Lezing opgravingen terrein Fietsznfabriek Haarlem

Afdeling Kennemerland van de AWN – de Nederlandse Archeologievereniging – organiseert samen met de Archeologische Werkgroep Haarlem e.o. en het Archeologisch Museum Haarlem op woensdagavond 8 april een lezing over de archeologische opgravingen op het terrein van de Fietsznfabriek in Haarlem. De lezing wordt verzorgd door Astrid Koekkelkoren, senior archeoloog bij IDDS Archeologie in Noordwijk.

Wanneer: woensdagavond 8 april, aanvang 20.00 uur (zaal open om 19.30 uur)
Waar: Archeologisch Museum Haarlem, Grote Markt 18 K, Haarlem (onder de Vleeshal)
Aanmelden: Deelname is gratis. Je kunt je aanmelden (verplicht) voor de lezing via: aanmeldenarcheologie@outlook.com

Brouwerij en pottenbakkerij
De Fietsznfabriek aan Oostvest 54 – vlakbij de Amsterdamse poort – was een iconische locatie in Haarlem, maar ook ondergronds zijn nog belangrijke kenmerken van de stad aangetroffen. De meeste resten dateren vanaf de 17e eeuw, toen er een van Haarlems oudste en grootste brouwerijen gevestigd was: Brouwerij ’t Scheepje. Het brouwerijcomplex besloeg bijna de hele locatie. Ook is een pottenbakkerij aangetroffen, niet vreemd aangezien Haarlem een belangrijk productiecentrum was van majolica en faience. Daarnaast zijn resten van bebouwing uit de laatste vier eeuwen aangetroffen, die aan de Oostvest en Dijkstraat lagen. De houten vondsten in de diepere ondergrond zijn bewijs van nog oudere bebouwing. De vondst van resten van de voormalige drukkerij op de locatie geeft juist weer een kijkje in de moderne geschiedenis van de locatie. Het onderzoek naar de resultaten is nog in volle gang, want tijdens het onderzoek zijn bijna 1000 sporen vrij gelegd en meer dan 13.500 vondsten aangetroffen.

Pop-up tentoonstelling
Voorafgaand aan de lezing kan het publiek een pop-up tentoonstelling met een selectie van de vondsten van dichtbij bekijken.

Astrid Koekkelkoren is reeds 16 jaar in dienst bij IDDS Archeologie (te Noordwijk) en heeft al talrijke opgravingen in binnensteden uitgevoerd in steden als Haarlem, Leiden en Alphen aan den Rijn.

Lezing opgravingen op en rond het Binnenhof in Den Haag

Afdeling Kennemerland van de AWN – de Nederlandse Archeologievereniging – organiseert samen met de Archeologische Werkgroep Haarlem e.o. en het Archeologisch Museum Haarlem een lezing over de opgravingen op het Binnenhof en de statusdieren van de graven in Den Haag. De lezing wordt verzorgd door Monique van Veen, archeoloog bij afdeling Archeologie & Natuur-en Milieueducatie in de gemeente Den Haag.

Wanneer: woensdagavond 25 februari, aanvang 20.00 uur (zaal open om 19.30 uur)
Waar: Archeologisch Museum Haarlem, Grote Markt 18 K, Haarlem (onder de Vleeshal)
Aanmelden: Deelname is gratis. U kunt zich aanmelden (verplicht) voor de lezing via: aanmeldenarcheologie@outlook.com

Sinds 2016 is de afdeling Archeologie & Natuur-en Milieueducatie nauw betrokken bij de renovatie van het Binnenhof. Kleine archeologische begeleidingen werden vanaf 2018 gedaan en zijn sinds 2021 gevolgd door grotere opgravingen op het Binnenhof, het Buitenhof en de Hofplaats. Het veldonderzoek, zowel in- als uitpandig, is nog steeds in volle gang.

