Een bord vol passie

In deze rubriek wordt elke maand kort en krachtig een bijzonder, apart of juist heel gewoon opgegraven voorwerp belicht. Deze maand betreft het een bord met bijzondere religieuze decoratie.

Pasen
Op 16 april a.s. is het Pasen en wordt er feest gevierd, al dan niet met een paasbrunch, chocolade paashaas en eieren. Het is ook de periode dat de opstanding van Christus wordt herdacht, die de vrijdag voor Pasen aan het kruis stierf. Dit gebeurde op last van de romeinse stadhouder van Jerusalem, Pontius Pilatus genaamd, die hiertoe werd gedwongen door de joodse hoge raad, de sanhedrin. Ter herinnering aan deze gebeurtenis zien we het kruis veel als symbool terug bij kerken, kloosters, geestelijke instellingen en ook in menig particulier huis.

Opgraving Koningscarré
Bij opgravingen vinden we soms voorwerpen met christelijke symbolen, zoals pelgrimsinsignes van metaal. Een fraai voorbeeld van keramiek is een bord dat tijdens de opgraving in 1990 op het Koningscarré in Haarlem werd aangetroffen. Het bord stond rechtop in een afvalkuil en was in drie stukken gebroken, slechts een klein fragment van de rand ontbrak. Bij de scherven van het bord werden ook enkele drinkschaaltjes aangetroffen. Het bord is vervaardigd in de majolicastijl en in mooie kleurtinten geschilderd, in het midden van het bord zijn de lijdens- of passiewerktuigen afgebeeld, ook wel Arma Christi genaamd. (Arma Christi is latijn voor de “wapenen” van Christus omdat hiermee de verlossing of de overwinning op zonde en dood werd behaald.) Vergelijkbare majolica borden met deze afbeelding werden onder andere aangetroffen in het Kartuizerklooster nabij Delft, Groningen en Utrecht. De datering van deze borden ligt na het midden van de 16e eeuw, mogelijk werden ze in Utrecht vervaardigd.

Majolica
Het bord vervaardigd in de majolicastijl waarbij alleen aan de voorzijde het duurdere witte tinglazuur op het baksel werd aangebracht en aan de achterzijde alleen loodglazuur, waardoor de kleur van de gebakken klei hier doorheen schijnt. Om het vastbakken van borden aan elkaar in de oven te voorkomen werd gebruikt gemaakt van zogenaamde driehoekige proenen, die op het bord werd gelegd waarna hier weer een ander bord op werd gezet. Het resultaat was dat na het bakken de proen drie littekens achterliet op en in de beschildering van het bord.

Passiewerktuigen
Op de centrale afbeelding van het bord zijn diverse passiewerktuigen geschilderd. Dit betreft de ladder, twee gesels, de geselkolom, het kruis, de doornenkroon, de spons met azijn, de lans en spijkers. Er zijn nog meer passiewerktuigen maar die ontbreken op het bord, zoals de dobbelstenen, een buidel met geld, de haan en de hamer. Op het rechter gedeelte van de dwarsbalk van het kruis hoort nog een spijker te zitten maar deze is hier niet geschilderd. Wellicht is de schilder van het bord deze spijker gewoon vergeten weer te geven.

Linksboven lijkt een ster te zijn geschilderd. Wellicht is dit een verwijzing naar Bethlehem of naar God. Ook zijn in de voorstelling blauwe stipjes weergegeven, soms eentje en soms in groepjes van drie. Is dit slechts versiering of verwijzen de groepjes van drie naar de Heilige Drievuldigheid? In totaal zijn er 30 stipjes afgebeeld, precies het aantal zilverlingen waarvoor Judas Jezus verried. De stipjes kunnen mogelijk de zilverlingen symboliseren. Aan de stokken van de lans en die waarop de spons zit zijn enkele zijtakjes met vruchten/bessen (?) geschilderd. Deze kunnen verwijzen naar het nieuwe leven. De twee afgebeelde gesels, ook wel flagra genaamd, bestaan uit dunne kettingen of stroken leer waarin loden balletjes zijn verwerkt. In totaal zijn er 35 balletjes op de gesels geschilderd, een betekenis voor dit aantal werd niet gevonden. De afgebeelde ladder zou een verwijzing kunnen zijn voor de verbinding tussen de hemel en aarde. Tenslotte de geselpaal; deze zou 60 cm hoog zijn, met bovenop een ring waaraan het slachtoffer met de armen werd vastgebonden. Deze ring is hier in de kleur oranje weergegeven.

Decoratie
Langs de rand van het bord is acht keer een versiering aangebracht van enkele stengels met drie verdikkingen. Dit moet de lisdodde voorstellen. Om de centrale voorstelling van het bord zijn zeven zogenaamde “kurkentrekkers” aangebracht, afwisselend in de kleuren oranje en blauw. Dergelijke figuren zien we ook terug op apothekerspotten en andere voorwerpen van majolica, echter niet zo vloeiend en uitgerekt als de afbeeldingen op het bord. Ze worden dan piramides genoemd. Op de achterzijde van het bord is het merk van de schilder of het atelier waar het bord werd vervaardigd in de vorm van een blauw kruis afgebeeld. Dit heeft niets te maken met het kruis op de voorzijde maar berust op toevalligheid…

 

Briefgeheim!

