Het ei van de Damstraat

In deze rubriek wordt elke maand kort en krachtig een bijzonder, apart of juist heel gewoon opgegraven voorwerp belicht. Deze maand betreft het een ei.

Onder uiterst zware omstandigheden is in 2002 een archeologisch onderzoek tijdens de0.02DAM.BP3D.999 bodemsanering in de Damstraat gehouden. Tussen de ronkende graafmachines kon gelukkig veel van de vroege geschiedenis van Haarlem worden gedocumenteerd en opgegraven. Naast enkele dikke muren van bebouwing en de loop van de Haarlemse beek zijn ook diverse beerputten en waterputten aangetroffen. Uit een van de beerputten kwam een uiterst tere vondst, namelijk een compleet ei.

Beerput
Het ei uit de beerput wordt aan de hand van de overige vondsten in het begin van de vijftiende eeuw gedateerd. De schaal van het ei is oorspronkelijk wit, maar door het eeuwenlange verblijf in de beerput is de buitenkant letterlijk ‘poepbruin’ van kleur. Het ei is 3.9 bij 5.2 cm groot en betreft een kippenei. Het ei heeft een gewicht van 8.5 gram maar een recent ei van dezelfde afmetingen weegt circa 50.3 gram. De inhoud van het aangetroffen ei is geheel ingedroogd. Bij het schudden van het ei hoor je nog dat er “iets” in zit, waarschijnlijk is dit de dooier.

Stukjes eierschaal
Resten van eieren, vooral de schaal, worden wel meer gevonden tijdens archeologisch0021 onderzoek. Waarschijnlijk betreft dit de restanten van een maaltijd of een bereiding in de keuken. Het is echter zeer bijzonder als een ei nog geheel compleet wordt aangetroffen.

Weggeworpen
Waarom het ei van de Damstraat is weggeworpen weten we helaas niet, maar het vermoeden is dat het ei niet meer eetbaar werd geacht. Helaas beschikte de middeleeuwse bewoner van de Damstraat nog niet over het ‘handigheidsboekje’ uit circa 1950, waar in het hoofdstuk over “bewaren en vershouden van levensmiddelen” bij tip nummer 30 het volgende staat vermeld: “eieren kan men jarenlang goed houden, wanneer men ze verscheidene malen in een tot op 38 graden Celsius verwarmde waterglasoplossing dompelt, goed afdroogt en op een houten rooster legt”.

Kippen
De kip (Gallus Gallus Domesticus) werd al rond 3200 v. Chr. in Azië en India gehouden vourouders van kippenen vanaf het jaar 1400 v. Chr. in Egypte. De eerste gedomesticeerde kippen kwamen rond 700 v. Chr. in Zuid- Europa terecht. Tegenwoordig komt de kip vrijwel overal ter wereld voor. De voorouder van de kip is het Bankavihoen of het rode kamhoen  (Gallus Gallus). Dit hoen komt nog steeds voor in zuidoost–Azië en India en is ongeveer zo groot als een krielkip.

Symboliek op een schotel

In deze rubriek wordt elke maand kort en krachtig een bijzonder, apart of juist heel gewoon opgegraven voorwerp belicht. Deze maand betreft het een schotel.

Eén van de voorwerpen die uit de stortkoker van de keuken van Huis ter 0.90KLEV.0933.001bKleef in de gracht belandde is een schotel van roodbakkend aardewerk met witte slibversiering. De binnenzijde van de schotel is rondom versierd met halve cirkels van witte kleipap, die naast elkaar zijn aangebracht en die elkaar soms snijden. Al met al een fraai versierde schotel, maar er zit veel meer achter dan je op het eerste gezicht zou zeggen.

Betekenis
Voor de middeleeuwer bestond er een verbinding tussen de waarneembare 0.90KLEV.3305.001aen niet-waarneembare werkelijkheid. Het onzichtbare of ongrijpbare probeerde men te beïnvloeden door middel van het zichtbare. Alles in de waarneembare wereld kreeg een symbolische betekenis. Dit gold ook voor gebruiksvoorwerpen en hun versiering. Men probeerde met de tekens in de vorm van versieringen op het gebruiksaardewerk leven en dood, geluk en ongeluk, goed en kwaad te beïnvloeden. Het gebruiksaardewerk is vooral versierd met volksreligieuze symbolen die vruchtbaarheid, herleving en afweer van het kwade moeten bewerkstelligen.

