de versleten kinderschoen als afval weggegooid en uiteindelijk met veel ander stadsafval als vulling in de ophogingslagen van ’t Krom beland. Had de jeugdig drager ooit kunnen vermoeden dat honderden jaren later zijn of haar schoen door archeologen zou worden opgegraven en gekoesterd?0-88krm-0022d

De gebroken prins

In deze rubriek wordt elke maand kort en krachtig een bijzonder, apart of juist heel gewoon opgegraven voorwerp belicht. Deze maand betreft het een fles met een bijzonder glaszegel.

In de achtertuin van Lange Lakenstraat 33 te Haarlem is door de leden van de AWH in1983-lange-lakenstraat-33-001-bbb 1983 een beerput opgegraven. Uit deze beerput zijn diverse voorwerpen afkomstig, waaronder keramiek in de vorm van keukengerei, schoteltjes en theekommetjes, speelgoed en glaswerk. Een van de glasvondsten is een fraaie fles met een glaszegel. Op het zegel is een paard met ruiter en de tekst: ‘DER PRINS 1696’ afgebeeld.

Johan Willem Friso
Dit soort flessen met glaszegel wordt wel meer aangetroffen, zo is er onder andere een vergelijkbaar zegel bekend uit Heemskerk. Vaak wordt gedacht dat het zegel stadhouder Willem III moet voorstellen, die in 1702 overleed. Het zegel betreft echter Johan Willem Friso (1687- 1711) die na het overlijden van zijn vader Hendrik Casimir II van Nassau- Dietsz in 1696 ‘de jonge prins’ werd genoemd. Na de dood van stadhouder Willem III (1702) erfde Johan namelijk de titel ‘Prins van buij001nede02ill06Oranje’. Lang heeft hij er niet van genoten. In 1711 sloeg hij tijdens het oversteken van het Hollandsch Diep bij de Moerdijk overboord en verdronk samen met zijn kamerheer. Hoewel Johan Willem Friso slechts twee kinderen had, stammen alle regerende vorsten in Europa van hem af door de succesvolle huwelijkspolitiek van zijn nazaten.

Glaszegels
Flessen met zegels komen voornamelijk voor tussen 1650 en 1800. Soms worden de zegels gebruikt als eigendomsmerk of als ijkmaat, maar het glaszegel op de fles van de Lange Lakenstraat had een andere functie. Het was meer een soort herinnering aan een belangrijk persoon, namelijk de Prins van Oranje, Johan Willem Friso.

Productie1983-lange-lakenstraat-33-001-b
De fles met glaszegel is in Holstein (toen Denemarken, nu Duitsland) voor de Nederlandse markt gemaakt. Gezien het grote formaat gaat het om een voorraadfles. De fles werd eerst geblazen, waarna het zegel werd aangebracht. Het zegel werd gemaakt door een stempel in een dot hete nog zachte glasmassa te drukken, die op de hals van de fles werd aangebracht. Het jaartal 1696 op het glaszegel van de fles geeft goede houvast voor de datering, maar alleen een jaartal is niet heilig. Er wordt ook goed gekeken naar de datering van de andere vondsten, want een stempel voor een glaszegel kon lang meegaan. De fles met glaszegel van de Lange Lakenstraat was geen eeuwig leven beschoren. Ergens tussen 1700 en 1750 is de fles gebroken en met gezegelde prins en al in de beerput beland.

Een Christusbeeldje uit Haarlemse bodem

In deze rubriek wordt elke maand kort en krachtig een bijzonder, apart of juist heel gewoon opgegraven voorwerp belicht. Deze maand betreft het een Christusbeeldje.

Niets doet zo veel aan de Kerst denken als de geboorte van Christus, maar wanneer hij 2precies is geboren is niet helemaal duidelijk. Zo zou Christus in het jaar 4 voor de jaartelling zijn geboren en anderen beweren weer dat dit 6 of 7 jaar na de jaartelling was. Ook wordt het jaar 1 na de jaartelling aangehouden. Het jaar 0 bestaat niet en het jaar 1 voor Christus wordt gelijk gevolgd door het jaar 1 na Christus. Kortom verwarring, maar voor ons is 25 december belangrijk, dan wordt Zijn geboortedag gevierd en is het feest.