In deze rubriek wordt elke maand kort en krachtig een bijzonder, apart of juist heel gewoon opgegraven voorwerp belicht. Deze maand betreft het een lakzegel van een brief.

In 1987 en 1988 is door de leden van de Archeologische Werkgroep Haarlem archeologisch onderzoek verricht naar de restanten van de hofsteden/buitenplaatsen Distelberch-Grijpesteyn en Oosterduin, uit de periode 1600 – 1819. Aanleiding voor dit onderzoek was de geplande nieuwbouw aan de westzijde van de Oosterduinweg in Aerdenhout (gemeente Bloemendaal). Voor de nieuwe woningen en bijbehorende kelders zou de bodem diepgaand worden verstoord en dreigden sporen uit het verleden verloren gaan, waardoor archeologisch onderzoek noodzakelijk was.

Beerput
Tijdens het archeologisch onderzoek werden funderingsresten, vloeren met plavuizen, beerputten, afvalkuilen en afvoergoten aangetroffen. Ook werden een gierkelder en een waterkelder blootgelegd. Een van de opgegraven beerputten dateert uit eind zeventiende – begin achttiende eeuw. De inhoud van deze beerput bestond voornamelijk uit fragmenten van roemers en kelkglazen. In de gezeefde vulling van de beerput werden ook een aantal fragmenten van lakzegels gevonden, waarvan een vrij gaaf exemplaar met een alliantiewapen.

Lakzegels
Vanaf eind zestiende eeuw gebruikte men lakzegels om brieven en andere documenten mee te sluiten (verzegelen). Pas als het zegel werd verbroken kon de ontvanger de brief lezen en wist men dat de brief niet eerder door anderen was bekeken. Voor het vervaardigen van een lakzegel werd een staafje zegellak wordt in kaarsvlam verhit zodat er druppels lak op het te zegelen document vallen. Als de druppel groot genoeg is, drukt men in deze nog half vloeibare zegellak een zegelstempel of zegelring met een afbeelding. Snel daarna hardt de lak volledig uit. Het gebruik van lakzegels verdwijnt in de negentiende eeuw. Deze functie wordt korte tijd overgenomen door sluitzegels, die dezelfde vorm hebben als postzegels.

Alliantiewapen
Het alliantiewapen op het aangetroffen lakzegel is een samenstelling van wapenschilden van verschillende families. Het linker deel van het alliantiewapen (= heraldisch gezien rechts) bestaat uit vier kleinere wapens, namelijk twee wapens met een achtpuntige ster, wassenaar (maansikkel) en drie St. Andrieskruisjes. Dit is het wapen van de familie Van der Hoeven/Houven. De twee andere wapens verbeelden een paaslam en betreft het wapen van de familie Briell. Op het hartschild in het midden van de vier wapenschilden is een leeuw afgebeeld. Dit is het wapen van de familie Heeswijck. Het rechter schild van het alliantiewapen (= heraldisch gezien links) bestaat ook uit vier kleine wapens. Dit is het wapen van de familie Van Bergen en Van der Gryp. Dit wapen is samengesteld uit een wapen met een leeuw, twee wapens met drie palen en een wapen met drie maliën en een schelp. Op het hartschild in het midden is een dubbele adelaar afgebeeld. Al deze wapens samen vormen het alliantiewapen van de familie Van der Hoeven (Houven) en Van Bergen Van der Grijp. Hiermee komen zowel de schrijver(s) als de ontvanger van de brief in beeld.

Marinus Van Bergen Van der Grijp
In 1688 werd de hofstede Distelberch gekocht door Marinus Van Bergen Van der Grijp, postmeester van het Handelshuis van de stad Hamburg in Amsterdam. Hij was ook degene die de naam van de vorige hofstede Distelberch liet veranderen in Grijpesteyn. Marinus Van Bergen Van der Grijp was eigenaar van de hofstede van 1688 tot aan zijn overlijden in 1737. Uit verder onderzoek blijkt dat Marinus een zuster had, Clara Magdalena Van Bergen Van der Grijp (1662 – 1692), die getrouwd was met Jacob Van der Hoeven (Houven) (1657 – 1716). In de periode tussen 1688 en 1737 heeft er een briefwisseling plaatsgevonden tussen Marinus en zijn zuster of zijn zwager. Verder bestaat de mogelijkheid, gezien het feit dat zijn zuster in 1692 en zijn zwager in 1716 zijn overleden, dat deze briefwisseling heeft plaatsgevonden tussen 1688 en 1716. Mogelijk is de brief met lakzegel tot 1737 in het archief van Marinus bewaard gebleven en is deze na diens overlijden tijdens het leeghalen van de hofstede Grijpesteyn met brief en al in de beerput beland. De brief is helaas niet teruggevonden tijdens de opgraving. Wat er dus in de brief stond zullen we helaas nooit weten. Dat blijft geheim…

Op stap in Haarlem!

In deze rubriek wordt elke maand kort en krachtig een bijzonder, apart of juist heel gewoon opgegraven voorwerp belicht. Deze maand betreft het een kinderschoen.

0-88krm-0022bIn 1988 is door de Archeologische Werkgroep Haarlem onderzoek verricht in de Bakenesserbuurt te Haarlem. Ter hoogte van ‘t Krom 29-39 kon op de locatie van enkele gesloopte panden een opgraving worden uitgevoerd. Op het terrein zijn diverse ophogingslagen uit de middeleeuwen aangetroffen. De ophogingslagen illustreren de expansie van de middeleeuwse stad Haarlem op het grondgebied Bakenes.