Vruchtbaarheid
Vaak komen op laatmiddeleeuws aardewerk halve cirkels voor. Dit zijn symbolen bedoeld om de vruchtbaarheid te bevorderen. De halve cirkels kunnen op verschillende manieren ten opzichte van elkaar geplaatst zijn, wat veel mogelijkheden geeft in versieringen. De symbolen stammen al uit de vroege Germaanse tijd en staan symbool voor hemel en aarde, zon en maan of het mannelijke en het vrouwelijke.

Herleving
Een ander mooi voorbeeld is een slibversiering op een graapje (soort 0.02DAM.BP01B.013kookpotje), dat is gevonden in de Damstraat. Hierop staan weer de bekende bogen, afgewisseld met drie stippen. De stippen zijn afgeleid van de driespruit. Dit is herlevingsteken om de oneindige voortgang van het leven te symboliseren. Hierbij diende de natuur als voorbeeld: het spruiten van takken. Op dit graapje zijn dus zowel vruchtbaarheid als herleving te ‘lezen’.

Kortom, de boogjes op de schotel van Huis ter Kleef -en de driespruit op het graapje uit de Damstraat- zijn meer dan alleen versiering.

De vuist van Haarlem

In deze rubriek wordt elke maand kort en krachtig een bijzonder, apart of juist heel gewoon opgegraven voorwerp belicht. Deze maand betreft het een gerechtsvuist.

Hoornse vondstIMG_4330
In het schitterende Vind Magazine werden recentelijk twee uitgebreide artikelen aan zogenaamde gerechtshanden of gerechtsvuisten gewijd. Expert Jos Koldeweij beschreef hierin uitgebreid de vondst van een nieuwe gerechtsvuist in Hoorn en bracht deze in verband met de slechts drie (!) andere bekende gerechtsvuisten in Nederland, namelijk uit Zwijndrecht (1960), Haarlem (1972) en Hoorn (1990). De vierde vuist werd in 2005 ook Hoorn gevonden en werd jarenlang niet herkend tot deze dit jaar bij de redactie van het genoemde magazine werd getoond. Daarna ging het hard.

Haarlemse zoektocht5642402833_ffdb6211af_o
Uiteraard deed de vondst van de vierde vuist ook in Haarlem de harten sneller kloppen. Er bleek in de jaren zeventig een uitgebreide zoektocht naar de Haarlemse vuist te zijn gedaan. Een duik in het archief van de Archeologische werkgroep Haarlem leverde een dikke map op met foto’s tekeningen en allerlei correspondentie. De map gaf ook een boeiende kijk in de archeologische wereld van begin jaren zeventig van de vorige eeuw. Nog geheel onwetend van computers en internet werd er ijverig via getypte briefjes met deskundigen uit binnenland en buitenland gecorrespondeerd. Na wat heen en weer getyp bleek het toen al snel niet om een slagwapen of deurklopper te gaan, maar om een waardigheidssymbool van gerechtsdienaren: een gerechtsvuist. De bevindingen zijn in aansluitend in 1972 en 1973 in het tijdschrift Westerheem van de landelijke AWN gepubliceerd.

Haarlemse vuistafb 4
De Haarlemse vuist is in 1972 gevonden tijdens rioleringswerkzaamheden nabij de Amsterdamse Poort. Van de gerechtsvuist is alleen de metalen hand met daarin een klein stukje van de houten steel overgeleverd. De vuist zelf is van tin gemaakt en heeft door het verblijf in de bodem een prachtige goudkleurige glans. In de gebalde vuist bevindt zich een uitsparing waarin een ijzeren spijker heeft gezeten. De Haarlemse vuist wordt aan de hand van het gevonden aardewerk in de vijftiende eeuw gedateerd. De vuist bevindt zich niet in Haarlem, maar is opgenomen in de verzameling van de onlangs overleden befaamde onderzoeker en meesterverzamelaar de heer H.J.E. van Beuningen uit Cothen. Het zou natuurlijk mooi zijn als de Haarlemse vuist thans weer huiswaarts kan keren.