Highlights recente opgravingen
Archeoloog Monique van Veen gaat in op de recente opgravingen op en rond het Binnenhof en de statusdieren van de graven van Holland in Den Haag. Het eerste deel van de lezing voor de koffiepauze zal highlights tonen van het gravend onderzoek.

Statusdieren van de graven
Na de koffiepauze volgt het tweede deel over de statusdieren van de graven in Den Haag. De rekeningen van de graaf van Holland laten zien welke prestigieuze dieren op en rond het Binnenhof verbleven. Ze stellen ons in staat om, verhalen te vertellen over vertier en geschenkverkeer. Daarnaast maken ze ook duidelijk wat we (nog) niet hebben gevonden bij het archeologisch onderzoek.

Lezing – het luxueuze leven van edelen en jonkvrouwen op Huis ter Kleef en wat opgegraven dierlijke resten daarover vertellen

Afdeling Kennemerland van de AWN – de Nederlandse Archeologievereniging – organiseert samen met de Archeologische Werkgroep Haarlem e.o. en het Archeologisch Museum Haarlem een lezing over het luxueuze leven van edelen en jonkvrouwen op Huis ter Kleef en wat opgegraven dierlijke resten daarover vertellen. De lezing wordt verzorgd door Kinie Esser, zelfstandig ondernemer en werkzaam bij archeozoölogisch onderzoeksbureau Archeoplan Eco. De lezing wordt mede georganiseerd ter gelegenheid van 780-jaar Haarlem.  

Jean Wauquelin. “Histoire du roi Alexandre” – folio 86 recto. Manuscrit enluminé, milieu du XVème siècle. Musée des Beaux-Arts de la ville de Paris, Petit Palais.

Wanneer: woensdagavond 26 november, aanvang 20.00 uur (zaal open om 19.30 uur)
Waar: Archeologisch Museum Haarlem, Grote Markt 18 K, Haarlem (onder de Vleeshal)
Aanmelden: Deelname is gratis. U kunt zich aanmelden (verplicht) voor de lezing via: aanmeldenarcheologie@outlook.com

Dierlijke resten
Tegenwoordig is het kasteel Huis ter Kleef in Haarlem een ruïne. Maar ooit was het decor voor een adellijk levensstijl, met privileges op jacht en valkerij en feestbanketten in luisterrijke zalen. Bijna 65.000 (!) opgegraven botten zijn in de afgelopen jaren door Archeoplan Eco onderzocht. Ze zijn van minstens 134 verschillende diersoorten die niet alleen vertellen over de copieuze feestmalen, maar ook over de dagelijkse kost. Het zijn tevens de resten van succesvolle jachtpartijen, de roofvogels die daarbij werden gebruikt en de prooien die werden gevangen. Die prooien laten zien dat er specifieke gewoonten bestonden bij de jachtpraktijken.

Afval
Overal in en rond het kasteel is afval terechtgekomen. En omdat geen afvalberg hetzelfde is krijgen we een idee hoe het kasteel werd bewoond en welke activiteiten op de verschillende locaties hebben plaatsvonden. Veel afval is afkomstig van voedsel. Het biedt daardoor ook een inkijkje in de manier waarop maaltijden werden bereid en hoe ze werden opgediend.

Opgraving
Dit alles zijn we te weten gekomen door de systematische en intensieve opgraving die door de leden van de Archeologische Werkgroep Haarlem e.o. (AWH) is uitgevoerd. Die bijzondere prestatie was voor de Rijksdienst Cultureel Erfgoed aanleiding om het archeozoölogisch onderzoek te financieren.

Kinie Esser
Is in 1992 afgestudeerd in de Ecologische Archeologie aan de Universiteit van Amsterdam. Sindsdien is ze als zelfstandig ondernemer werkzaam bij het archeozoölogisch onderzoeksbureau Archeoplan Eco. Vanaf 1998 werkt zij samen met Joyce van Dijk. Inmiddels heeft Kinie ruim 30 jaar ervaring met onderzoek aan skeletresten van zoogdieren, vogels en vissen, afkomstig uit honderden vindplaatsen uit Nederland en België, daterend van de vroege steentijd tot in de vorige eeuw.