Stadsafval
0-88krm-0031De ophogingslagen ter hoogte van ‘t Krom 29-39 bestaan uit diverse pakketten stadsafval en mest, met daarin de nodige voorwerpen van keramiek en metaal. Door de zuurstofarme omstandigheden in de ophogingspakketten zijn ook vergankelijke materialen als leer, textiel, been en hout goed bewaard. Aan de hand van het vondstmateriaal worden deze ophogingslagen in de periode circa 1350-1375 gedateerd, met een accent op 1350-1360. Dit levert niet alleen een goede datering voor de aanleg van dit gedeelte van de middeleeuwse stadsuitleg in de Bakenesserbuurt, maar verschaft ook een gedetailleerd inzicht in de samenstelling van het afval van de middeleeuwse Haarlemmer in de oude stad.

0-88krm-groep1Schoenen
Dankzij de gunstige conserveringsomstandigheden in de ophogingslagen zijn er veel voorwerpen van leer overgeleverd. De meeste voorwerpen zijn schoenen. Vanwege het grote aantal aangetroffen schoenen en de goed gedateerde ophogingslagen, vormen de schoenen een interessante informatiebron. Zo geeft de variatie aan welke modellen in deze periode naast elkaar voorkwamen en zegt de verhouding tussen het aantal modellen iets over de gangbaarheid. In totaal zijn er 53 schoenen aangetroffen. Van 36 schoenen kon het model worden bepaald. Allen dateren uit de tijd van de ophogingsactiviteiten, namelijk 1350-1375.

0-88krm-0022aKinderschoen
Het meest voorkomende model is een halfhoge tot hoge schoen, die met staartknopen op de wreef wordt gesloten. Deze schoen heeft geen ‘lastige’ veters om te strikken. Door de leren veters -staarten- met knoop en al door het knoopsgat te trekken, zat de schoen snel en eenvoudig dicht. Vergelijkbaar met het gemak van onze klittenbandsluiting. 0-88krm-0022eDit type schoen wordt vanwege de eenvoudige sluiting als kinderschoen geïnterpreteerd. Ook de kleine maten van de aangetroffen schoenen zijn veelzeggend. Deze lopen uiteen van maat 18 tot en met maat 31. Er is slechts een enkele schoen in maat 40 aangetroffen. De levensduur van schoenen was beperkt. Door het gebruik sleet de leren zool snel, waarna de schoen soms nog werd hersteld, maar vaak gewoon werd afgedankt. Zo is de versleten kinderschoen als afval weggegooid en uiteindelijk met veel ander stadsafval als vulling in de ophogingslagen van ’t Krom beland. Had de jeugdig drager ooit kunnen vermoeden dat honderden jaren later zijn of haar schoen door archeologen zou worden opgegraven en gekoesterd?0-88krm-0022d

Een jaar vol archeologie!

Het jaar 2017 is nog maar net begonnen en menig archeoloog heft een dezer dagen het glas op een nieuw mooi en archeologierijk jaar. Zo ook de leden van de Archeologische werkgroep Haarlem e.o. Maar de echte archeologie-liefhebber kijkt natuurlijk ook nog even achterom!

SchervenDSC08908
Het jaar 2016 zat vol met uiteenlopende archeologische zaken. Zo werd in de werkruimte van de AWH voortvarend gepuzzeld, geplakt en gedateerd. In totaal zijn zo enkele honderden kilo’s scherven uit de gracht van kasteel Huis ter Kleef onderzocht. Het betrof scherven uit de gracht naast de keuken, hetgeen ook bleek uit de vele kookpotten, bakpannen, vetvangers en andere keukenspullen. En ter voorbereiding op het onderzoek van de vele botjes uit de gracht, werden alvast enkele vondstzakken met botmateriaal steekproefsgewijs geteld. Dankzij deze telling heeft de bottenspecialist die dit jaar aan de slag gaat gelijk al een goed beeld van de aard en omvang van het materiaal.

DSC09279Opgraven
Veel archeologische werkzaamheden vinden binnen plaats, maar in 2016 kon er maar worden meegeholpen bij twee opgravingen in Haarlem. In het begin van het jaar werd enthousiast geholpen bij de opgraving van Bureau Archeologie Haarlem in de Bavokerk aan de Grote Markt, waarbij weer nieuwe muren van de voorganger van de huidige kerk werden blootgelegd. Daarnaast kon aan het eind van het jaar in het uiterste noordelijke puntje van Haarlem op het Delftplein met archeologisch bureau RAAP worden mee gegraven naar de IJzertijd. En met een dagje grondboren op buitenplaats Leyduin in het voorjaar was de variatie aan veldwerk en perioden compleet.