Gebruikafb 7
De gerechtsvuisten werden door gerechtsambtenaren of gerechtsbodes gebruikt bij de uitoefening van hun ambt. De staf werd gebruikt als waardigheidsteken en stond symbool voor hun macht. De gerechtsvuist komt voort uit een dolkstrijdkolf, een bepaald type slagwapen, en evolueerde in de late middeleeuwen tot bodestaf. De gerechtsvuist komt voor in teksten en is afgebeeld op diverse middeleeuwse schilderijen.

Nieuwe vondsten
Dankzij de oplettende redactie van Vind Magazine kon de vierde gerechtsvuist door expert Koldeweij worden bestudeerd en beschreven. Naar aanleiding van het artikel in Vind nummer 18 stond de telefoon van de redactie roodgloeiend. Nieuwe vondsten werden gemeld en konden wederom door Koldeweij worden onderzocht, wat leidde tot een extra item in het volgende nummer. Kortom, de gerechtsvuisten staan dankzij Vind Magazine en Koldeweij na ruim 40 jaar weer helemaal op de kaart!

Met dank aan de redactie van Vind Magazine

De bajonet van Bloemendaal

In deze rubriek wordt elke maand kort en krachtig een bijzonder, apart of juist heel gewoon opgegraven voorwerp belicht. Deze maand betreft het een bajonet.

Op 19 april 2013 werd door enkele leden van de AWH een waterput naast de dorpskerk inBloemendaal-Dorspkerk-w200
Bloemendaal onderzocht. Nadat het water uit de put was gepompt werden diverse voorwerpen op de bodem aangetroffen, waaronder diverse grafvazen, een uitzetroede van een raam, wat stopverf, dakpannen en een deel van een houten putdeksel. Een onverwachte en bijzondere vondst betreft een complete bajonet met leren schede, welke op een smalle richel in de waterput werd aangetroffen.

Raadsel
De vondst van de bajonet stelt de archeologen voor een klein raadsel. Want hoe komt een militair voorwerp netjes op de richel in een waterput, en hoe oud is de bajonet eigenlijk en bajonetvoor wie is de bajonet ooit gemaakt? De bajonet is maar liefst 50 cm lang, waarvan 37 cm het lemmet betreft. Het lemmet was overigens nog vlijmscherp. De houten belegplaatjes op de handgreep waren door het langdurige verblijf in het putwater zacht geworden. Inmiddels zijn ze geconserveerd. Het leer van de schede was echter grotendeels vergaan. Alleen de metalen mondopening en de metalen punt van de schede hebben de tand des tijd overleefd. De waterput is na het onderzoek afgedekt met een fraaie sluitsteen, mogelijk gemaakt door de Vrienden van de Dorpskerk.

Duitse keizer
Onderzoek wijst uit dat het om een Duitse bajonet van het type S98/05 gaat, bedoeld voorkaiser_wilhelm_II-02 het ‘Gewehr 98’. Zo staat op de zijkant van het lemmet het merk Weyersberg, Kirschbaum u. Cie., (WK & C), Solingen en is op de rug van het lemmet de gekroonde W14 te zien, van Wilhelm II van Pruisen (regeerperiode 1888-1918). Wilhelm II was staatshoofd van het Duitse Keizerrijk en het Koninkrijk Pruisen. De bajonet is gemaakt in het jaar 1914. Hoe de bajonet in onze streken en vervolgen in de waterput is beland blijft gissen. Is de bajonet doorgebruik tot in de Tweede Wereldoorlog en tijdens de bezetting zoek geraakt? Of is het wellicht toch kwajongenswerk geweest? De bajonet lijkt in ieder geval zorgvuldig te zijn verborgen in de waterput, met de intentie om hem later nog te kunnen ophalen.