De vlucht naar Egypte

In deze rubriek wordt elke maand kort en krachtig een bijzonder, apart of juist heel gewoon opgegraven voorwerp belicht. Deze maand betreft het een bord met een bijzondere afbeelding.

De meeste mensen zijn wel bekend met het kerstverhaal de geboorte van het Christuskind, de Drie Wijzen uit het oosten, de stal te Bethlehem enz. Minder bekend is het verhaal van de vlucht van de heilige familie naar Egypte. In 1990 werd in een beerput in de Morinnesteeg in Haarlem een bordje met een voorstelling van de vlucht naar Egypte gevonden. Op het bord is Maria met het kind op een ezel afgebeeld, met Jozef er naast. Het bord is uitgevoerd in de faience techniek en te dateren omstreeks 1660.

Prent
Van de vlucht naar Egypte zijn veel schilderijen en tekeningen gemaakt maar op keramiek komt deze gebeurtenis niet veel voor. Afbeeldingen op borden en tegels hadden meestal een schilderij of prent als voorbeeld. Mogelijk is de hieronder afgebeelde prent van de Zuid-Nederlands graveur, tekenaar en uitgever Johannes Wierix (1549-1620) als voorbeeld voor de afbeelding op het bordje gebruikt.

Bloedbad
Jezus was drie dagen oud -dus op 28 december in onze tijdsrekening- toen koning Herodes een bloedbad liet aanrichten onder alle pasgeboren jongetjes in Bethlehem. Hem was ter ore gekomen dat er een nieuwe koning was geboren, in Bethlehem – en dat was iemand door wie hij zich bedreigd voelde. Een door God gezonden engel waarschuwde Jozef en Maria om met hun pasgeboren baby naar Egypte te vluchten. Enkele jaren later, na de dood van Herodes, keerde de familie terug naar Nazareth.

Onnozele kindertjes-dag
De dag van de kindermoord wordt ook wel onnozele kindertjes-dag genoemd, (‘Onnozel’ komt van onnosel, de Middelnederlandse vertaling van het Latijnse woord  innocens, dat ‘onschuldig’ en ‘onschadelijk’ betekent).

Afbeelding prent Johannes Wierix: Wiki Commons

Een Spaanse exoot

In deze rubriek wordt elke maand kort en krachtig een bijzonder, apart of juist heel gewoon opgegraven voorwerp belicht. Deze maand betreft het een Spaans kannetje.

Het meeste aardewerk dat tijdens een opgraving in Haarlem wordt aangetroffen bestaat uit roodbakkend aardewerk. Maar soms worden er scherven van voorwerpen gevonden waarvan niet meteen bekend is waar ze zijn vervaardigd. In 1994 werd tijdens een opgraving in de Kruisstraat te Haarlem een beerput aangetroffen. Het materiaal uit deze put is dateerbaar in de 17e eeuw en bestond uit de voor die tijd gebruikelijke scherven roodbakkend aardewerk en steengoed. Een uitzondering hierop waren fragmenten van een voorwerp van dunwandig wit bakkend steengoed dat beschilderd is geweest. Helaas zijn er grote delen weg van de beschildering weg, maar op de hals zijn nog enkele letters in rood aanwezig en naast het oor in rood een soort kwastje (afb. 1).

Afb. 1: Het kannetje uit beerput opgraving Kruisstraat, het oor ondersteund.

Navraag bij diverse kenners van aardewerk over de herkomst van dit voorwerp deden de wenkbrauwen fronsen. “Nog niet eerder gezien” was een veelgehoorde reactie. Na enige tijd kwam een keramiekkenner met een antwoord; dergelijke voorwerpen had hij weleens gezien op de schilderijen van een Spaans schilder genaamd: Francisco de Zurbaran (1598-1664). En inderdaad werd vergelijkbaar keramiek aangetroffen op zijn schilderijen. Op een van zijn werken zie we een stel geestelijken aan een gedekte tafel met twee drinkbekers (afb. 2). De bekers hebben twee oren en zijn aan de voorzijde beschilderd. Het betreft een heraldische afbeelding uit de rooms-katholieke kerk (afb. 3).