12512235_837449559693363_4490598193579538658_nPubliek en educatie
Naast zelf met archeologie bezig zijn is het vertellen en delen van archeologische ervaringen een zeer belangrijke taak van de AWH. Dit jaar haakten we met de opgegraven bouwmaterialen van kasteel Huis ter Kleef aan bij de dag van de Architectuur. Naast een fraaie selectie van schouwwangen, kloostermoppen en raamtraceringen kon het publiek de werkruimte van de AWH bekijken, waar op dat moment de scherven van potten en pannen van hetzelfde kasteel werden onderzocht. Een andere activiteit betrof het Brederode-jaar, waarbij o.a. de leden van de historische vereniging Santpoort werden rondgeleid over de ruïne van kasteel Huis ter Kleef (ooit eigendom van de familie Brederode) en voorafgaand in de AWH-werkruimte tekst en uitleg kregen over het onderzoek en voorwerpen uit de periode van de fullsizerender-1Brederodes konden bekijken. Naast het volwassen publiek was er ook uitgebreid aan dacht voor de jeugd. Gedurende drie weken had de gehele Ter Cleefschool uit Haarlem archeologie als thema. De AWH leverde veel rekwisieten voor een archeo-filmpje, een opgraving-diorama en een vitrine met echte vondsten van kasteel Huis ter Kleef. De leerlingen van groep 6, 7 en 8 bezochten ook de werkruimte van de AWH, deden zelf onderzoek en kregen een presentatie van de Huis ter Kleef-opgraving. Tot slot gingen tijdens de landelijke Archeologiedagen in oktober de deuren wijd open. In de Haarlemmer Kweektuin kon jong en oud kon workshops en lezingen volgen, kastelen bouwen grondboringen zien en bij een live opgraving kijken. Kortom, we hebben met veel plezier en passie onze archeologische verhalen met het publiek gedeeld!

Nieuwtjes0.90KLEV.0703.001
Op onze eigen website plaatsen we regelmatig uitgebreide berichten over onze werkzaamheden. Daarnaast hebben we onze vaste rubriek ‘Vondst van de Maand’ waarbij we telkens een leuk, zeldzaam of verrassend object belichten.

Projecten afgerond
De afgelopen jaren is het vondstmateriaal van het archeologisch onderzoek in de Damstraat (opgraving in 2002) en Grote Markt 16 (opgraving in 1991) uitgebreid onderzocht, gefotografeerd en getekend. De resultaten zijn beschreven in twee dikke rapporten. Dankzij het onderzoek van de Damstraat is er nu inzicht in de loop en fasen van de Haarlemse beek en de vroege bewoning. Daarnaast blijkt uit het onderzoek van de vondsten van Grote Markt 16 -de huidige ingang van de Verweyhal- dat de functie van het pand uiteenliep van souvenirswinkel en koffiehuis tot vischafslagershuis, De oudste vondsten dateren rond 1400.

Op stap
DSC00070Naast het werken met de scherven, de archeo-educatie en het meehelpen bij diverse opgravingen was er tot slot ook nog tijd voor kennisontwikkeling van de leden zelf. Zo gingen we richting Friesland voor een bezoek aan het Fries Museum in Leeuwarden, gevolgd door een bezoek en beklimming van de verdwenen, maar gevisualiseerde Uniastate in Bears. Een schitterend voorbeeld voor wat er met ons eigen kasteel Huis ter Keef in Haarlem zou kunnen. In december bezochten we tot slot Leiden, waar de Leidse burcht werd beklommen en het RMO werd bezocht.

Kortom, 2016 was een schitterend en dankbaar archeologisch jaar. We streven er naar om 2017 minstens zo archeo-enerverend te maken!

20161130_150031

Een Christusbeeldje uit Haarlemse bodem

In deze rubriek wordt elke maand kort en krachtig een bijzonder, apart of juist heel gewoon opgegraven voorwerp belicht. Deze maand betreft het een Christusbeeldje.

Niets doet zo veel aan de Kerst denken als de geboorte van Christus, maar wanneer hij 2precies is geboren is niet helemaal duidelijk. Zo zou Christus in het jaar 4 voor de jaartelling zijn geboren en anderen beweren weer dat dit 6 of 7 jaar na de jaartelling was. Ook wordt het jaar 1 na de jaartelling aangehouden. Het jaar 0 bestaat niet en het jaar 1 voor Christus wordt gelijk gevolgd door het jaar 1 na Christus. Kortom verwarring, maar voor ons is 25 december belangrijk, dan wordt Zijn geboortedag gevierd en is het feest.

Kleine beeldjes
Een enkele keer komen we tijdens een wp_20161114_12_03_08_rich_liopgraving een voorwerp tegen dat verwijst naar Christus als kind, meestal gaat het om kleine beeldjes van een witte kleisoort, ook wel pijpaarde genoemd, die de eeuwen in de grond hebben doorstaan. In de vijftiende eeuw werd hiervoor de term plaster of plaester beelden gebruikt en ze werden vervaardigd door de ‘beeldedrucker of hilligenbacker’. Een dergelijk beeldje kwam ook tevoorschijn tijdens de opgraving van het kasteel Huis ter Kleef. Het beeld is maar 4.5 cm lang en kan niet staan. Dat hoefde ook niet want dergelijke beeldjes werden onder meer gebruikt bij het zogenaamde ‘kindjewiegen’. Met Kerst werd het beeldje in een fraai bewerkt wiegje gelegd en heen en weer gewiegd. Tijdens het schommelen konden er kleine belletjes rinkelen zodat, Gods aandacht getrokken zou worden. Het beeldje lag op het kussentje der liefde en was toegedekt met de witte lakentjes van onschuld en zuiverheid.