Berendoder
De eerste toepassing van een wapen dat pas later ‘bajonet’ genoemd zou worden, gebeurde in de jacht. Vooral in het dichtbeboste noorden van Spanje joeg men op beren. De beer diende op de juiste plaats geschoten te worden. Een zwaargewonde beer kon de jager doden, aangezien de geweren die men in de 16e en 17e eeuw gebruikte slechts enkelschots waren, en snel herladen onmogelijk was. Men zocht toen naar een reservewapen om zich ook met een ongeladen geweer tegen een berenaanval te kunnen beschermen. Hiervoor plaatste men ‘plugbajonetten’ in de loop, een jachtmes waarvan het handvat uit een stuk hout bestond dat men in de loop stak.

Militaire toepassing
In de 17e eeuw vond dit wapen een nieuwe, ditmaal militaire toepassing. Net als de jagers ng4.8in die tijd hadden ook de legers nog geen snel herlaadbare geweren. Tijdens de tientallen seconden die de schutters nodig hadden om hun geweren klaar te maken voor een nieuw schot waren ze erg kwetsbaar. Aangezien elke schutter standaard nog een zwaard of mes bij zich droeg was een plugbajonet een stap in de juiste richting. Het handvat van een plugbajonet werd zo vormgegeven dat het in de loop van het geweer paste en de schutter dus over een lans kon beschikken indien hij niet genoeg tijd had om zijn geweer te herladen. Nadeel van dit systeem is dat er onmogelijk geschoten kan worden wanneer de loop geblokkeerd wordt door de bajonet.

Verschillende succesvolle, en veel talrijkere mislukte, experimenten volgden tot men de eerste ‘hulsbajonet’ ontwikkeld had. Hierbij plaatste men de bajonet door middel van een soort buis over het voorste gedeelte van de loop, zonder dat het schieten gehinderd werd. De meeste landen maakten echter in de loop van de 19e eeuw de overstap naar de zwaardbajonet. Dit type bajonet was een volwaardig zwaard of mes met handvat en snijdend lemmet dat eveneens op een geweer geplaatst kon worden. Dit is vandaag de dag nog de meest gebruikte soort bajonet en bestaat in alle vormen en maten.DSC07697

 

Met dank aan bajonet.be

Een kannetje van gravin Jacoba!

In deze rubriek wordt elke maand kort en krachtig een bijzonder, apart of juist heel gewoon opgegraven voorwerp belicht. Deze maand betreft het een jacobakan.

Jacoba van BeierenHet leven van gravin Jacoba van Beieren (1401-1436) was tragisch, zowel privé als politiek. Ze trouwde vier keer, maar haar huwelijken waren gedoemd te mislukken. Ze werd gedwongen haar graafschappen af te staan aan de hertog van Bourgondië. Uiteindelijk werd Jacoba op het kasteel Teylingen in Sassenheim  gevangengezet, waar ze de laatste jaren van haar korte leven sleet. Tijdens werkzaamheden aan het kasteel in de zeventiende eeuw werden diverse slanke grijze kannetjes van steengoed gevonden. Sommige geschiedschrijvers dachten dat Jacoba haar tijd met pottenbakken heeft doorgebracht, maar dit is een fabeltje. Dit type kannetjes dateert uit circa 1375-1425, oftewel van voor de tijd dat Jacoba op kasteel Teylingen gevangen zat. Afgezien hiervan is het ook wat onwaarschijnlijk dat een voormalig gravin zich als gepassioneerd pottenbakster zou hebben ontpopt. Geheel onbewust hiervan zijn de gevonden kannetjes in de zeventiende eeuw hierdoor spontaan naar haar vernoemd.

Duitse kannen90 klev v 0669
De zogenaamde jacobakannetjes zijn afkomstig uit de Duitse stad Siegburg, nabij Keulen. Siegburg was toen één van de belangrijkste pottenbakkerscentra. In Siegburg werd vooral grijskleurig schenkgerei en drinkgerei gemaakt. De klei rond Siegburg bevatte nauwelijks ijzerdeeltjes, waardoor de voorwerpen licht grijs worden tijdens het bakken. Doordat de pottenbakkers de oventemperatuur wisten te verhogen ontstond er ook een zeer hard baksel, steengoed genaamd. Dit steengoed is zo hard dat het geen vocht opneemt en niet lekt. Ideaal voor drinkbekers, drinkschaaltjes en schenkkannen zoals de jakobakannetjes.

