De afgelopen week was het een drukte van belang in de Grote of St. Bavokerk aan de
Grote Markt in Haarlem. In de kerk werd alweer voor het derde jaar opgegraven. In de loop van een kleine week veranderde het interieur van de kerk in een maanlandschap vol kuilen en hopen zand, maar aan het einde van de week was alles weer netjes opgeruimd en aangeveegd. Onder leiding van de Haarlemse stadsarcheoloog groeven de leden van de Archeologische Werkgroep Haarlem enthousiast een handje mee.
Tufstenen kerk
De afgelopen twee jaar werden al delen van de tufstenen kerk uit de dertiende eeuw blootgelegd. Hierbij ging het om de twee zijmuren en de achtergevel, het koor genaamd. Aanleiding voor de eerste archeologische stappen in de Grote of St. Bavokerk vormde de restauratie van een negentiende eeuws grafmonument van twee waterstaatkundige heren. Uit historische bronnen was bekend dat er bij de aanleg van dit monument tufsteen was waargenomen. De restauratie van het monument deed dan ook de archeologische alarmbellen rinkelen.
Muren en een verbrand vloertje
In 2014 was binnen enkele slechts uren de tufstenen muur binnen het grafmonument blootgelegd en volgde een speurtocht naar de overige muren van deze vroege kerk. Aangezien de kerken in deze tijd volgens een vaste maatverhouding werden gebouwd, kon vervolgens gericht worden gezocht. Zodoende konden beide buitenmuren worden gelokaliseerd en bleek de muur maar liefst een meter breed en 2.5 meter diep gefundeerd te zijn. In 2015 werd naar het koor van de tufstenen kerk gezocht. Hoewel het koor van vergelijkbare kerken veelal rond of als een rechthoekige uitstulping werd gebouwd, bleek de Haarlemse versie een geheel rechte koormuur te hebben. Daarnaast werd tijdens deze campagne een deel van een verbrande vloer met tegeltjes blootgelegd en volgden meer muurdelen van de tufstenen kerk.
Deuropening
Dit jaar stond de zoektocht naar de (zij)ingang van de tufstenen kerk centraal. Deze zou zich -op basis van de standaard bouwwijze – in de noordmuur aan de zijde van de Grote Markt moeten bevinden. De vraag was dan ook of er nog iets van de oorspronkelijke ingang zou resteren. Het lijkt er ook op dat deze is gevonden, al vergt het nog de nodige studie. Daarnaast is er weer allerlei muurwerk gevonden. Een deel hiervan is van tufsteen, maar er zit ook veel baksteen tussen. Van de buitenzijde van de tufstenen noordmuur is ook een prachtige plint blootgelegd.
Kelder
Aan de zijde van de Oude Groenmarkt werd onderzocht of de veertiende eeuwse bakstenen opvolger van de tufstenen kerk niet wat breder is geweest dat tot nu toe werd aangenomen. Aanleiding hiervoor vormde de vondst van een kelder onder de zeventiende eeuwse aanbouw. In de keldermuur werden tal van grote oude maten bakstenen en een fragment tufsteen waargenomen. Nadat de zerken waren gelicht is tussen de vele recente kabels en buizen gegraven naar aanwijzingen. Alhoewel de muur tot op het grondwater is blootgelegd, zal het nog de nodige tijde vergen om alles goed te overdenken. Gelukkig zijn alle bevindingen in het veld vastgelegd in dagrapporten, op foto’s en tekeningen.
Vondsten
Naast de nodige muren werden diverse andere vondsten gedaan, waaronder onderdelen van skeletten. De graven zijn in de negentiende eeuw massaal geruimd, waardoor tijdens de opgraving veelal losse onderdelen werden aangetroffen. Alleen op het allerdiepte niveau waren nog enkele begravingen aanwezig. Daarnaast werden tijdens het graven en zeven van de grond diverse scherven keramiek aangetroffen en kon met behulp van de metaaldetector tientallen munten worden geborgen. Een zéér bijzondere vondst werd door de Haarlemse stadsarcheoloog tijdens het zeven van de grond gevonden, namelijk een fraaie pijlpunt van vuursteen uit de steentijd. Deze pijlpunt dateert van ver voor de kerk, maar illustreert wel dat er al heel lang geleden ‘Haarlemmers’ op deze locatie met pijl en boog rondliepen.