Kerstwiegje
afb-11-anoniem-repos-de-jesus-de-l-abbaye-de-marche-les-dames-vroeg-vijftiende-eeuws-namen-musee-provincial-des-arts-anciens-du-namurois-z003373Dit schommelen was in vroeger eeuwen zeker geen kinderwerk maar een godsdienstige oefening, die behalve in burgerwoningen ook in kloosters voor devotie werd gebruikt.
Het kerstwiegje hing aan twee verticale posten welke op een stevige voet waren bevestigd. Het kerstwiegje kon zijn uitgevoerd in hout maar ook in edelmetaal. In museale collecties zijn enkele zestiende eeuwse wiegjes bewaard gebleven. Ook heden ten dage worden in vele kerken met de Kerst het kindjewiegen beoefend, met al dan niet levende kerststal waarbij vooral de kinderen worden betrokken.

 

 

 

Terug naar de ijzertijd!

20161130_150031Het was soms koud en het was soms nat, maar het was vooral reuze interessant. Gedurende drie weken tijd is er door archeologisch bureau RAAP een opgraving uitgevoerd op het Delftplein in Haarlem-noord. Waar eens een grote verkeersrotonde lag, werd tot en met begin december uitgebreid gezocht naar sporen uit de ijzertijd en de bronstijd. Gedurende de gehele campagne hielpen de leden van de Archeologische Werkgroep Haarlem de beroepsarcheologen enthousiast een handje mee.

img_0905Andere tijden
Op de locatie waar door Elan Wonen containerwoningen de opvang van statushouders worden gerealiseerd, werd voorafgaand de bodem onderzocht. In de omgeving zijn in het verleden tal van sporen uit de steentijd, bronstijd en ijzertijd aangetroffen, waaronder scherven keramiek nabij het Spaarne Gasthuis, een pijlpunt van vuursteen in de Hekslootpolder en een heuse offerplaats in de Velserbroek. Haarlem-noord oogt nu aardig bebouwd, maar weinigen beseffen dat het gebied al duizenden jaren door mensen wordt bezocht en bewoond.

Sporen in de grondimg_0983
Van bebouwing uit de bronstijd en ijzertijd zijn helaas geen sporen teruggevonden, maar van het erf en het land om de boerderijen heen des te meer. Zo werden tal van afwateringsslootjes opgegraven, waarmee de bewoners in tijden van een natte bodem droge voeten probeerden te houden. Daarnaast zijn er waterkuilen opgegraven en sporen van akkers, in de vorm van schitterende krassporen van de ploeg in de bodem.

20161130_113156Naast al deze sporen in de grond zijn er ook vondsten gedaan, waaronder scherven keramiek van potten uit de ijzertijd, afdrukken van koeienpoten in de grond en een stukje vuursteen, afkomstig van een stenen bijl en hergebruikt als werktuigje. Het meest indrukwekkend is wellicht de enorme invloed van de natuur op de mogelijkheden voor de mens om zich op deze plek, bij de strandwal van Haarlem te vestigen. Soms won de mens, maar vaak verdreef de natuur deze indringer. Op de zijwanden van de opgravingsputten was dan ook goed de opbouw van de bodemlagen te zien, waaronder lagen veen (natte periode) en spitsporen (drogere periode).

Op de kaart20161130_151030
De boerderijen en andere gebouwen van de nederzetting(en) zijn tijdens de opgraving niet aangetroffen, maar wellicht is de mooiste vondst wel de aandacht die de opgraving van de belangstellende Haarlemmers kreeg. Naast de leden van de Archeologische Werkgroep Haarlem die meehielpen met opgraven, kreeg het team van archeologisch bureau RAAP enthousiaste buurtbewoners en huurders van Elan op bezoek en kwam een schoolklas met de conservator van het Archeologisch Museum Haarlem even kijken op een echte opgraving! En dankzij het Haarlems Dagblad kon heel Haarlem lezen over dit interessante project. De opgraving mag dan zijn afgelopen maar de ijzertijd in Haarlem staat weer aardig op de kaart.

Geduldimg_0980
De vele sporen en vondsten van de opgraving worden de komende twee jaar zorgvuldig onderzocht en beschreven door de archeologen van RAAP. Alle bevindingen worden in een onderzoeksrapport gevat, waarmee het verhaal van dit stukje Haarlemse geschiedenis opnieuw kan worden verteld. En wellicht volgt er in 2018 nog een schitterende tentoonstelling in ons eigen Archeologisch Museum!

 

 

Een Chinese kom met gedicht

In deze rubriek wordt elke maand kort en krachtig een bijzonder, apart of juist heel gewoon opgegraven voorwerp belicht. Deze maand betreft het een Chinese kom van porselein.

Een karakterkom
In 1978 werd op het terrein van het voormalige Brinkmann-complex aan de Grote Markt 078-grm-bp09aeen dubbele, in elkaar overlopende beerput geborgen. Porselein maakte een belangrijk deel uit van deze put. Veel scherven met Chinese karakters bleken uiteindelijk een kom te vormen. De ene kant van de kom toont een paneel met een rivierlandschap met een grote boot met baldakijn waaronder drie figuren zitten en achteraan twee stuurlieden, met op de achtergrond water, rotsen, bomen en gebouwtjes. Aan de andere zijde zijn 32 rijen van 11 karakters te zien en op de bodem van de kom bevindt zich het vier-karaktermerk Yongle nianzhi. Dit betekent: gemaakt in de periode van keizer Yongle (1403-1425). Het merk dient slechts als versiering en verering. De kom dateert echter niet uit die tijd, maar uit circa 1620-1630.

