In deze rubriek wordt elke maand kort en krachtig een bijzonder, apart of juist heel gewoon opgegraven voorwerp belicht. Deze maand betreft het een middeleeuwse stilus, oftewel schrijfstift.
Wie schrijft die blijft, althans dat is het gezegde. Helaas geldt dit niet voor de schrijver die
met een stilus zijn of haar verhaal aan de zachte was toevertrouwde. Want als de ingekrast boodschap was gelezen, werd de tekst eenvoudig weer gladgestreken. Soms zijn er karige aantekeningen overgeleverd doordat de ijverige schrijver zijn of haar boodschap dermate hard in de was had gedrukt, dat de punt van de stilus tot in het hout doordrong. Heel soms kunnen we zo flarden van teksten lezen. Of dit ook geldt voor de schrijver op kasteel Huis ter Kleef is niet bekend, want tijdens de opgraving is alleen de stilus oftewel schrijfstift aangetroffen. Van het bijbehorende wasplankje ontbreekt ieder spoor.
Aantekeningen, rekeningen en brieven
Een stilus is een lange stift van hout, been, ivoor of metaal met meestal een spatelvormig uiteinde aan de ene zijde en een puntige stift aan de andere kant. De stilus werd al in de romeinse tijd gebruikt voor het maken van aantekeningen, rekeningen en brieven zonder blijvend belang. Hiervoor gebruikte men wastafeltjes. Dit zijn rechthoekige houten plankjes die in het midden zijn verdiept en met een laagje bijenwas zijn bestreken. In de was werd een tekst of tekening met de stilus aangebracht. Als de tekst of de tekening niet meer nodig was werd deze eenvoudig verwijderd door met het spatelvormig uiteinde van de stilus de was weer glad te strijken. Het wasplankje was zo weer bruikbaar voor een nieuwe boodschap.
Bijzondere styli
Er zijn er ook afwijkende vormen van styli bekend, waarbij de spatel handvormig of bolvormig is. Soms is de stilus van een ringetje voorzien om het schrijfgerei op te hangen of met zich mee te dragen. Bijzonder zijn de styli uit de dertiende en veertiende eeuw die in de Seine te Parijs werden gevonden. Ze zijn vervaardigd van lood en bovenaan de spatelzijde ‘halve maanvormig’ De voor- en achterzijde van deze uiteinden zijn versierd met onder andere een bisschop, een aap, kruis of een floraal decor.
De stilus van Huis ter Kleef
Tussen 1992 en 1994 werd door de AWH de slotgracht van het kasteel Huis ter Kleef in de huidige Haarlemmer Kweektuin opgegraven. De grachtvulling werd met water gezeefd, waardoor kleine voorwerpen makkelijker herkend werden. De allereerste vondst uit de oostgracht in de zeef aangetroffen betreft een stilus. De stilus van Huis ter Kleef is vervaardigd van een koperlegering en dateert uit de vijftiende eeuw. Het uiteinde is spatelvormig en voorzien van een manchet, terwijl de schrijfkant is voorzien van een puntige stift.
Klooster en abdij
In Haarlem werden tijdens een opgraving in de jaren 1978-1979 in de zuidelijke kloostergang van het vroegere Dominicanerklooster –het huidige stadhuis- enkele skeletten aangetroffen. Naast de schedel van één van de skeletten werd een stilus aangetroffen. Of we hieruit mogen opmaken dat deze stilus als een grafgift is meegegeven aan zijn gebruiker is niet met zekerheid te zeggen. Bij de abdij van Egmond werd eveneens een stilus aangetroffen. De stilus is gemaakt van brons en voorzien van versiering in de vorm van een gestileerde slang. Deze stilus dateert uit de elfde eeuw.
Langdurig gebruik
Wasplankjes en styli werden over het algemeen tot in de vijftiende eeuw gebruikt. Daarna wordt het schrijven op papier meer algemeen en verdwijnen de wasplankjes en bijbehorende styli. Onder bepaalde omstandigheden werd echter nog lang gebruik gemaakt van deze schrijftechniek. Zo zijn enkele voorbeelden van langdurige gebruik bekend uit de zoutmijnen in Salesbury (tot 1812) en de vismarkt in Rouaan (tot 1919). In een vochtige omgeving waar papier en lei onbruikbaar zijn, was een wasplankje blijkbaar toch nog erg praktisch…