Afb. 2: Schilderij ‘San Hugo en el refectorio de los cartujos’ (ca.1655) van Francisco de Zurbarán en afb. 3: detail van een kannetje op het schilderij.

Wel heel bijzonder is dat het kwastje op het Haarlemse voorwerp overeenkomt met de kwastjes op afgebeelde drinkbekers. Vermoedelijk heeft het Haarlemse voorwerp ook twee oren gehad en een beschildering met attributen van de geestelijkheid. In de kerkelijke heraldiek bestaan strikte regels over kleur en attributen. Zo zou het rode kwastje op de Haarlemse beker kunnen verwijzen naar een kardinaal of bisschop. Hiervoor in aanmerking komt de kardinaal-infant Ferdinand van Oostenrijk (1609-1641), zoon van Filips III van Spanje, aartshertog van Toledo en landvoogd van de zuidelijke Nederlanden (afb. 4).

Afb. 4a: Ferdinand van Oostenrijk (1609-1641) door Antoon van Dyck en afb. 4b: het kardinaalswapen van Ferdinand.

  • Bron: Schilderijen van Francico de Zurbaran
  • Afbeeldingen van Wikicommons

Stilleven (ca. 1630) door Francisco de Zurbaran.

Kleipijpen!

In de rubriek ‘Vondst van de maand’ wordt kort en krachtig een bijzonder, apart of juist heel gewoon opgegraven voorwerp belicht. Deze maand betreft het een van de meest bekende bodemvondsten: de kleipijp. Een kleipijp werd gemaakt van witbakkende klei. Het was een breekbaar product. Daarom worden ze veel aangetroffen

Kop van een kleipijp met een stukje steel, reliefmerk in de vorm van een merel en een gekroonde M in een halo van puntjes, met aan de andere zijde een roos, datering 1730-1750, gemaakt in Gouda. Determinatie: Bert van der Lingen.

Geschiedenis
Christopher Columbus bracht de tabak mee uit Amerika naar Europa.  Aan het einde van de 16e eeuw was tabak nog een kostbaar product.  In de Tachtigjarige Oorlog vochten Engelse huursoldaten mee. Er werd echter niet altijd gevochten. Om toch geld te kunnen verdienen werkten de soldaten als pijpenmaker. Zo ontstonden er vooral in waterrijke gebieden bedrijfjes. De producten konden per boot naar andere plaatsen worden vervoerd. Ze vestigden zich bijvoorbeeld in Amsterdam, Gouda, Leiden en Utrecht. De pijpenmakers werkten samen met pottenbakkers. Zij bakten de pijpen af.  De pijpenmakers waren verenigd in een gilde. Vooral in Gouda waren ze succesvol. Zij maakten hoogwaardige producten.

Vorm van de kleipijp
In het begin van de 17e eeuw rookte men nog uit korte pijpjes met kleine kopjes en dikke stelen. De techniek om pijpen te maken werd beter, evenals het bakproces. De pijpen werden daardoor langer en de stelen dunner. De duurste pijpen uit de 17e en 18e eeuw zijn niet de versierde pijpen. Het zijn de pijpen die goed zijn afgewerkt. Ze werden vaak gepolijst en uiteindelijk “geglaasd”. Hierdoor ontstond een glans. De stelen van de pijp konden wel een lengte krijgen van 80 centimeter.