Porselein in Nederland078-grm-bp09c
Het eerste Chinese porselein bereikte Nederland, vanaf het begin van de zeventiende eeuw, in grote hoeveelheden. Het wordt ook wel kraakporselein genoemd, naar de Portugese schepen (carraca’ s) die het naar Europa vervoerden. Een andere naam is Wanli-porselein, genoemd naar keizer Wanli die regeerde van 1573-1619. Voor een beslissende doorbraak van kraakporselein in Nederland zorgden twee veilingen (1602 en 1604) van scheepsladingen met een aanzienlijke hoeveelheid porselein, die op de Portugezen waren buitgemaakt. In 1604 bracht de lading van de Santa Catharina 3,5 miljoen gulden op!

Het porselein was een sensatie. De hardheid, glans en de diep blauwe kleur op helder wit 078-grm-bp09fboeiden de Hollanders en iedereen wilde het bezitten. Rijke burgers konden het zich veroorloven en stalden het porselein uit in kasten. Al gauw gaan de Hollandse kooplieden zelf op zoek naar porselein en kopen zo veel mogelijk op van Chinese handelaren in Bantam op Java. Na de stichting van een handelspost op Formosa in 1624, concentreerde de porseleinaankoop zich hier. Dan gaat men ook bestellingen doen. Van hout gedraaide beschilderde monsters werden aan de Chinezen meegegeven om na te maken. In 1623 en 1626 bestelt de VOC ‘ karakterkommen’, waarmee de Rode-Klif- kommen bedoeld kunnen zijn. Op schilderijen van Jacques Linard uit 1627 en 1638 met het onderwerp ’De vijf zintuigen’ zijn dergelijke kommen te zien.

Dichter Su Dongpokna006012173
De Chinese tekst op de kom behoort tot de beroemdste in de Chinese literatuur. Het is een prozagedicht van Shu Shi (dichtersnaam Su Dongpo, 1036-1101). Hij was ambtenaar, essayist en dichter. Hij was een weldenkend man die eerlijk zijn mening gaf en het vaak oneens was met de regeringspolitiek. Zijn verzet tegen hervormingswetten leidde uiteindelijk tot zijn verbanning. De tekst op de buitenzijde van de kom is het ‘Tweede gedicht van de rode klif’. Hierin wordt beschreven hoe de dichter op een maanlichte novemberavond in 1082 met twee gasten in zijn bootje naar de Rode Klif gaat, die hij voor de tweede maal beklimt. Wanneer hij alleen de top bereikt, slaakt hij een kreet van ontzag wanneer hij in de diepte het paleis van de riviergod meent te zien. Op de terugweg scheert een kraanvogel over de boot met de drie mannen. Die nacht droomt de dichter van een daoïstische priester, in wie hij de kraanvogel (een bekend onsterfelijkheidssymbool) herkent alvorens wakker te schrikken.

Andere kommen20161111_200432b
Een aantal kommen met dit gedicht is te vinden in musea zoals het Rijksmuseum, het Groninger museum en het British Museum. Ook zijn dergelijke kommen geëxporteerd naar het Midden-Oosten. In het Topkapi museum in Istanbul zijn ze te vinden. Verder zijn er eenvoudiger uitgevoerde exemplaren met het Rode-Klif-motief opgedoken uit het Hatcher wrak, genoemd naar kapitein Hatcher die de lading heeft geborgen. Dat schip zonk omstreeks 1640-1645 in de Zuid-Chinese Zee.

Pdf met de tekst van het gedicht
tekst-gedicht-red-cliff-kom

Foto Grote Markt: Noord-Hollands Archief

Een pijlpunt uit de steentijd

In deze rubriek wordt elke maand kort en krachtig een bijzonder, apart of juist heel gewoon opgegraven voorwerp belicht. Deze maand betreft het een pijlpunt.

In de zomer van 1986 kregen de leden van de Archeologische Werkgroep Haarlem e.o0.86JNW.0056cor. (AWH) de gelegenheid om onderzoek te doen op de locatie Jansweg 9-15, naast het NS-station Haarlem. Op het terrein was voorheen de Haarlemse Auto Centrale (HAC) gevestigd en naderhand is op de locatie het weinig flatteuze pand van het Arbeidsbureau gebouwd. De geschiedenis van deze plek gaat echter veel verder terug.

Strandwal
Haarlem ligt ten oosten van de Oude Duinen en deels op een strandwal in het westelijke veengebied. Ongeveer 5600 jaar geleden begon de zeespiegel te dalen als gevolg van klimatologische veranderingen. Door het terugtrekken van de zee vormde zich in het kustgebied kilometers brede zone van noord-zuid georiënteerde strandwallen. De oudste strandwal loopt van Heemstede naar Spaarnwoude en is ongeveer 5600 jaar geleden gevormd. Ten westen van deze strandwal ligt de strandwal van Haarlem die ongeveer 4800 jaar geleden is ontstaan. 0.86JNW.0003Tussen de strandwallen van Haarlem en Heemstede-Spaarnwoude strekte zich een strandvlakte uit, waar door vernatting veengroei kon plaatsvinden in de periode ijzertijd- vroege middeleeuwen. Hier heeft zich omstreeks 4000 jaar geleden het veenstroompje de Spaarne ontwikkeld, dat afwaterde op het Oer-IJ.