Kleine beeldjes
Een enkele keer komen we tijdens een wp_20161114_12_03_08_rich_liopgraving een voorwerp tegen dat verwijst naar Christus als kind, meestal gaat het om kleine beeldjes van een witte kleisoort, ook wel pijpaarde genoemd, die de eeuwen in de grond hebben doorstaan. In de vijftiende eeuw werd hiervoor de term plaster of plaester beelden gebruikt en ze werden vervaardigd door de ‘beeldedrucker of hilligenbacker’. Een dergelijk beeldje kwam ook tevoorschijn tijdens de opgraving van het kasteel Huis ter Kleef. Het beeld is maar 4.5 cm lang en kan niet staan. Dat hoefde ook niet want dergelijke beeldjes werden onder meer gebruikt bij het zogenaamde ‘kindjewiegen’. Met Kerst werd het beeldje in een fraai bewerkt wiegje gelegd en heen en weer gewiegd. Tijdens het schommelen konden er kleine belletjes rinkelen zodat, Gods aandacht getrokken zou worden. Het beeldje lag op het kussentje der liefde en was toegedekt met de witte lakentjes van onschuld en zuiverheid.

Kerstwiegje
afb-11-anoniem-repos-de-jesus-de-l-abbaye-de-marche-les-dames-vroeg-vijftiende-eeuws-namen-musee-provincial-des-arts-anciens-du-namurois-z003373Dit schommelen was in vroeger eeuwen zeker geen kinderwerk maar een godsdienstige oefening, die behalve in burgerwoningen ook in kloosters voor devotie werd gebruikt.
Het kerstwiegje hing aan twee verticale posten welke op een stevige voet waren bevestigd. Het kerstwiegje kon zijn uitgevoerd in hout maar ook in edelmetaal. In museale collecties zijn enkele zestiende eeuwse wiegjes bewaard gebleven. Ook heden ten dage worden in vele kerken met de Kerst het kindjewiegen beoefend, met al dan niet levende kerststal waarbij vooral de kinderen worden betrokken.

 

 

 

Een Chinese kom met gedicht

In deze rubriek wordt elke maand kort en krachtig een bijzonder, apart of juist heel gewoon opgegraven voorwerp belicht. Deze maand betreft het een Chinese kom van porselein.

Een karakterkom
In 1978 werd op het terrein van het voormalige Brinkmann-complex aan de Grote Markt 078-grm-bp09aeen dubbele, in elkaar overlopende beerput geborgen. Porselein maakte een belangrijk deel uit van deze put. Veel scherven met Chinese karakters bleken uiteindelijk een kom te vormen. De ene kant van de kom toont een paneel met een rivierlandschap met een grote boot met baldakijn waaronder drie figuren zitten en achteraan twee stuurlieden, met op de achtergrond water, rotsen, bomen en gebouwtjes. Aan de andere zijde zijn 32 rijen van 11 karakters te zien en op de bodem van de kom bevindt zich het vier-karaktermerk Yongle nianzhi. Dit betekent: gemaakt in de periode van keizer Yongle (1403-1425). Het merk dient slechts als versiering en verering. De kom dateert echter niet uit die tijd, maar uit circa 1620-1630.

Porselein in Nederland078-grm-bp09c
Het eerste Chinese porselein bereikte Nederland, vanaf het begin van de zeventiende eeuw, in grote hoeveelheden. Het wordt ook wel kraakporselein genoemd, naar de Portugese schepen (carraca’ s) die het naar Europa vervoerden. Een andere naam is Wanli-porselein, genoemd naar keizer Wanli die regeerde van 1573-1619. Voor een beslissende doorbraak van kraakporselein in Nederland zorgden twee veilingen (1602 en 1604) van scheepsladingen met een aanzienlijke hoeveelheid porselein, die op de Portugezen waren buitgemaakt. In 1604 bracht de lading van de Santa Catharina 3,5 miljoen gulden op!

Het porselein was een sensatie. De hardheid, glans en de diep blauwe kleur op helder wit 078-grm-bp09fboeiden de Hollanders en iedereen wilde het bezitten. Rijke burgers konden het zich veroorloven en stalden het porselein uit in kasten. Al gauw gaan de Hollandse kooplieden zelf op zoek naar porselein en kopen zo veel mogelijk op van Chinese handelaren in Bantam op Java. Na de stichting van een handelspost op Formosa in 1624, concentreerde de porseleinaankoop zich hier. Dan gaat men ook bestellingen doen. Van hout gedraaide beschilderde monsters werden aan de Chinezen meegegeven om na te maken. In 1623 en 1626 bestelt de VOC ‘ karakterkommen’, waarmee de Rode-Klif- kommen bedoeld kunnen zijn. Op schilderijen van Jacques Linard uit 1627 en 1638 met het onderwerp ’De vijf zintuigen’ zijn dergelijke kommen te zien.

