In deze rubriek wordt elke maand kort en krachtig een bijzonder, apart of juist heel gewoon opgegraven voorwerp belicht. Deze maand betreft het een ei.
Onder uiterst zware omstandigheden is in 2002 een archeologisch onderzoek tijdens de
bodemsanering in de Damstraat gehouden. Tussen de ronkende graafmachines kon gelukkig veel van de vroege geschiedenis van Haarlem worden gedocumenteerd en opgegraven. Naast enkele dikke muren van bebouwing en de loop van de Haarlemse beek zijn ook diverse beerputten en waterputten aangetroffen. Uit een van de beerputten kwam een uiterst tere vondst, namelijk een compleet ei.
Beerput
Het ei uit de beerput wordt aan de hand van de overige vondsten in het begin van de vijftiende eeuw gedateerd. De schaal van het ei is oorspronkelijk wit, maar door het eeuwenlange verblijf in de beerput is de buitenkant letterlijk ‘poepbruin’ van kleur. Het ei is 3.9 bij 5.2 cm groot en betreft een kippenei. Het ei heeft een gewicht van 8.5 gram maar een recent ei van dezelfde afmetingen weegt circa 50.3 gram. De inhoud van het aangetroffen ei is geheel ingedroogd. Bij het schudden van het ei hoor je nog dat er “iets” in zit, waarschijnlijk is dit de dooier.
Stukjes eierschaal
Resten van eieren, vooral de schaal, worden wel meer gevonden tijdens archeologisch
onderzoek. Waarschijnlijk betreft dit de restanten van een maaltijd of een bereiding in de keuken. Het is echter zeer bijzonder als een ei nog geheel compleet wordt aangetroffen.
Weggeworpen
Waarom het ei van de Damstraat is weggeworpen weten we helaas niet, maar het vermoeden is dat het ei niet meer eetbaar werd geacht. Helaas beschikte de middeleeuwse bewoner van de Damstraat nog niet over het ‘handigheidsboekje’ uit circa 1950, waar in het hoofdstuk over “bewaren en vershouden van levensmiddelen” bij tip nummer 30 het volgende staat vermeld: “eieren kan men jarenlang goed houden, wanneer men ze verscheidene malen in een tot op 38 graden Celsius verwarmde waterglasoplossing dompelt, goed afdroogt en op een houten rooster legt”.
Kippen
De kip (Gallus Gallus Domesticus) werd al rond 3200 v. Chr. in Azië en India gehouden
en vanaf het jaar 1400 v. Chr. in Egypte. De eerste gedomesticeerde kippen kwamen rond 700 v. Chr. in Zuid- Europa terecht. Tegenwoordig komt de kip vrijwel overal ter wereld voor. De voorouder van de kip is het Bankavihoen of het rode kamhoen (Gallus Gallus). Dit hoen komt nog steeds voor in zuidoost–Azië en India en is ongeveer zo groot als een krielkip.
Kleef in de gracht belandde is een schotel van roodbakkend aardewerk met witte slibversiering. De binnenzijde van de schotel is rondom versierd met halve cirkels van witte kleipap, die naast elkaar zijn aangebracht en die elkaar soms snijden. Al met al een fraai versierde schotel, maar er zit veel meer achter dan je op het eerste gezicht zou zeggen.
en niet-waarneembare werkelijkheid. Het onzichtbare of ongrijpbare probeerde men te beïnvloeden door middel van het zichtbare. Alles in de waarneembare wereld kreeg een symbolische betekenis. Dit gold ook voor gebruiksvoorwerpen en hun versiering. Men probeerde met de tekens in de vorm van versieringen op het gebruiksaardewerk leven en dood, geluk en ongeluk, goed en kwaad te beïnvloeden. Het gebruiksaardewerk is vooral versierd met volksreligieuze symbolen die vruchtbaarheid, herleving en afweer van het kwade moeten bewerkstelligen.
kookpotje), dat is gevonden in de Damstraat. Hierop staan weer de bekende bogen, afgewisseld met drie stippen. De stippen zijn afgeleid van de driespruit. Dit is herlevingsteken om de oneindige voortgang van het leven te symboliseren. Hierbij diende de natuur als voorbeeld: het spruiten van takken. Op dit graapje zijn dus zowel vruchtbaarheid als herleving te ‘lezen’.



