Akkerlagen
De opgravingslocatie Jansweg 9-15 lag op de oostflank van de Haarlemse strandwal. Illustratief voor de overgang van de strandwal naar de natte strandvlakte is het feit dat 0.86JNW.0025tijdens het onderzoek bronbemaling moest worden ingezet, om te kunnen opgraven. Tijdens het onderzoek werden sporen blootgelegd uit het laat-neolithicum, circa 1800 voor Chr. Er werden twee door stuifzand van elkaar gescheiden akkerlagen aangetroffen. In deze akkerlagen waren duidelijk ploegsporen waarneembaar. Bijna alle vondsten zijn uit beide akkerlagen afkomstig.

Vondsten
Het merendeel van het gevonden aardewerk is van het Klokbeker-type, een enkele van het Wikkeldraadtype. Ook werd vuursteen aangetroffen, diverse knoopschrabbers en vele afslagen. Het aardewerk en de vuurstenen werktuigen werden waarschijnlijk ter plekke 0.86JNW.0047vervaardigd. Naast de pijlpunt is -op dezelfde dag- nog een bijzonder vondst gedaan, in de vorm van een schitterende kleine bijl van natuursteen. In de akkerlagen werden ook greppels en kuilen waargenomen, waaronder enkele paalkuilen. Het aantal paalkuilen was echter te gering om hier een huisplattegrond uit te reconstrueren.

Pijlpunt
De vlakken van de opgravingsput werden zorgvuldig met de schep laagje voor laagje afgeschaafd. Tijdens het afschaven werd een opmerkelijk vondst gedaan in de vorm van een prachtige pijlpunt van grijzig vuursteen. De pijlpunt is slechts 2.5 cm lang en vakkundig met de hand bewerkt. Met behulp van eenvoudig klop- en drukgereedschap is de pijlpunt beetje bij beetje bewerkt. Op de pijlpunt zijn hiervan de bewerkingssporen nog goed zichtbaar. Met het oog op de vele gevonden stukjes afgeslagen vuursteen Het is zeer aannemelijk dat de pijlpunt ter plekke is vervaardigd. Naast de driehoekige punt met weerhaken is de pijlpunt van een ‘bevestigingstukje’ voorzien waarmee het aan de schacht van een pijl kon worden bevestigd. Waarschijnlijk is de pijlpunt voor jachtdoeleinden gemaakt, maar het is onduidelijk of er ook daadwerkelijk mee geschoten is. Mogelijk is de pijlpunt vroegtijdig verloren of weggegooid.

In Haarlem zijn meer pijlpunten van vuursteen gevonden, waaronder een tijdens de opgraving in de Hekslootpolder (1997) en zeer recent een in de Grote of St. Bavokerk (2016).

Graven in de Bavokerk!

De afgelopen week was het een drukte van belang in de Grote of St. Bavokerk aan de DSC09604Grote Markt in Haarlem. In de kerk werd alweer voor het derde jaar opgegraven. In de loop van een kleine week veranderde het interieur van de kerk in een maanlandschap vol kuilen en hopen zand, maar aan het einde van de week was alles weer netjes opgeruimd en aangeveegd. Onder leiding van de Haarlemse stadsarcheoloog groeven de leden van de Archeologische Werkgroep Haarlem enthousiast een handje mee.

Tufstenen kerk
DSC09279De afgelopen twee jaar werden al delen van de tufstenen kerk uit de dertiende eeuw blootgelegd. Hierbij ging het om de twee zijmuren en de achtergevel, het koor genaamd. Aanleiding voor de eerste archeologische stappen in de Grote of St. Bavokerk vormde de restauratie van een negentiende eeuws grafmonument van twee waterstaatkundige heren. Uit historische bronnen was bekend dat er bij de aanleg van dit monument tufsteen was waargenomen. De restauratie van het monument deed dan ook de archeologische alarmbellen rinkelen.

Muren en een verbrand vloertjeDSC09408
In 2014 was binnen enkele slechts uren de tufstenen muur binnen het grafmonument blootgelegd en volgde een speurtocht naar de overige muren van deze vroege kerk. Aangezien de kerken in deze tijd volgens een vaste maatverhouding werden gebouwd, kon vervolgens gericht worden gezocht. Zodoende konden beide buitenmuren worden gelokaliseerd en bleek de muur maar liefst een meter breed en 2.5 meter diep gefundeerd te zijn. In 2015 werd naar het koor van de tufstenen kerk gezocht. Hoewel het koor van vergelijkbare kerken veelal rond of als een rechthoekige uitstulping werd gebouwd, bleek de Haarlemse versie een geheel rechte koormuur te hebben. Daarnaast werd tijdens deze campagne een deel van een verbrande vloer met tegeltjes blootgelegd en volgden meer muurdelen van de tufstenen kerk.

DeuropeningDSC09448
Dit jaar stond de zoektocht naar de (zij)ingang van de tufstenen kerk centraal. Deze zou zich -op basis van de standaard bouwwijze – in de noordmuur aan de zijde van de Grote Markt moeten bevinden. De vraag was dan ook of er nog iets van de oorspronkelijke ingang zou resteren. Het lijkt er ook op dat deze is gevonden, al vergt het nog de nodige studie. Daarnaast is er weer allerlei muurwerk gevonden. Een deel hiervan is van tufsteen, maar er zit ook veel baksteen tussen. Van de buitenzijde van de tufstenen noordmuur is ook een prachtige plint blootgelegd.