Kop van een tabakspijp met een stukje steel, reliefmerk aan één zijde in de vorm van een kaal boompje met arm en tulp, datering 1715-1771. determinatie Bert van der Lingen.:

Merken
Veel pijpjes dragen een merk in het hielstuk of op de zijkant van de kop van de pijp, ook wel ketel genoemd. Van veel Goudse merken is bekend wanneer het voor het eerst werd uitgebracht en tot wanneer het merk werd geproduceerd. Daarom is het vinden van een pijpenkop bij een beerputonderzoek een goede bron van informatie.
De merken werden aangebracht met hielstempels. Vanaf ongeveer 1625 werd in Gouda het stempeltje vervaardigd door een stempelsnijder. Het gestempelde merk was bedoeld ter herkenning van de pijpenmaker. Reliëfmerken komen vanaf 1630 op pijpen voor, tegen het einde van de 17e eeuw wordt dit meer algemeen. Ze worden aangetroffen op de zijkant van de ketel (pijpenkop).

Diverse hielmerkjes van tabakspijpen.

Haarlem
In Haarlem waren ook pijpenmakers werkzaam, maar het waren er niet veel. In de Spaarnwouderstraat is in een beerput met 17e-en 18e eeuwse inhoud een bijzonder grote hoeveelheid pijpen gevonden. Tien daarvan hadden het wapen van Haarlem.

Nationale Archeologiedag
Op zondag 16 juni 2024 is de Nationale Archeologiedag in Haarlem. De Stichting PKN (Stichting voor onderzoek historische tabakspijpen) komt naar de Bakenesserkerk en organiseert een ruil- en determinatiedag. Dit in samenwerking met Archeologie Haarlem en Team Erfgoed. Dit is van 10.00 tot 16.00 uur. Adres Vrouwestraat 12.

Komt allen!

Literatuur:

  • Verscholen in vuil Johan Ekkel, pp 102 -103
  • Merken en merkenrecht van de pijpenmakers in Gouda, D.H. Duco
  • Kleipijpen, drie eeuwen kleipijpen in foto’s, W. Krommenhoek en A. Vrij, hoofdstuk 5
  • Zesduizend jaar Haarlem A. Van Zalinge, p 221

Het pisglas van ‘t Krom

In deze rubriek wordt elke maand kort en krachtig een bijzonder, apart of juist heel gewoon opgegraven voorwerp belicht. Deze maand betreft het een urinaal, oftewel een pisglas.

Leden van de AWH in actie tijdens de opgraving.

In 1988 is door de leden van de Archeologische Werkgroep Haarlem een archeologisch onderzoek uitgevoerd op een braak terrein ter hoogte van ’t Krom 29-39. Naast dikke ophogingslagen uit de periode 1350-1360 zijn er diverse sporen uit latere perioden aangetroffen, waaronder waterputten en beerputten. In de beerputten zijn in de beer, poep van de bewoners, veel fragmenten van gebruiksvoorwerpen gevonden, zowel van keramiek al van glas. Naast diverse drinkglazen, flessen en een drinkschaal uit de zeventiende eeuw is er ook een pisglas aangetroffen. Het pisglas dateert uit de periode 1600-1675.

Het pisglas uit de beerput van de opgraving op ’t Krom.

Glasvondsten
Alhoewel tijdens opgravingen vaak grote hoeveel heden scherven van keramiek worden gevonden zijn glasvondsten heel wat minder talrijk. Zo is het aantal glazen voorwerpen in de beerput beperkt tot 11 stuks. In andere beerputten is helemaal geen glas aangetroffen. De vondst van een pisglas op de locatie in de Bakennesserbuurt is niet opmerkelijk. Naast het gebruik van pisglazen in hospitalen werden ze namelijk ook gebruikt in burgerlijke contexten. Alhoewel het pisglas in scherven is gevonden kon het model dankzij ijverig puzzelwerk worden gereconstrueerd. Het pisglas bestond uit een bolvormig lichaam, voorzien van een hals met een platte rand.

Prudentia (detail) door Pieter Breughel (1564-1638).

Pis kijken
In vergelijking met de gevonden glasscherven van de andere voorwerpen zijn de glasscherven van het pisglas zeer dun en helder. Dit was nodig om de kleur van de urine in het pisglas goed te kunnen bestuderen. Aan de hand van de kleur van de plas werd een diagnose voor de ziekte van een patiënt gesteld. Het geringste kleurverschil kon zo worden waargenomen. Oudere pisglazen waren vaak nog gemaakt van wat dikker groen glas en waren hierdoor niet ideaal in het gebruik.