Dichter Su Dongpokna006012173
De Chinese tekst op de kom behoort tot de beroemdste in de Chinese literatuur. Het is een prozagedicht van Shu Shi (dichtersnaam Su Dongpo, 1036-1101). Hij was ambtenaar, essayist en dichter. Hij was een weldenkend man die eerlijk zijn mening gaf en het vaak oneens was met de regeringspolitiek. Zijn verzet tegen hervormingswetten leidde uiteindelijk tot zijn verbanning. De tekst op de buitenzijde van de kom is het ‘Tweede gedicht van de rode klif’. Hierin wordt beschreven hoe de dichter op een maanlichte novemberavond in 1082 met twee gasten in zijn bootje naar de Rode Klif gaat, die hij voor de tweede maal beklimt. Wanneer hij alleen de top bereikt, slaakt hij een kreet van ontzag wanneer hij in de diepte het paleis van de riviergod meent te zien. Op de terugweg scheert een kraanvogel over de boot met de drie mannen. Die nacht droomt de dichter van een daoïstische priester, in wie hij de kraanvogel (een bekend onsterfelijkheidssymbool) herkent alvorens wakker te schrikken.

Andere kommen20161111_200432b
Een aantal kommen met dit gedicht is te vinden in musea zoals het Rijksmuseum, het Groninger museum en het British Museum. Ook zijn dergelijke kommen geëxporteerd naar het Midden-Oosten. In het Topkapi museum in Istanbul zijn ze te vinden. Verder zijn er eenvoudiger uitgevoerde exemplaren met het Rode-Klif-motief opgedoken uit het Hatcher wrak, genoemd naar kapitein Hatcher die de lading heeft geborgen. Dat schip zonk omstreeks 1640-1645 in de Zuid-Chinese Zee.

Pdf met de tekst van het gedicht
tekst-gedicht-red-cliff-kom

Foto Grote Markt: Noord-Hollands Archief

Krabbels in de marge

In deze rubriek wordt elke maand kort en krachtig een bijzonder, apart of juist heel gewoon opgegraven voorwerp belicht. Deze maand betreft het een middeleeuwse stilus, oftewel schrijfstift.

Wie schrijft die blijft, althans dat is het gezegde. Helaas geldt dit niet voor de schrijver die 0-90klev-0192-001-1met een stilus zijn of haar verhaal aan de zachte was toevertrouwde. Want als de ingekrast boodschap was gelezen, werd de tekst eenvoudig weer gladgestreken. Soms zijn er karige aantekeningen overgeleverd doordat de ijverige schrijver zijn of haar boodschap dermate hard in de was had gedrukt, dat de punt van de stilus tot in het hout doordrong. Heel soms kunnen we zo flarden van teksten lezen. Of dit ook geldt voor de schrijver op kasteel Huis ter Kleef is niet bekend, want tijdens de opgraving is alleen de stilus oftewel schrijfstift aangetroffen. Van het bijbehorende wasplankje ontbreekt ieder spoor.

Aantekeningen, rekeningen en brieven
imagesEen stilus is een lange stift van hout, been, ivoor of metaal met meestal een spatelvormig uiteinde aan de ene zijde en een puntige stift aan de andere kant. De stilus werd al in de romeinse tijd gebruikt voor het maken van aantekeningen, rekeningen en brieven zonder blijvend belang. Hiervoor gebruikte men wastafeltjes. Dit zijn rechthoekige houten plankjes die in het midden zijn verdiept en met een laagje bijenwas zijn bestreken. In de was werd een tekst of tekening met de stilus aangebracht. Als de tekst of de tekening niet meer nodig was werd deze eenvoudig verwijderd door met het spatelvormig uiteinde van de stilus de was weer glad te strijken. Het wasplankje was zo weer bruikbaar voor een nieuwe boodschap.

Bijzondere styli
0-90klev-1054Er zijn er ook afwijkende vormen van styli bekend, waarbij de spatel handvormig of bolvormig is. Soms is de stilus van een ringetje voorzien om het schrijfgerei op te hangen of met zich mee te dragen. Bijzonder zijn de styli uit de dertiende en veertiende eeuw die in de Seine te Parijs werden gevonden. Ze zijn vervaardigd van lood en bovenaan de spatelzijde ‘halve maanvormig’ De voor- en achterzijde van deze uiteinden zijn versierd met onder andere een bisschop, een aap, kruis of een floraal decor.