KelderDSC09527
Aan de zijde van de Oude Groenmarkt werd onderzocht of de veertiende eeuwse bakstenen opvolger van de tufstenen kerk niet wat breder is geweest dat tot nu toe werd aangenomen. Aanleiding hiervoor vormde de vondst van een kelder onder de zeventiende eeuwse aanbouw. In de keldermuur werden tal van grote oude maten bakstenen en een fragment tufsteen waargenomen. Nadat de zerken waren gelicht is tussen de vele recente kabels en buizen gegraven naar aanwijzingen. Alhoewel de muur tot op het grondwater is blootgelegd, zal het nog de nodige tijde vergen om alles goed te overdenken. Gelukkig zijn alle bevindingen in het veld vastgelegd in dagrapporten, op foto’s en tekeningen.

VondstenDSC09369
Naast de nodige muren werden diverse andere vondsten gedaan, waaronder onderdelen van skeletten. De graven zijn in de negentiende eeuw massaal geruimd, waardoor tijdens de opgraving veelal losse onderdelen werden aangetroffen. Alleen op het allerdiepte niveau waren nog enkele begravingen aanwezig. Daarnaast werden tijdens het graven en zeven van de grond diverse scherven keramiek aangetroffen en kon met behulp van de metaaldetector tientallen munten worden geborgen. Een zéér bijzondere vondst werd door de Haarlemse stadsarcheoloog tijdens het zeven van de grond gevonden, namelijk een fraaie pijlpunt van vuursteen uit de steentijd. Deze pijlpunt dateert van ver voor de kerk, maar illustreert wel dat er al heel lang geleden ‘Haarlemmers’ op deze locatie met pijl en boog rondliepen.

VervolgDSC09488
De komende tijd worden alle vondsten, foto’s en tekeningen van de muren uitvoerig door de archeologen van de gemeente Haarlem bestudeerd en zullen de bevindingen worden gepubliceerd. Naast veel informatie leverde de laatste campagne ook weer nieuwe vragen op. Zo blijft de toren van de tufstenen kerk intrigeren. Kortom, het zand is dan wel teruggestort in de werkputten en de zerken zijn teruggeplaatst, maar wellicht moet archeologie-minnend Haarlem februari 2017 toch maar vast in de agenda vrijhouden…

 

 

Archeologische dubbellezing VINEX anno 1610

In de winter van 2010 hebben de leden van de Archeologische Werkgroep Haarlem DSCN3044onder leiding van de beroepsarcheologen meegeholpen bij de opgraving aan het Wilsonplein in Haarlem. Tijdens het graven zijn diverse sporen aangetroffen, waaronder een stadsgracht uit de zestiende eeuw – met allerlei interessante vondsten- en een stadsuitbreiding uit de zeventiende eeuw, met diverse waterputten en beerputten. In het Archeologisch Museum Haarlem is momenteel dde tentoonstelling over deze opgraving te bekijken. Wie meer wil weten over deze opgraving moet zeker deelnemen aan de dubbellezing VINEX anno 1610 op donderdag 21 januari en donderdag 28 januari a.s.

Tweeluik
In samenwerking met het bureau Archeologie van de gemeente Haarlem organiseren deDSCN3058 collega’s van de Historische Vereniging Haerlem een programma over een van de oudste stadsuitbreidingen in Haarlem op de plek die wij nu kennen als het Wilsonsplein. Het programma is verdeeld over twee avonden.
De eerste avond is gewijd aan de stedenbouwkundige planning en de tweede avond aan het dagelijks leven in die wijk.

Programma donderdag 21 januari (in de Hoofdwacht)

  • 20:00 – 20:30 Sem Peters Archeoloog – Bureau Archeologie Haarlem
    De opkomst en ondergang van een uitbreidingswijk
  • 20:45 – 21:15 Ranjith Jayasena Archeoloog – Bureau Monumenten en Archeologie Amsterdam
    Stadsuitbreiding in de 17e eeuw
  • 21:15 – 21:45 Maarten Enderman  Bouwhistoricus – Monumenten en Archeologie
    ’s-Hertogenbosch
    Het (Haarlems) woonhuis in de 17e eeuw 

Programma donderdag 28 januari (in de Hoofdwacht)

  • 20:00 – 20:30 Sem Peters Archeoloog – Bureau Archeologie Haarlem
    Huisraad
  • 20:45 – 21:15 Henk van Haaster  Archeobotanicus en palynoloog – BIAX
    17e-eeuwse maaltijdresten
  • 21:15 – 21:45 Kinie Esser Archeozoöloog – Archeoplan Eco
    Vlees en visconsumptie in de 17e eeuw

Aanmelden en kosten
U bent welkom vanaf 19.00 uur in het Archeologisch Museum voor koffie en thee, zodat uDSCN3057 ook in de gelegenheid bent om alsnog of nogmaals de tentoonstelling Vinex anno 1610 te bekijken. Aanvang lezingen 20.00 uur in de Hoofdwacht en nazit in de Hoofdwacht. De entree bedraagt € 7,50 voor beide avonden. Niet-leden van de Historische Vereniging Haerlem zijn welkom. Aanmelden vóór 18 januari. Klik hier.