Deze manier van diagnosticeren was tot ver in de zeventiende eeuw populair. Of de zieke weer is herstelt is helaas niet uit de opgravingsgegevens uit te maken. Het pisglas is op een zeker moment gebroken en weggegooid.

 

Fragmenten glas uit Haarlem waaronder twee platte randfragmenten van dikke groenkleurige pisglazen.

Een prins in brokken!

In deze rubriek wordt elke maand kort en krachtig een bijzonder, apart of juist heel gewoon opgegraven voorwerp belicht. Deze maand betreft het een tegeltableau.

Begijnhof
In 1975 vond op het Begijnhof een opgraving plaats. In een beerput werden verschillende voorwerpen van keramiek aangetroffen, waaronder enkele fragmenten van een tegeltableau. Op deze fragmenten zijn diverse geschilderde elementen te herkennen, zoals een deel van een harnas met een staf, een baard boven een kanten kraag en de bovenzijde van een hoofd. Van de andere fragmenten werd de versiering niet zo gauw herkend. Wie zou dit kunnen zijn? Het moest wel een persoon van aanzien zijn geweest vanwege de staf, zoals die werd gedragen door onder andere Fernando Alvarez de Toledo of Michiel de Ruyter als teken van gezag.

Digitaal opgraven
Via het internet werd al gauw duidelijk dat op het tableau prins Frederik Hendrik van Nassau staat afgebeeld. Een vrijwel exact tableau met de prins is 1619 gedateerd en voorzien van zijn naam. Makkelijker kan haast niet. Een schilderij of gravure van de prins heeft voor beide tableaus als model gediend. Maar wie was nou eigenlijk deze prins? Veel mensen weten niets van hem af, dus hierbij een kleine greep uit de vaderlands geschiedenis.

Willem van Oranje
Frederik Hendrik 1584- 1647, graaf van Nassau, prins van Oranje, was het jongste kind van Willem van Oranje en Louise de Coligny. Hij werd geboren enkele maanden nadat het gezin had moeten vertrekken uit Antwerpen. Frederik werd door zijn moeder met grote zorg opgevoed en droeg levenslang in uiterlijke en innerlijke beschaving, alsmede in zijn religieuze opvattingen het stempel van haar tolerante en vrijzinnige geest.

Militaire loopbaan
Bestemd voor een militaire loopbaan, werd Frederik door kopstukken uit prins Maurits’ keurtroepen in krijgskunde onderwezen. Ruim een jaar diende hij als page aan het Franse hof, maar in 1599 keerde hij op verlangen van de Hollandse regenten naar de Nederlanden terug.

Op de fragmenten: links een deel van een helm met pluim, geheel boven een deel van een hoofd, een baard met molensteenkraag, een deel van een gordel en als laatste een deel van een harnas met staf.

Als lid van prins Maurits’ staf nam hij al deel aan diens operaties; de slag bij Nieuwpoort (1602), belegeringen van Grave (1602), Sluis (1604) en Bredevoort (1607). Na afloop van het Twaalfjarig bestand (1621) werd hij generaal der cavalerie en vlak voor de dood van Maurits (1625) opperbevelhebber van de Staatse legers. Kort daarna werd hij diens opvolger als kapitein- en admiraal-generaal en tevens stadhouder van Holland, Zeeland, Utrecht, Gelderland en Overijssel.

Als “stedendwinger” vestigde hij zijn naam door de geslaagde belegeringen van onder andere Groenlo (1627), Maastricht, Sittard, Roermond (1632) en ten slotte Sas van Gent (1644). Een bezig baasje dus, die ook in de toenmalige politiek zijn mannetje stond. In 1647 stierf Frederik op 63 jarige leeftijd, een jaar voor de Vrede van Munster.