De stilus van Huis ter Kleef
0-90klev-0226Tussen 1992 en 1994 werd door de AWH de slotgracht van het kasteel Huis ter Kleef in de huidige Haarlemmer Kweektuin opgegraven. De grachtvulling werd met water gezeefd, waardoor kleine voorwerpen makkelijker herkend werden. De allereerste vondst uit de oostgracht  in de zeef aangetroffen betreft een stilus. De stilus van Huis ter Kleef is vervaardigd van een koperlegering en dateert uit de vijftiende eeuw. Het uiteinde is spatelvormig en voorzien van een manchet, terwijl de schrijfkant is voorzien van een puntige stift.

Klooster en abdij800px-ruusbroec_miniatuur2
In Haarlem werden tijdens een opgraving in de jaren 1978-1979 in de zuidelijke kloostergang van het vroegere Dominicanerklooster –het huidige stadhuis- enkele skeletten aangetroffen. Naast de schedel van één van de skeletten werd een stilus aangetroffen. Of we hieruit mogen opmaken dat deze stilus als een grafgift is meegegeven aan zijn gebruiker is niet met zekerheid te zeggen. Bij de abdij van Egmond werd eveneens een stilus aangetroffen. De stilus is gemaakt van brons en voorzien van versiering in de vorm van een gestileerde slang. Deze stilus dateert uit de elfde eeuw.

Langdurig gebruik
Wasplankjes en styli werden over het algemeen tot in de vijftiende eeuw gebruikt. Daarna wordt het schrijven op papier meer algemeen en verdwijnen de wasplankjes en bijbehorende styli. Onder bepaalde omstandigheden werd echter nog lang gebruik gemaakt van deze schrijftechniek. Zo zijn enkele voorbeelden van langdurige gebruik bekend uit de zoutmijnen in Salesbury (tot 1812) en de vismarkt in Rouaan (tot 1919). In een vochtige omgeving waar papier en lei onbruikbaar zijn, was een wasplankje blijkbaar toch nog erg praktisch…

Een middeleeuwse kloostermop met pootjes

In deze rubriek wordt elke maand kort en krachtig een bijzonder, apart of juist heel gewoon opgegraven voorwerp belicht. Deze maand betreft het een middeleeuwse kloostermop.

Tijdens opgravingen worden regelmatig gebruiksvoorwerpenDSC00963 aangetroffen, die ons van alles vertellen over het dagelijks leven van weleer. Naast al deze aansprekende voorwerpen worden er soms ook heel gewone zaken opgegraven, zoals bouwmateriaal in de vorm van spijkers, stukjes vensterglas en bakstenen. Deze vondsten kunnen ons iets vertellen over de vroegere bebouwing, de materialen die men gebruikte en waar deze oorspronkelijk zijn gemaakt. Maar soms vertelt het bouwmateriaal ons nog net even wat meer, zoals de kloostermop met daarin de afdrukken van een klein hoefdier.

Gebouw van steen
0.90KLEV.1001De kloostermop –de vroege voorloper van de huidige baksteen- is afkomstig van het kasteel Huis ter Kleef in Haarlem en is tijdens het archeologisch onderzoek van de AWH in de periode 1990-1994 opgegraven. De kloostermop is gebruikt voor de bouw van het oudste deel van het kasteel, namelijk een middeleeuwse woontoren, uit de periode rond 1250. Het moet toen één van de weinige stenen gebouwen in de wijde omgeving zijn geweest en het zal ongetwijfeld indruk op de inwoners van het ontluikende stadje Haarlem hebben gemaakt. Wie de woontoren heeft gebouwd is helaas niet overgeleverd, maar het moet zeker een vermogend -en waarschijnlijk van adel- persoon zijn geweest. In de loop der eeuwen is de woontoren uitgebreid tot een heus kasteel, tot het in 1573 na het beleg van Haarlem door de Spanjaarden werd opgeblazen.

Blokken tufsteen
Wie de afmetingen van de kloostermop bekijkt, krijgt haast medelijden met de 0.90KLEV.0227middeleeuwse metselaars die de woontoren hebben gebouwd. Want met een lengte van 30 cm, een breedte van 15 cm en een dikte van 8 cm was de kloostermop aardig aan de maat. Deze afmetingen zijn gebaseerd op de blokken tufsteen die voor de ‘uitvinding’ van de kloostermop voor het bouwen van belangrijke gebouwen, zoals de vroege voorganger van de Grote of St. Bavokerk werden gebruikt. De kloostermoppen namen echter al snel in afmeting af. Vermoedelijk omdat kleinere vormen bakstenen niet alleen beter verwerkbaar waren op de bouwplaats, maar ook makkelijker waren om te hanteren tijdens het productieproces.