Exclusief spul
Alhoewel het steengoed uit Siegburg gretig aftrek vond in de steden en in wat mindere
mate op het platteland, lijken de jacobakannetjes daar wat minder gangbaar te zijn. Ze worden vreemd genoeg juist wel vaak gevonden bij kastelen. Zo ook bij kasteel Huis ter Kleef in Haarlem. Tijdens het archeologisch onderzoek van het kasteel zijn de jacobakannetjes massaal in de gracht aangetroffen. Vaak nog helemaal gaaf. Zijn het de tastbare restanten van een middeleeuws feestje? Het feit dat er zoveel kannetjes zijn gevonden, doet vermoeden dat ze na gebruik direct –leeg- in de gracht zijn gegooid.

Onderzoekverzamelfoto 1 jac.kannen
De scherven uit de gracht van Huis ter Kleef worden minutieus onderzocht en geven
langzaam hun geheimen prijs. Zo is de inhoud van de gracht goed dateerbaar en weten we welke handelscontacten er in die tijd met het buitenland waren. Daarnaast vertelt de plek waar de kannetjes in de gracht zijn gevonden iets over het gebruik van de naastgelegen kasteelruimten. Hierdoor krijgen we een goed beeld van de bewoningsgeschiedenis van het kasteel door de tijd heen. Kortom, scherven van jacobakannetjes brengen ons -naast geluk- veel informatie over de middeleeuwen in Haarlem!

Een verloren duit

In deze rubriek wordt elke maand kort en krachtig een bijzonder, apart of juist heel gewoon opgegraven voorwerp belicht. Deze maand betreft het een munt.

Kleine koperen munten als duiten worden vaak tijdens opgravingen gevonden. Dit 0.90KLEV.0034.001.bexemplaar is gevonden bij het kasteel Huis ter Kleef in Haarlem–noord. De AWH heeft hier van 1990 tot en met 1994 archeologisch onderzoek verricht. Het kasteel zelf is in 1573 door de Spaanse bezetter opgeblazen. De duit dateert uit 1663 en is dus van na die tijd. Wellicht is de duit op de ruïne verloren door een romantische wandelaar, topografisch tekenaar of door een illegale ‘bakstenen-rover’.

West Friesland
De duit is na een verblijf van honderden jaren in de bodem nog goed leesbaar. Zo staat op de voorzijde ‘West Frisiae met het jaartal 1663’ en is op de achterzijde het wapen van West Friesland afgebeeld met de tekst DEVS. FORTI. ET. SP. NOS. (God is onze kracht en onze hoop). Onze duit is afkomstig uit Hoorn, waar tussen 1661 en 1670 de munten namens West Friesland werden geslagen. De muntslag wisselde met regelmaat tussen de steden Hoorn, Enkhuizen en Medemblik.

Muntstelsel
Deze koperen munt werd vanaf 1573 voor het eerst geslagen in Holland, maar al snel 0.90KLEV.0034.001gevolgd door andere gewesten en steden. Ze waren tot in het begin van de 19e eeuw nog wettig betaalmiddel. In 1807 werden alle provinciale munthuizen gesloten, met uitzondering van dat van Utrecht. Het kopergeld, waaronder de duiten, werd gesaneerd. Vanaf 1828 waren alleen halve en hele centen nog wettig betaalmiddel. Deze nieuwe munten, waarvan de cent een honderdste deel van een gulden was, paste beter in het decimale stelsel dan de duit, waarvan er 160 in een gulden gingen.

Spreekwoorden en zegswijzen over de duit:

  • Ook een duit in het zakje doen (er ook wat van zeggen, iets toevoegen, meepraten)
  • Geen rooie duit hebben (helemaal niets).
  • Niemand die daar een duit voor geeft (niemand die daar iets voor betaald).
  • Jongens die fluiten krijgen meisjes met duiten (jongens die initiatief nemen kunnen rijke meisjes aan de haak slaan).