Afbeelding compleet tegeltableau:  collectie Rijksmuseum Amsterdam.
Zie: http://hdl.handle.net/10934/RM0001.COLLECT.54802

Gebrandschilderd glas

De naam zegt het al; gebrandschilderd glas is vensterglas dat is beschilderd met een verfsoort, grisaille genaamd, dat door verhitting op het glas werd inbrand. Gebrandschilderd glas komt al voor sinds de middeleeuwen maar was voor de gewone man onbetaalbaar om aan te schaffen. Alleen in geestelijke instellingen en door rijke personen werd het gebruikt.

Mode
In afgelopen eeuwen vonden veel mensen het gebrandschilderd glas vaak oubollig en het hield ook licht tegen. Er werd vaak voor gekozen om de fraaie glaspanelen te vervangen voor kleurloos glas. Veelal werd het glas in lood uit de sponning gehaald, waarbij het glas werd stukgeslagen en het lood werd verzameld, want hier had je immers nog wat aan. Je kon er vislood van gieten of het lood verkopen bij de ijzerboer. Ook het glas werd verzameld en weer omgesmolten.

Glasvondsten
Een enkele keer wordt bij een opgraving dergelijk glaswerk aangetroffen, soms in enorme hoeveelheden, zoals in Roermond, waar een 1.200 kilo glas werd geborgen uit een kelder, en in Alkmaar 200 kilo uit een tonput. In mindere kilo’s werden ook vondsten gedaan in Zutphen en Oldenzaal. Vondsten van gebrandschilderd glas zijn in Haarlem zelden gevonden. Tot nu toe zijn in 50 jaar tijd maar twee complexen opgegraven, waarbij meerdere stukken van dit glas werden aangetroffen. Bij de opgraving Huis ter Kleef in de jaren 1990-1994 werden wat fragmenten aangetroffen uit de 15e eeuw en tijdens onderzoek in 1970 in de Frankenstraat zijn fragmenten uit de 17e eeuw gevonden.

Verwering
Soms is het glas niet aangetast door het lange verblijf in de grond en zijn de kleuren en beschildering in goede conditie. Maar als het glas is verweerd is het ondoorzichtig geworden en zelfs met een sterke lamp erachter kan vrijwel niets meer van de brandschildering worden waargenomen.

Strijklicht
Een goede manier om de brand-beschildering toch te bekijken en digitaal vast te leggen is om het glas wat schuin te houden waardoor met strijklicht van zon of lamp de contouren van de beschildering zichtbaar worden. Daar waar de grisaille is ingebrand is het glas dof, de rest van het glasoppervlak heeft wat glans gekregen door het strijklicht.

Gruis
Maar soms is het glas dusdanig aangetast dat het na verloop van tijd uiteenvalt in een hoopje klein gruis en vele glittertjes. We kunnen hier toch niet veel tegen doen, als we het glas impregneren zal in veel gevallen de grisaille-tekening wegvallen…

Europa uit de grond! Open Monumentendag op Huis ter Kleef

Op zaterdag 8 september laten de leden van de Archeologische Werkgroep Haarlem (AWH) u met andere ogen naar het kasteel Huis ter Kleef in de Haarlemmer Kweektuin kijken. Van steengoed kannen uit Duitsland en België tot glas uit Venetië en munten uit Engeland. Uit de grond van de Haarlemmer Kweektuin zijn voorwerpen uit alle windstreken van Europa gevonden. En wat te denken van de Engelse en Franse voorbeelden voor de bouw van het kasteel Huis ter Kleef zelf, en het Franse ‘Jeu de Paume’ dat de heren va Brederode in hun eigen kaatsbaan speelden? De Haarlemmer Kweektuin is veel Europeser dan je denkt!

Van 10.00 tot 16.00 uur wordt in de Haarlemmer Kweektuin door de leden van de AWH het Europese verhaal van het kasteel Huis ter Kleef en de opgegraven voorwerpen verteld. Kom langs en bekijk onze stand met vondsten!