Droogproces
DSC00984Kloostermoppen en bakstenen werden gemaakt van klei. Nadat de klei in een mal tot een kloostermop was gevormd, werd deze samen met vele honderden anderen te drogen gelegd, voordat ze in een oven werden gebakken. Tijdens het droogproces kon het gebeuren dat de nog natte klei van de kloostermoppen werden belopen door dieren of mensen. Zo zijn er diverse kloostermoppen en bakstenen bekend met afdrukken van kindervoetjes en pootafdrukken van katten en honden. De verrassing van de opgravers was groot toen de kloostermop van Huis ter Kleef vol met afdrukken van kleine hoeven en glijsporen bleek te zitten. Het betreft een kleine hoefafdruk, mogelijk van een ree, geit of een schaap. De kloostermop is na het drogen gewoon gebakken en rond het jaar 1250 gebruikt bij de bouw van de woontoren.

Verhaal
Wie kon bevroeden dat deze kloostermop eerst eeuwen zat ingemetseld, daarna in 1573 met het kasteel de lucht in vloog en weer eeuwen later door enthousiaste amateurarcheologen in de grachtvulling werd aangetroffen. Kortom, deze ogenschijnlijk wat saaie kloostermop vertelt ons na ruim 750 jaar een fascinerend verhaal!

0.90KLEV.0375

Een pispot uit de gracht

In deze rubriek wordt elke maand kort en krachtig een bijzonder, apart of juist heel gewoon opgegraven voorwerp belicht. Deze maand betreft het een pispot.

Voor het doen van de menselijke behoefte beschikte men in de middeleeuwen en de 0.90KLEV.0703.001nieuwe tijd nog niet over moderne toiletten zoals wij die kennen. Overdag maakte men gebruik van het gemak om de behoefte te doen. Voor de nachtelijke uren stond de nachtspiegel, oftewel pispot te beschikking. Men hoefde dan niet in het donker uit het bed om zich op een koud en donker gemak te ontlasten.

Keramiek
Het merendeel van de pispotten is van keramiek gemaakt. Soms zijn ze geheel of gedeeltelijk geglazuurd, maar de vroege exemplaren vaak nog niet. De ongeglazuurde pispot was poreus waardoor deze al snel onfris ging ruiken. Naast de gewone exemplaren kende men ook pispotten van tin. Deze waren makkelijker schoon te houden en gingen veel langer mee. De tinnen pispotten waren echter lange tijd een duur bezit en worden in middeleeuwse vondstcomplexen alleen tussen het afval van welgestelden aangetroffen. Soms waren deze tinnen exemplaren van een wapen voorzien, zoals bij een pispot van kasteel Aldegonde te Souburg in Zeeland, waarin het wapen van Adriaan van Borssele was geslagen.

Huis ter Kleef
0.90KLEV.0228In de gracht van het kasteel Huis ter Kleef is een van de oudste pispotten van Haarlem aangetroffen. Het betreft een pispot van grijsbakkend aardewerk uit de periode 1350-1400. De pispot is waarschijnlijk doelbewust grijs gebakken. Door de zuurstoftoevoer in de oven af te sluiten bakt de klei namelijk niet alleen grijs in plaats van rood, maar wordt het baksel ook minder poreus, waardoor de pispot minder urine opneemt en zo ‘aangenamer’ ruikt. De pispot is helemaal ongeglazuurd en heeft aan de binnenzijde wat kalkaanslag van urine.

Donkere nachten
In tegenstelling tot de wat latere exemplaren met een holle bodem, zoals bij flessen, heeft 0.90KLEV.0934pispot van Huis ter Kleef nog een geheel vlakke bodem. Dat tijdens donkere nachten het terugzetten na het gebruik niet altijd goed ging, is te zien aan de vele afgebroken schilfers van de bodem. Mogelijk kwam de pispot in het donker met een smak op de plavuizen vloer neer. Het is opvallend dat de kwetsbare pispot nog helemaal heel is. Mogelijk is de pispot tijdens het legen in de gracht gevallen. Of zat er aan deze pispot toch een luchtje?

Wie meer wil weten over de Haarlemse poep- en piescultuur moet zeker de huidige tentoonstelling ‘Haarlem ontlast’ in het Archeologisch Museum Haarlem gaan bekijken.