Oeroude glaasjes

In deze rubriek wordt elke maand kort en krachtig een bijzonder, apart of juist heel gewoon opgegraven voorwerp belicht. Deze maand betreft het een middeleeuws glaasje.

Op de plek van het oude parkeerterreintje aan de Damstraat is in 2002 een zeer bijzondere vondst gedaan. Waar nu het Frans Halshotel staat is een beerput met veel afval uit de middeleeuwen aangetroffen. Behalve gewone gebruiksvoorwerpen als kookpotten en drinkkannen werden acht kleine drinkbekertjes van glas aangetroffen. De voorwerpen uit de beerput zijn allemaal uit de periode 1375-1425. De glazen bekertjes zijn niet alleen bijzonder vanwege het feit dat ze keurig ineen gestapeld zijn gevonden. Het is ook de grootste en oudste glasvondst van dergelijke glaasjes in Haarlem. Uniek!

0.02DAM.BP1.030Zeldzaam
De glaasjes zijn niet helemaal gaaf, maar na het nodige puzzelwerk konden er vijf glaasjes van transparant/kleurloos glas en drie glaasjes van donkergroen glas worden geteld. Enkele glaasjes zijn inmiddels gerestaureerd en aangevuld met een kunststof profiel. Zo wordt de vorm goed duidelijk. Glaswerk uit de middeleeuwen wordt maar zelden aangetroffen in Haarlem, vooral als het gaat om kleurloos glas.

Bobbeltjespatroon

De bekertjes van ontkleurd glas zijn in een mal met reliëf geblazen, waardoor het bobbeltjespatroon van de mal werd overgebracht op het bekertje. Dit  reliëf is uitgevoerd in een zogenaamd honingraatmotief. Elke ‘cel’ is nagenoeg zeshoekig van vorm. Ze zijn vertikaal in de mal aangebracht, tot een paar centimeter onder de liprand. De bodem is opgestoken nadat het glaasje uit de mal is genomen.  De hoogte van het afgebeelde bekertje is circa zes cm.

Herkomst
Vergelijkbare bekertjes zijn in diverse landen aangetroffen. Waar deze bekertjes werden vervaardigd is nog onzeker. Een mogelijke aanwijzing kan het  gebied Cadix in het zuiden van Frankrijk, waar ook veel van deze kleurloze bekertjes zijn gevonden.  De bekertjes van groen glas worden later besproken.

Huis ter Kleef
Saillant detail is tijdens het onderzoek  van de glasvondsten van de Damstraat ook de glasvondsten van de opgraving Huis ter Kleef  werden uitgelegd.  Uit de inhoud van latrinekoker AK van het kasteel Huis ter Kleef zijn ook enkele fragmenten van een ontkleurd bekerglaasje afkomstig!  Deze fragmenten zijn van een vergelijkbaar model als de bekertjes uit de Damstraat.

Tentoonstelling
Wie de glaasjes in het echt wil zien moet zeker het Archeologisch Museum Haarlem bezoeken. In het Archeologisch Museum Haarlem is momenteel de tentoonstelling ‘Handel en wandel in de Damstraat. 600 jaar bedrijvigheid tussen Spaarne en Markt’ te zien. De tentoonstelling is een mooi tweeluik, want naast bodemvondsten worden ook historische gegevens van panden, bedrijven en bewoners parallel door de Historische Vereniging Haerlem in de Hoofdwacht getoond.

Archeologisch Museum Haarlem

Van grote hoogte!

In deze rubriek wordt elke maand kort en krachtig een bijzonder, apart of juist heel gewoon opgegraven voorwerp belicht. Deze maand betreft het een trotseerlood.

Tijdens de opgraving van het kasteel Huis ter Kleef in de jaren 1990-1994 is een bijzonder trotseerlood Huis ter Kleefloden plaatje in de gracht gevonden. Het betreft een trotseerlood. Dergelijke loden werden -en worden nog steeds- door loodgieters gebruikt bij het aanbrengen van lood op een dakconstructie. Het lood werd op het hout bevestigd doormiddel van een spijker. Om roesten tegen te gaan, werd over de spijker een trotseerlood aangebracht. De loden zijn meestal voorzien van de naam van de loodgieter en een jaartal. Dit uit een piëteit en herkenning bij latere werkzaamheden aan het betreffende dak. Op de dakconstructies van oudere gebouwen zijn de trotseerloden meestal nog terug te vinden.