De leden van de Archeologische Werkgroep Haarlem (AWH) zijn van alle markten thuis. Of het nu gaat om opgravingen, excursies of open dagen voor het publiek, ze draaien de hand er niet voor om. Hoe anders was het tijdens een dagje botten tellen. Want hoe herken je nou de botten van een zoogdier of een vogel? En waaraan zie je eigenlijk het verschil tussen de botten van een koe, konijn en een hert?
onlangs diverse zakken met botmateriaal uit de slotgracht van Kasteel Huis ter Kleef aan een nader onderzoek onderworpen. De vele vondsten en de gegevens van deze opgraving worden momenteel uitgebreid onderzocht en beschreven, met als einddoel een vuistdikke publicatie en een mooie tentoonstelling in het Archeologisch Museum Haarlem. De meeste vondsten, zoals keramiek, glas en metaal, zijn bekend terrein voor de enthousiaste leden, maar botmateriaal is toch een vak apart. Het botmateriaal van Huis ter Kleef wordt dan ook door een gespecialiseerd bedrijf onderzocht.
Kleef verzameld. En doordat tot op de meter en grondlaag nauwkeurig bekend is wel botje waar is gevonden en hoe oud dat is, kunnen er zeer gedetailleerde vragen over de bewoningsgeschiedenis worden beantwoord. Botmateriaal zelf is lastig te dateren, maar gelukkig geldt dit juist niet voor de vele duizenden scherven keramiek uit de gracht . Hierdoor weten we vrij nauwkeurig uit welke periode een botje afkomstig is.
verschillende kasteelruimten en de wegwerppatronen van de bewoners. Daarnaast kan worden bepaald welke dieren op het menu stonden, of ze jong waren of oud en of het alledaags voedsel betrof of juist sjieke hapjes voor een adellijke dis. En of de dieren van verre werden aangevoerd, of er zelf geslacht werd of dat er alleen stukken vlees werden gekocht. Kortom botten kunnen ons veel vertellen.
schelpen, ontstaat goed inzicht inde hoeveelheid botten die in totaal zijn opgegraven en onderzocht kunnen worden. Op basis hiervan kan een gespecialiseerd bureau heel gericht een offerte voor het te onderzoeken botmateriaal verstrekken. In totaal zijn er meer dan 50 kratten met zakken botmateriaal geborgen. Een klein deel was al onderzocht en in 1995 in het eerste beknopte boek over de opgraving van Huis ter Kleef beschreven. Nu is de tijd rijp voor nieuw onderzoek aan deze oude botten. Vandaar dat de AWH graag een handje hielp bij het tellen van de botten. De botten gingen door de enthousiaste uitleg van de stadsarcheoloog al snel leven en er ontstonden spontaan allerlei beelden van uitgebreide banketten. Je zou er haast trek van krijgen…



Afgelopen weken hebben meer dan 700 leerlingen van basisschool ter Cleeff in het kader van het jaarlijkse project kust en cultuur zich in de Haarlemse archeologie verdiept. Samen met het Archeologisch Museum Haarlem hielp de Archeologische Werkgroep Haarlem (AWH) uiteraard enthousiast een handje mee. Want wat is er nou leuker om de passie voor archeologie bij kinderen aan te wakkeren!
Voor de start van het archeologie-project werd door de juffen en enkele kinderen in het diepste geheim een leuke film gemaakt. Naast allerlei graafgereedschap als scheppen en troffels had de AWH ook enkele echte vondsten beschikbaar gesteld, waaronder niet alleen scherven maar ook een echte gave jacobakan van het kasteel Huis ter Kleef. Deze jacobakan speelde vervolgens een belangrijke rol tijdens het project. Naast de rekwisieten voor de film leverde de AWH echte middeleeuwse kookpotjes, kannetjes, borden en kinderspeelgoed –opgegraven op Huis ter Kleef- voor de inrichting van een vitrine. Daarnaast werd met opgraafspullen en gereedschap een heuse pop-up opgraving in de hal van de school ingericht. Alle kinderen konden zo goed zien hoe een opgraving er uit ziet.








In de gracht van het kasteel Huis ter Kleef is een van de oudste pispotten van Haarlem aangetroffen. Het betreft een pispot van grijsbakkend aardewerk uit de periode 1350-1400. De pispot is waarschijnlijk doelbewust grijs gebakken. Door de zuurstoftoevoer in de oven af te sluiten bakt de klei namelijk niet alleen grijs in plaats van rood, maar wordt het baksel ook minder poreus, waardoor de pispot minder urine opneemt en zo ‘aangenamer’ ruikt. De pispot is helemaal ongeglazuurd en heeft aan de binnenzijde wat kalkaanslag van urine.





De afgelopen twee jaar werden al delen van de tufstenen kerk uit de dertiende eeuw blootgelegd. Hierbij ging het om de twee zijmuren en de achtergevel, het koor genaamd. Aanleiding voor de eerste archeologische stappen in de Grote of St. Bavokerk vormde de restauratie van een negentiende eeuws grafmonument van twee waterstaatkundige heren. Uit historische bronnen was bekend dat er bij de aanleg van dit monument tufsteen was waargenomen. De restauratie van het monument deed dan ook de archeologische alarmbellen rinkelen.