Een pijlpunt uit de steentijd

In deze rubriek wordt elke maand kort en krachtig een bijzonder, apart of juist heel gewoon opgegraven voorwerp belicht. Deze maand betreft het een pijlpunt.

In de zomer van 1986 kregen de leden van de Archeologische Werkgroep Haarlem e.o0.86JNW.0056cor. (AWH) de gelegenheid om onderzoek te doen op de locatie Jansweg 9-15, naast het NS-station Haarlem. Op het terrein was voorheen de Haarlemse Auto Centrale (HAC) gevestigd en naderhand is op de locatie het weinig flatteuze pand van het Arbeidsbureau gebouwd. De geschiedenis van deze plek gaat echter veel verder terug.

Strandwal
Haarlem ligt ten oosten van de Oude Duinen en deels op een strandwal in het westelijke veengebied. Ongeveer 5600 jaar geleden begon de zeespiegel te dalen als gevolg van klimatologische veranderingen. Door het terugtrekken van de zee vormde zich in het kustgebied kilometers brede zone van noord-zuid georiënteerde strandwallen. De oudste strandwal loopt van Heemstede naar Spaarnwoude en is ongeveer 5600 jaar geleden gevormd. Ten westen van deze strandwal ligt de strandwal van Haarlem die ongeveer 4800 jaar geleden is ontstaan. 0.86JNW.0003Tussen de strandwallen van Haarlem en Heemstede-Spaarnwoude strekte zich een strandvlakte uit, waar door vernatting veengroei kon plaatsvinden in de periode ijzertijd- vroege middeleeuwen. Hier heeft zich omstreeks 4000 jaar geleden het veenstroompje de Spaarne ontwikkeld, dat afwaterde op het Oer-IJ.

Akkerlagen
De opgravingslocatie Jansweg 9-15 lag op de oostflank van de Haarlemse strandwal. Illustratief voor de overgang van de strandwal naar de natte strandvlakte is het feit dat 0.86JNW.0025tijdens het onderzoek bronbemaling moest worden ingezet, om te kunnen opgraven. Tijdens het onderzoek werden sporen blootgelegd uit het laat-neolithicum, circa 1800 voor Chr. Er werden twee door stuifzand van elkaar gescheiden akkerlagen aangetroffen. In deze akkerlagen waren duidelijk ploegsporen waarneembaar. Bijna alle vondsten zijn uit beide akkerlagen afkomstig.

Vondsten
Het merendeel van het gevonden aardewerk is van het Klokbeker-type, een enkele van het Wikkeldraadtype. Ook werd vuursteen aangetroffen, diverse knoopschrabbers en vele afslagen. Het aardewerk en de vuurstenen werktuigen werden waarschijnlijk ter plekke 0.86JNW.0047vervaardigd. Naast de pijlpunt is -op dezelfde dag- nog een bijzonder vondst gedaan, in de vorm van een schitterende kleine bijl van natuursteen. In de akkerlagen werden ook greppels en kuilen waargenomen, waaronder enkele paalkuilen. Het aantal paalkuilen was echter te gering om hier een huisplattegrond uit te reconstrueren.

Pijlpunt
De vlakken van de opgravingsput werden zorgvuldig met de schep laagje voor laagje afgeschaafd. Tijdens het afschaven werd een opmerkelijk vondst gedaan in de vorm van een prachtige pijlpunt van grijzig vuursteen. De pijlpunt is slechts 2.5 cm lang en vakkundig met de hand bewerkt. Met behulp van eenvoudig klop- en drukgereedschap is de pijlpunt beetje bij beetje bewerkt. Op de pijlpunt zijn hiervan de bewerkingssporen nog goed zichtbaar. Met het oog op de vele gevonden stukjes afgeslagen vuursteen Het is zeer aannemelijk dat de pijlpunt ter plekke is vervaardigd. Naast de driehoekige punt met weerhaken is de pijlpunt van een ‘bevestigingstukje’ voorzien waarmee het aan de schacht van een pijl kon worden bevestigd. Waarschijnlijk is de pijlpunt voor jachtdoeleinden gemaakt, maar het is onduidelijk of er ook daadwerkelijk mee geschoten is. Mogelijk is de pijlpunt vroegtijdig verloren of weggegooid.

In Haarlem zijn meer pijlpunten van vuursteen gevonden, waaronder een tijdens de opgraving in de Hekslootpolder (1997) en zeer recent een in de Grote of St. Bavokerk (2016).