Zwijnskop
Het trotseerlood van Huis ter Kleef is zeer bijzonder. Op het trotseerlood is een afgehakte zwijnskop met bloedstralen afgebeeld. Boven de afbeelding is de naam BREDER aangebracht. Een dergelijke afbeelding is ook bekend van de wapens van de familie Van Brederode, die het Huis ter Kleef in de periode 1492-circa 1573 bezat. Na het beleg van Haarlem is het kasteel door de Spanjaarden opgeblazen en is het trotseerlood in de gracht beland.

Uniek
Het trotseerlood van Huis ter Kleef is zeer bijzonder. Het is het enige bekende trosteerlood met het wapen van de familie Van Brederode. Ook is het -tot nu toe- het oudste trotseerlood dat Nederland is gevonden, en het draagt niet de naam van de loodgieter maar van de opdrachtgever. Kortom, een bijzonder stukje lood!

opgraving Huis ter Kleef

Een soort “ringetje”

Enkele maanden geleden vonden we een “ringetje”. Het leek van hout te zijn of van bot of van wat eigenlijk? We kwamen er niet uit. Afgelopen zaterdag ging een lid van de werkgroep naar een bijeenkomst van de deskundigheidsbevorderingscommissie van de AWN. Er waren lezingen over bottenonderzoek, houtconservering, archeobotanie en wat munten je nu eigenlijk wel -en vooral ook niet- vertellen, als je ze vindt bij een opgraving. Prikkelend en leerzaam.

NaamloosDaarna volgenden diverse workshop om dieper op een materiaalsoort in te gaan. Zoals metaal, glas, aardewerk of zaden. Bij de workshop over het laatste zochten we in gezeefd materiaal uit Rijnsburg naar zaden en vonden we ook een zelfde soort “ringetje”. Een expert kon ons vertellen dat een verhard stukje kraakbeen uit de hals van een vogel was. Bij het afhakken van de vogelkop is het dus ooit door het keukenpersoneel in een beerput of gracht gegooid. En op die manier kunnen wij nu achterhalen wat men vroeger gegeten heeft.

(G)een appeltje voor de dorst

In deze rubriek wordt elke maand kort en krachtig een bijzonder, apart of juist heel gewoon opgegraven voorwerp belicht. Deze maand betreft het een spaarpot.  

Waar de argeloze kunstliefhebber tegenwoordig de Verweijhal aan de Grote Markt DSC04539binnenloopt, is in 1990 door de AWH een opgraving uitgevoerd. Op een heel klein binnenterrein naast de Vleeshal zijn diverse muren, beerputten en kelders uit de middeleeuwen en nieuwe tijd opgegraven. Uit één van de zeventiende eeuwse beerputten is een prachtige spaarpot afkomstig.

De spaarpot is gemaakt van witbakkende klei en is aan de buitenkant voorzien van een laagje koperhoudende glazuur, waardoor deze een prachtig groen glanzend uiterlijk heeft. De spaarpot bestaat uit een holle bol op een kolomachtige voet en is aan de bovenkant van een puntje voorzien. In de holle bol is horizontaal een gleuf voor het inwerpen van muntjes uitgespaard. De spaarpot is 12 centimeter hoog.

De bol met puntje doet denken aan een vrouwenborst, waaraan het model dan ook zijn DSC04532naam ontleend. Naast het ‘borstmodel’ kende men ook andere vormen zoals een spaarvarken of een spaarhaantje. Uit latere tijd is er ook (wijn)tonvormige model bekend. Deze vormen hebben allemaal dezelfde symboliek: oppotten/ vetmesten en daarna slachten/ consumeren. Onze spaarpot heeft waarschijnlijk alle stadia doorgemaakt aangezien deze geheel in scherven werd gevonden. Van de inhoud is overigens geen spoor meer aangetroffen…

DSC04531