Vervolg
De komende tijd worden alle vondsten, foto’s en tekeningen van de muren uitvoerig door de archeologen van de gemeente Haarlem bestudeerd en zullen de bevindingen worden gepubliceerd. Naast veel informatie leverde de laatste campagne ook weer nieuwe vragen op. Zo blijft de toren van de tufstenen kerk intrigeren. Kortom, het zand is dan wel teruggestort in de werkputten en de zerken zijn teruggeplaatst, maar wellicht moet archeologie-minnend Haarlem februari 2017 toch maar vast in de agenda vrijhouden…






Kleef in de gracht belandde is een schotel van roodbakkend aardewerk met witte slibversiering. De binnenzijde van de schotel is rondom versierd met halve cirkels van witte kleipap, die naast elkaar zijn aangebracht en die elkaar soms snijden. Al met al een fraai versierde schotel, maar er zit veel meer achter dan je op het eerste gezicht zou zeggen.
en niet-waarneembare werkelijkheid. Het onzichtbare of ongrijpbare probeerde men te beïnvloeden door middel van het zichtbare. Alles in de waarneembare wereld kreeg een symbolische betekenis. Dit gold ook voor gebruiksvoorwerpen en hun versiering. Men probeerde met de tekens in de vorm van versieringen op het gebruiksaardewerk leven en dood, geluk en ongeluk, goed en kwaad te beïnvloeden. Het gebruiksaardewerk is vooral versierd met volksreligieuze symbolen die vruchtbaarheid, herleving en afweer van het kwade moeten bewerkstelligen.
kookpotje), dat is gevonden in de Damstraat. Hierop staan weer de bekende bogen, afgewisseld met drie stippen. De stippen zijn afgeleid van de driespruit. Dit is herlevingsteken om de oneindige voortgang van het leven te symboliseren. Hierbij diende de natuur als voorbeeld: het spruiten van takken. Op dit graapje zijn dus zowel vruchtbaarheid als herleving te ‘lezen’.






















Afgelopen donderdag werd de tentoonstelling ‘Vinex anno 1610’ geopend in het Archeologisch Museum in Haarlem. Het toont de vondsten uit de opgraving op het Wilsonsplein in 2011-2012.
Dit heeft tot een tweedeling geleid binnen de werkgroep van leden die nog wel en die niet meer hebben kunnen opgraven. De opgravingsverhalen krijgen langzamerhand een mythisch karakter. “Weet je nog…”. Toch doet er zich soms een buitenkans voor, dan mag er onder auspiciën van een bevoegd archeoloog worden meegeholpen aan een opgraving. Dat was ook het geval bij de opgraving van het Wilsonsplein. Als je pas net bent begonnen bij de werkgroep heb helaas ook die mogelijkheid gemist en kijk je met een gezonde jaloerse blik naar de foto’s van zo’n buitenkans.
Door veel scherven van verschillende soorten aardewerk in je handen te hebben gehad en er goed naar te hebben gekeken en gevoeld, ga je langzaam de kenmerken in je opnemen.
Verschil in glazuur, in kleur, dikte, versiering etc. Kon ik vroeger met een open blik naar voorwerpen in een vitrine kijken en denken:” dat is mooi, grappig interessant, lelijk of saai”, bezie ik het nu met hele andere ogen. Ik herken modellen, zie dat scherven goed of minder goed gelijmd zijn, waardeer mooie restauraties, bestudeer versieringen en besef hoeveel werk er is verricht tussen de daadwerkelijke opgraving en een tentoonstelling. En ooit hoop ik ook alle stappen van een dergelijk traject te mogen doorlopen.
Dagelijks leven in Haarlems eerste officiële nieuwbouwwijk.’ is te zien tot en met 28 februari 2016 in het Archeologisch Museum Haarlem.